VWO Natuurkunde - H7 Cirkelbewegingen - Extra Opgaven & Antwoorden
Extra Opgaven
7.1 Eenparige cirkelbeweging
Opgave 1
Voor de opkomst van de MP3speler werd draagbare muziek meestal afgespeeld op een walkman. Hierin
zit een verwisselbare cassette met een lange, dunne, opgerolde band waarop de muziek in magnetische
vorm is opgeslagen. De band loopt in de cassette van de volle spoel A naar de lege opwindspoel B.
Het cassettebandje in de walkman heeft een snelheid van 5,00 cm/s. De totale speelduur aan één kant
van de cassette bedraagt 45,0 minuten. Een volle spoel heeft een diameter van 4,80 cm; de lege spoel
zelf heeft een diameter van 2,20 cm.
a Bereken de lengte van de cassetteband.
b Bereken de kortste en de langste omlooptijd van een spoel.
Opgave 2
In figuur 7.1 zie je een gedeelte van een fiets. Door middel van de ketting wordt het achtertandwiel II in
beweging gebracht door de trapper die vast zit aan het voortandwiel I. De middellijnen van deze
tandwielen verhouden zich als 2:1.
Figuur 7.1
a Beredeneer dat de baansnelheid van de tanden op I even groot is als de baansnelheid van de
tanden op II.
b Bereken de verhouding van de omlooptijden van tandwielen.
Opgave 3
Op een CD zit de informatie opgeslagen in de vorm van kleine putjes. Op een bepaalde plaats op de CD
kan wel of geen putje aanwezig zijn. Een laserstraal in de Cd-speler tast tijdens het afspelen de CD af en
bepaalt of er op een bepaalde plaats een putje aanwezig is of niet. Neem aan dat de putjes overal op de
CD dezelfde afmeting hebben.
De putjes liggen in cirkelvormige sporen op de CD. Tijdens het afspelen draait de CD rond en worden de
sporen een voor een, van binnen naar buiten afgetast.
a Leg uit of tijdens het afspelen van de CD de draaisnelheid toeneemt of juist afneemt.
De straal van een spoor varieert tussen de 2,1 cm en de 5,8 cm. De putjes komen met een snelheid van
1,2 m/s langs de laserstraal.
b Bereken het minimale en de maximale toerental van een CD.
Pagina 1 van 19
Extra Opgaven
7.1 Eenparige cirkelbeweging
Opgave 1
Voor de opkomst van de MP3speler werd draagbare muziek meestal afgespeeld op een walkman. Hierin
zit een verwisselbare cassette met een lange, dunne, opgerolde band waarop de muziek in magnetische
vorm is opgeslagen. De band loopt in de cassette van de volle spoel A naar de lege opwindspoel B.
Het cassettebandje in de walkman heeft een snelheid van 5,00 cm/s. De totale speelduur aan één kant
van de cassette bedraagt 45,0 minuten. Een volle spoel heeft een diameter van 4,80 cm; de lege spoel
zelf heeft een diameter van 2,20 cm.
a Bereken de lengte van de cassetteband.
b Bereken de kortste en de langste omlooptijd van een spoel.
Opgave 2
In figuur 7.1 zie je een gedeelte van een fiets. Door middel van de ketting wordt het achtertandwiel II in
beweging gebracht door de trapper die vast zit aan het voortandwiel I. De middellijnen van deze
tandwielen verhouden zich als 2:1.
Figuur 7.1
a Beredeneer dat de baansnelheid van de tanden op I even groot is als de baansnelheid van de
tanden op II.
b Bereken de verhouding van de omlooptijden van tandwielen.
Opgave 3
Op een CD zit de informatie opgeslagen in de vorm van kleine putjes. Op een bepaalde plaats op de CD
kan wel of geen putje aanwezig zijn. Een laserstraal in de Cd-speler tast tijdens het afspelen de CD af en
bepaalt of er op een bepaalde plaats een putje aanwezig is of niet. Neem aan dat de putjes overal op de
CD dezelfde afmeting hebben.
De putjes liggen in cirkelvormige sporen op de CD. Tijdens het afspelen draait de CD rond en worden de
sporen een voor een, van binnen naar buiten afgetast.
a Leg uit of tijdens het afspelen van de CD de draaisnelheid toeneemt of juist afneemt.
De straal van een spoor varieert tussen de 2,1 cm en de 5,8 cm. De putjes komen met een snelheid van
1,2 m/s langs de laserstraal.
b Bereken het minimale en de maximale toerental van een CD.
Pagina 1 van 19