100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Compendium Nederlands vermogensrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
29
Geüpload op
10-08-2014
Geschreven in
2013/2014

Alle genoemde leerstof uit het compendium voor het vak verbintenissenrecht (ook de overgangsregeling).










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Opgegeven leerstof.
Geüpload op
10 augustus 2014
Aantal pagina's
29
Geschreven in
2013/2014
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Compendium Nederlands
vermogensrecht

geschreven door:

Lolita20




De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen

Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!




www.stuvia.com



Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.

, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Verbintenissenrecht Verbintenissenrecht
Week 1 Week 1

Totstandkoming van rechtshandelingen  De verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn
Art. 3:11 BW. Goede trouw gedaan indien de rechtshandeling voor de gestoorde nadelig was;
- Hij kende de feiten of het recht waarop de goede trouw betrekking moet hebben; • De wederpartij moet het tegendeel bewijzen;
- Hij kende de feiten of het recht weliswaar niet, maar in de gegeven omstandigheden Gevolg: de rechtshandeling is vernietigbaar. Een uitzondering hierop is de eenzijdige niet-
behoorde hij ze te kennen; gerichte rechtshandeling. Deze is namelijk nietig.
 Een zeker onderzoek moet worden gevergd. Hierbij is van belang:
 De mate waarin aanleiding voor twijfel bestond; Art. 3:34 BW is een uitwerking van art. 3:33 BW. Er kan nog steeds beroep worden gedaan
 Het gewicht van de verrichte handeling; op art. 3:35 BW.
 De eventuele druk waaronder de handeling werd verricht.;
 Onmogelijkheid van onderzoek levert niet meteen goede trouw op. Art 3:35 BW. Opgewekt vertrouwen
 Het is een geobjectiveerd subjectief criterium, omdat het gaat om de kennis - Een verklaring of gedraging van de een;
die iemand heeft, maar ook over de kennis die hij behoorde te hebben. - Welke wordt opgevat als een tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking
(subjectief element);
Art. 3:12 BW. Redelijkheid en billijkheid - De opvatting kwam overeen met de zin die hij in de gegeven omstandigheden
- Algemeen erkende rechtsbeginselen; redelijkerwijze aan de verklaring/gedraging mocht toekennen (objectief element);
- De in Nederland levende rechtsovertuigingen (hierbij zijn niet alleen de overtuigingen De bepaling van art. 3:35 BW kan worden gezien als een uitwerking van art. 3:11 BW.
van het gehele Nederlandse volk van belang, maar ook die wleke leven in de kring Het gaat om een beschermingsbepaling, waarvan de beschermde geen gebruik behoeft te
waartoe de betrokkenen behoren); maken.
- De maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij het gegeven geval zijn
betrokken; De wet maakt in art. 3:37 lid 4 BW één uitzondering op de toepasselijkheid van art. 3:35
BW. Als een verklaring onjuist is overgebracht door een door de ontvanger aangewezen
Art. 3:13 BW. Misbruik van bevoegdheid communicatiemiddel, dan geldt het ontvangene niet als verklaring van de afzender.
Bevoegdheid houdt op waar misbruik begint (lid 1)
- Te ver gaande uitoefening kan niet worden afgedwongen; Gewicht kan toekomen aan het door de betrokkenen over en weer te lijden nadelen. Deze
- Indien de bevoegdheid reeds te ver is uitgeoefend wordt het gedrag van de nadeelfactor vormt een algemeen gezichtspunt, dat zich op tweeërlei wijze kan doen gelden.
handelende niet door zijn bevoegdheid gerechtvaardigd; - Bij de beoordeling van de gerechtvaardigheid van het vertrouwen;
Van misbruik van bevoegdheid is in ieder geval spraken bij (lid 2) - Bij de toetsing aan redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 BW);
- Uitoefening van een bevoegdheid met geen ander doel dan een ander te schaden;
- Uitoefening met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is verleend; Art. 3:38 BW. Tijdsbepaling of voorwaarde
- Als de bevoegde persoon naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen Tijdsbepaling: de werking van de rechtshandeling wordt afhankelijk gesteld van een
komen; toekomstige gebeurtenis die zeker zal intreden. Het moment hoeft niet vast te staan.
Uit de aard van een bevoegdheid kan voortvloeien dat zij niet kan worden misbruikt (lid 3)
Voorwaarde: de werking van de rechtshandeling wordt afhankelijk gesteld van een
Art. 3:33 BW. Rechtshandeling toekomstige gebeurtenis waarvan niet zeker is of zij zal intreden.
- Een op een rechtsgevolg gerichte wil die;
- Zich door een verklaring heeft geopenbaard; Er zijn twee soorten:
 Deze is in beginsel vormvrij. Art. 3:37 BW - Opschortende tijdsbepaling of voorwaarde
 De verklaring kan door verschillende oorzaken afwijken van de wil. De  De rechtshandeling verkrijgt eerst werking op het moment waarop de
rechtshandeling komt dan ook niet tot stand, tenzij de totstandkoming door art. gebeurtenis plaatsvindt;
3:35 BW wordt gerechtvaardigd. - Ontbindende tijdsbepaling of voorwaarde
Er zijn twee soorten rechtshandelingen: eenzijdige rechtshandelingen (gericht en ongericht)  De rechtshandeling verkrijgt direct haar werking, maar vervalt op het moment
en meerzijdige rechtshandelingen. waarop de gebeurtenis plaatsvindt. Er ontstaat een bedreigde
Partij bij de rechtshandeling zijn degenen die haar tot stand brengen. rechtshandeling;
De terugwerkende kracht ontbreekt. (lid 2)
De totstandkoming van een rechtshandeling heeft een dubbele grondslag, namelijk de
geopenbaarde wil van art. 3:33 BW en het opgewekte vertrouwen van art. 3:35 BW (zie Art. 3:32 BW. Handelings(on)bekwaamheid
hieronder). Voor zover de wet niet anders bepaalt, is iedere natuurlijke persoon bekwaam tot het
verrichten van rechtshandelingen. Uitzonderingen:
Art. 3:34 BW. Discrepantie bij geestelijke stoornis - Minderjarigen, art. 1:234 BW;
- Het bestaan van een blijvende of tijdelijke stoornis van zijn geestvermogens op het - Onder curatele gestelden, art. 1:381 lid 2 BW;
moment waarop de verklaring word afgelegd moet worden bewezen;
- Er moet een verband zijn tussen de stoornis en verklaring Rechtspersonen zijn zonder uitzonderingen handelingsbekwaam. Art. 3:32 jo. 2:5 BW.
 De stoornis belette een redelijke waardering der betrokken belangen, of;
 De verklaring werd onder invloed van de stoornis gedaan;



Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
€10,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Lolita20

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Lolita20 Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
6
Laatst verkocht
8 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen