LEIDERSCHAP
Psychiatrische Consultatieve Dienst
1 JANUARI 2021
PRAKTIJKLEREN 4
,Inhoudsopgave
1. Verpleegkundig leiderschap ................................................................................................................ 3
1.1. Voorbereiding op leiderschap ...................................................................................................... 3
1.1.1. Wat is verpleegkundig leiderschap?...................................................................................... 3
1.1.2. Wat betekent verpleegkundig leiderschap voor mij? ........................................................... 3
1.1.3. Verpleegkundig leiderschap in het dagelijkse werk van verpleegkundigen ......................... 3
1.1.4. Verpleegkundig leiderschap en het verbeteren van kwaliteit van zorg op de stageplek ..... 4
1.1.5. Kwaliteit van zorg op organisatie- en regionaal of landelijk niveau...................................... 5
1.1.6. Verpleegkundig leiderschap tijdens mijn stage..................................................................... 6
2.2. Onderzoeken van leiderschap ...................................................................................................... 7
2.2.1. Psychiatrische Consultatieve Dienst ...................................................................................... 7
2.2.2. Stakeholders .......................................................................................................................... 8
2.2.3. Gestelde vragen tijdens het schaduwen ............................................................................... 8
2.2.4. Antwoorden op de gestelde vragen ...................................................................................... 9
2.2.5. Relevante ervaringen en observaties .................................................................................. 10
2.2.6. Verbinding leggen................................................................................................................ 11
2.2.7. Reflectie op eigen rol/gedrag tijdens het schaduwen......................................................... 11
2.2.8. Sterke- en ontwikkelpunten ................................................................................................ 11
3.3. Literatuurlijst opdracht verpleegkundig leiderschap ................................................................. 12
4.4. Bijlagen ....................................................................................................................................... 13
4.4.1. Bijlage A: Feedbackformulier stakeholders ......................................................................... 13
4.4.2. Bijlage B: Feedbackformulier opdracht verpleegkundig leiderschap .................................. 14
4.4.3. Bijlage C: De presentatie ..................................................................................................... 15
4.4.4. Bijlage D: Bewijs deelname interprofessioneel klinisch redeneren .................................... 16
2
, 1. Verpleegkundig leiderschap
1.1. Voorbereiding op leiderschap
1.1.1. Wat is verpleegkundig leiderschap?
Het is niet eenvoudig om verpleegkundig leiderschap in één zin te definiëren. Leiderschap is van grote
invloed op de kwaliteit van zorg en is een vast onderdeel van het dagelijkse werk. Door het tonen van
leiderschap kun je als verpleegkundige niet alleen invloed hebben op de kwaliteit, maar ook op de
veiligheid, effectiviteit en persoonsgerichtheid van zorg. Het gaat om een bepaalde houding van een
verpleegkundige waarin hij of zij continu opzoek is naar verbeterpunten, om zo de zorg voor de
patiënten beter te kunnen maken (Vermeulen et al., 2017).
1.1.2. Wat betekent verpleegkundig leiderschap voor mij?
Leiderschap is een breed en complex begrip, wat maakt dat het voor ieder mens een verschillende
betekenis heeft. Als student/beginnend verpleegkundige heb ik nog niet veel ervaring in het verlenen
van zorg. Mijn eigen leiderschapsstijl heb ik daardoor nog niet kunnen ontwikkelen. Met mijn
opgedane kennis doormiddel van deze opdracht wil ik daar vorm aan gaan geven. Ik heb uiteindelijk
ervaring nodig om mijn leiderschap verder te ontwikkelen. In eerste instantie wist ik niet zo goed wat
het inhield. Leiderschap maakt iedereen op zijn of haar manier uniek. Het is vooral goed om te
handelen vanuit waar jij je als mens goed bij voelt. Onder leiderschap versta ik een leidende rol, hierbij
laat je jezelf horen door op te komen voor de normen, waarden en belangen van patiënten, collega’s
en niet te vergeten, jezelf. Het is een manier van denken en het komen tot nieuwe inzichten. Inzichten
over het verbeteren en onderhouden van waardevolle zorg. Een ander thema dat ik bij leiderschap
vind passen, is het geven van het goede voorbeeld. De keuzes die je maakt zijn evidance based en maak
je 'samen', samen met andere disciplines.
1.1.3. Verpleegkundig leiderschap in het dagelijkse werk van verpleegkundigen
In het beroepsprofiel van verpleegkundigen staan de zeven competentiegebieden centraal, gebaseerd
op de systematiek van de CanMEDS (Canadian Medical Education Directions for Specialists). De
verpleegkundige als zorgverlener is de kern van de beroepsuitoefening. Communicator,
samenwerkingspartner, reflectieve professional, gezondheidsbevorderaar, organisator en
professional en kwaliteitsbevorderaar zijn bekwaamheden die in verbinding staan met die centrale rol
en krijgen er richting door. In het kader van verpleegkundig leiderschap is de CanMEDS-rol organisator
erg belangrijk. Die rol beschrijft een verpleegkundige die leiderschap toont in de samenwerking met
anderen, veiligheid, het coördineren van zorg en het verpleegkundig handelen. Dit dient te gebeuren
vanuit een onderzoekende en reflectieve houding waarbij evidance based practice als vertrekpunt
wordt gezien. Enkele voorbeelden van deze rol zijn:
- Samen werken met de patiënt, collega’s en andere disciplines. Bijvoorbeeld het inschakelen
van een fysiotherapeut en de geleverde zorg/ huidige situatie evalueren.
- Onveilige situaties voor zowel patiënten als medewerkers voorkomen, vroegtijdig signaleren
en aanpakken. Bijvoorbeeld de-escalerend werken op het moment dat een patiënt agressief
gedrag vertoont of ervoor kiezen scherpe voorwerpen achter slot en grendel op te bergen.
- De zorg wordt gecoördineerd aan de hand van een dagplanning. Bijvoorbeeld het verdelen van
taken bij de start van de dienst dat met elkaar wordt afgestemd.
- Het handelen per individu afstemmen aan de hand van wat het best bij die patiënt past
(Vermeulen et al., 2017).
3