ARBEIDSRECHT
COLLEGEWEEK 1
Wat is arbeidsrecht?
Arbeidsrecht ziet op de rechtspositie op de onzelfstandige beroepsbevolking. Het gaat daarbij zowel
om de rechtspositie van de werknemer in de private sector, met andere woorden het bedrijfsleven,
en om de rechtspositie van de werknemer in de semi publieke sector (denk daarbij aan de semi
publieke organisatie als het ziekenhuis) als om de ambtenaar in de publieke sector (de overheid).
Alle drie verrichten arbeid in dienstverband (op basis van ondergeschiktheid (er staat iemand boven
je) wordt er arbeid verricht).
Rechtsbronnen arbeidsrecht
o Wet
o Boek 7, titel 10 BW (bijzondere overeenkomst want staat in boek 7)
o Boek 3 en 6 BW (want gelaagde structuur)
o Overig zoals de GW (grondrechten), Arbeidstijdenwet, WMM, AWGB, Arbo, wet op
de CAO
o CAO’s
o Jurisprudentie
o EU verdragen en richtlijnen
Beschermingsgedachte
o Het arbeidsrecht heeft een bijzonder doel:
o Bescherming van het belang van de werknemer (afhankelijkheid/ondergeschiktheid)
o Bevorderen welzijn werknemers
o Tussen de werkgever en werknemer is een gezagsverhouding. Dit betekent dat de werkgever
zeggenschap heeft over de uit te voeren werkzaamheden van de werknemer. Hij mag dus
zeggen als de werknemer iets anders moet doen.
o Daarom: veel dwingendrechtelijke bepalingen
o Gradaties:
o Dwingend
Afwijking alleen mogelijk op het moment dat dat ten nadele is van de
werkgever (als je afwijkt ten nadele van de werknemer is de bepaling nietig
of vernietigbaar)
Art. 7:652 lid 1 BW
o Driekwartdwingend
Afwijking alleen ten nadele van de werknemer als dit in de CAO is
opgenomen
Art. 7:672 lid 7 BW
o Semidwingend
Afwijking alleen bij schriftelijke overeenkomst ten nadele van de werknemer
(dus arbeidsovereenkomst of CAO)
Art. 7:628 lid 5 BW
o Aanvullend
Er mag altijd worden afgeweken
Bevoegde rechter
o Absolute competentie (welk soort gerecht is bevoegd?)
o Eerste aanleg: kantonrechter (rechtbank, afdeling kanton)
, o Hoger beroep: gerechtshof
o Cassatie: Hoge Raad
o Relatieve competentie (welke plaats?)
o Arrondissement
o Vestigingsplaats
In een arbeidsrechtelijke zaak in eerste aanleg is de relatieve bevoegdheidsregel dat de kantonrechter
van de vestigingsplaats van de wederpartij en daarnaast de kantonrechter van de plaats waar de
arbeid gewoonlijk wordt verricht.
Wanneer de werkgever een zaak aanspant tegen een werknemer, mag hij kiezen tussen de
kantonrechter van woonplaats van werknemer en de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt
verricht.
Soorten overeenkomsten van werk
o Arbeidsovereenkomst – art. 7:610 BW
o Overeenkomst van opdracht – art. 7:400 BW
o Overeenkomst van aanneming van werk – art. 7:750 BW
Kenmerken arbeidsovereenkomst
o Artikel 7:610 BW
o Verrichten van arbeid
Werknemer is verplicht om de arbeid te verrichten
o Gezagsverhouding
‘indien van de andere partij’
Heeft de werkgever de bevoegdheid om bij de uitoefening van de
werkzaamheden aanwijzingen of instructies ongeacht of de werkgever
gebruikt maakt van deze bevoegdheid
o Loon – art. 7:616 BW
Tegenprestatie voor de geleverde arbeid
Bij vrijwilligerswerk krijg je geen loon
o Persoonlijk – art. 7:659 BW
Je mag je niet laten vervangen
o Zekere tijd – art. 7:610a en b BW
Er bestaat geen minimum
Afbakening bijzondere overeenkomsten
Overeenkomst van opdracht – art. 7:400 BW
o Geen gezagsverhouding
o Geen verplichting persoonlijk arbeid te verrichten
o Geen loon
o Het verrichten van een dienst
o Dus niet van stoffelijke aard
Overeenkomst tot aanneming van werk – art. 7:750 BW
o Geen gezagsverhouding
o Geen verplichting persoonlijk arbeid te verrichten
o Geen loon
o Gericht op totstandbrenging van een werk van stoffelijke aard
Gezagsverhouding: de mogelijkheid om aanwijzingen of instructies te geven aan de werknemer
, Rechtsvermoeden
o Rechtsvermoeden bestaan arbeidsovereenkomst (art. 7:610a BW)
o Arbeid dat is verricht ten behoeve van een ander
o Beloning
o Arbeid zijn verricht gedurende minimaal 3 opeenvolgende maanden
o Arbeid zijn verricht op wekelijkse basis dan wel gedurende minimaal 20 uur per
maand
o Rechtsvermoeden inzake de omvang (aantal uur) van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610b
BW)
o Als je 3 maanden lang 30 uur per maand werkt en volgens je arbeidsovereenkomst
ben je niet een aantal uur overeengekomen en in de 4 e maand wordt je niet meer
opgeroepen dan kan je een beroep doen op artikel 610b en dan geef je aan dat de
arbeidsovereenkomst wordt vermoed voor 30 uur per maand te zijn aangegaan.
Let op: rechtsvermoeden leidt tot bewijsvoorsprong (werkgever kan tegenbewijs leveren)
Uitzendovereenkomst
Uitzendovereenkomst – art. 7:690 BW
o Bijzondere vorm van arbeidsovereenkomst
3 partijen:
- De uitzendkracht
o Uitzendovereenkomst
- Het uitzendbureau
o Overeenkomst van opdracht
- Het bedrijf
Tussen het bedrijf en het uitzendbureau is een overeenkomst van opdracht en tussen het
uitzendbureau en de uitzendkracht is er een uitzendovereenkomst.
Er is geen rechtstreekse juridische relatie tussen het bedrijf en de uitzendkracht. Maar er is wel een
feitelijke relatie tussen hen.
Rechtspositie uitzendkracht
o ABU-CAO
o 3 fasen:
o Fase A: periode van 78 weken (1,5 jaar) waarin de uitzendkracht arbeid verricht
waarin beide partijen op ieder moment ontslag kunnen nemen / ontslagen kunnen
worden; (art. 7:691 lid 1 BW -> hiervan is afgeweken in de ABU-CAO op grond van
driekwartdwingend recht)
o Fase B: periode van vier jaar waarin er maximaal zes tijdelijke contracten kunnen
worden gesloten;
o Fase C: uitzendovereenkomst voor onbepaalde duur.
COLLEGEWEEK 1
Wat is arbeidsrecht?
Arbeidsrecht ziet op de rechtspositie op de onzelfstandige beroepsbevolking. Het gaat daarbij zowel
om de rechtspositie van de werknemer in de private sector, met andere woorden het bedrijfsleven,
en om de rechtspositie van de werknemer in de semi publieke sector (denk daarbij aan de semi
publieke organisatie als het ziekenhuis) als om de ambtenaar in de publieke sector (de overheid).
Alle drie verrichten arbeid in dienstverband (op basis van ondergeschiktheid (er staat iemand boven
je) wordt er arbeid verricht).
Rechtsbronnen arbeidsrecht
o Wet
o Boek 7, titel 10 BW (bijzondere overeenkomst want staat in boek 7)
o Boek 3 en 6 BW (want gelaagde structuur)
o Overig zoals de GW (grondrechten), Arbeidstijdenwet, WMM, AWGB, Arbo, wet op
de CAO
o CAO’s
o Jurisprudentie
o EU verdragen en richtlijnen
Beschermingsgedachte
o Het arbeidsrecht heeft een bijzonder doel:
o Bescherming van het belang van de werknemer (afhankelijkheid/ondergeschiktheid)
o Bevorderen welzijn werknemers
o Tussen de werkgever en werknemer is een gezagsverhouding. Dit betekent dat de werkgever
zeggenschap heeft over de uit te voeren werkzaamheden van de werknemer. Hij mag dus
zeggen als de werknemer iets anders moet doen.
o Daarom: veel dwingendrechtelijke bepalingen
o Gradaties:
o Dwingend
Afwijking alleen mogelijk op het moment dat dat ten nadele is van de
werkgever (als je afwijkt ten nadele van de werknemer is de bepaling nietig
of vernietigbaar)
Art. 7:652 lid 1 BW
o Driekwartdwingend
Afwijking alleen ten nadele van de werknemer als dit in de CAO is
opgenomen
Art. 7:672 lid 7 BW
o Semidwingend
Afwijking alleen bij schriftelijke overeenkomst ten nadele van de werknemer
(dus arbeidsovereenkomst of CAO)
Art. 7:628 lid 5 BW
o Aanvullend
Er mag altijd worden afgeweken
Bevoegde rechter
o Absolute competentie (welk soort gerecht is bevoegd?)
o Eerste aanleg: kantonrechter (rechtbank, afdeling kanton)
, o Hoger beroep: gerechtshof
o Cassatie: Hoge Raad
o Relatieve competentie (welke plaats?)
o Arrondissement
o Vestigingsplaats
In een arbeidsrechtelijke zaak in eerste aanleg is de relatieve bevoegdheidsregel dat de kantonrechter
van de vestigingsplaats van de wederpartij en daarnaast de kantonrechter van de plaats waar de
arbeid gewoonlijk wordt verricht.
Wanneer de werkgever een zaak aanspant tegen een werknemer, mag hij kiezen tussen de
kantonrechter van woonplaats van werknemer en de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt
verricht.
Soorten overeenkomsten van werk
o Arbeidsovereenkomst – art. 7:610 BW
o Overeenkomst van opdracht – art. 7:400 BW
o Overeenkomst van aanneming van werk – art. 7:750 BW
Kenmerken arbeidsovereenkomst
o Artikel 7:610 BW
o Verrichten van arbeid
Werknemer is verplicht om de arbeid te verrichten
o Gezagsverhouding
‘indien van de andere partij’
Heeft de werkgever de bevoegdheid om bij de uitoefening van de
werkzaamheden aanwijzingen of instructies ongeacht of de werkgever
gebruikt maakt van deze bevoegdheid
o Loon – art. 7:616 BW
Tegenprestatie voor de geleverde arbeid
Bij vrijwilligerswerk krijg je geen loon
o Persoonlijk – art. 7:659 BW
Je mag je niet laten vervangen
o Zekere tijd – art. 7:610a en b BW
Er bestaat geen minimum
Afbakening bijzondere overeenkomsten
Overeenkomst van opdracht – art. 7:400 BW
o Geen gezagsverhouding
o Geen verplichting persoonlijk arbeid te verrichten
o Geen loon
o Het verrichten van een dienst
o Dus niet van stoffelijke aard
Overeenkomst tot aanneming van werk – art. 7:750 BW
o Geen gezagsverhouding
o Geen verplichting persoonlijk arbeid te verrichten
o Geen loon
o Gericht op totstandbrenging van een werk van stoffelijke aard
Gezagsverhouding: de mogelijkheid om aanwijzingen of instructies te geven aan de werknemer
, Rechtsvermoeden
o Rechtsvermoeden bestaan arbeidsovereenkomst (art. 7:610a BW)
o Arbeid dat is verricht ten behoeve van een ander
o Beloning
o Arbeid zijn verricht gedurende minimaal 3 opeenvolgende maanden
o Arbeid zijn verricht op wekelijkse basis dan wel gedurende minimaal 20 uur per
maand
o Rechtsvermoeden inzake de omvang (aantal uur) van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610b
BW)
o Als je 3 maanden lang 30 uur per maand werkt en volgens je arbeidsovereenkomst
ben je niet een aantal uur overeengekomen en in de 4 e maand wordt je niet meer
opgeroepen dan kan je een beroep doen op artikel 610b en dan geef je aan dat de
arbeidsovereenkomst wordt vermoed voor 30 uur per maand te zijn aangegaan.
Let op: rechtsvermoeden leidt tot bewijsvoorsprong (werkgever kan tegenbewijs leveren)
Uitzendovereenkomst
Uitzendovereenkomst – art. 7:690 BW
o Bijzondere vorm van arbeidsovereenkomst
3 partijen:
- De uitzendkracht
o Uitzendovereenkomst
- Het uitzendbureau
o Overeenkomst van opdracht
- Het bedrijf
Tussen het bedrijf en het uitzendbureau is een overeenkomst van opdracht en tussen het
uitzendbureau en de uitzendkracht is er een uitzendovereenkomst.
Er is geen rechtstreekse juridische relatie tussen het bedrijf en de uitzendkracht. Maar er is wel een
feitelijke relatie tussen hen.
Rechtspositie uitzendkracht
o ABU-CAO
o 3 fasen:
o Fase A: periode van 78 weken (1,5 jaar) waarin de uitzendkracht arbeid verricht
waarin beide partijen op ieder moment ontslag kunnen nemen / ontslagen kunnen
worden; (art. 7:691 lid 1 BW -> hiervan is afgeweken in de ABU-CAO op grond van
driekwartdwingend recht)
o Fase B: periode van vier jaar waarin er maximaal zes tijdelijke contracten kunnen
worden gesloten;
o Fase C: uitzendovereenkomst voor onbepaalde duur.