Samenvatting Anesthesie
les 1
Anesthesie = gevoelloosheid
Algehele anesthesie:
o Narcose = totaal verlies van bewustzijn
o Analgesie = verlies van pijngewaarwording
o Amnesie = geheugenverlies
o Spierrelaxatie = spierverslapping
Sedatie = verminderd bewustzijn
Lokale anesthesie = bij deel van het lichaam
Voorlichting:
Uitleg over ingreep en anesthesie
Afspraken over brengen en erbij zijn
Voorbereidingen thuis
1 week van tevoren: ontwormen en ontvlooien (weerstand)
Laten vasten (Nuchter houden):
Honden, katten, varkens (12 uur)
Jonge dieren, suikerziektepatiënten, fretten, paarden (4 uur)
Niet laten vasten:
Vogels, konijnen, kleine
knaagdieren, reptielen
ANESTHESIOLOGISCHE ANAMNESE
1. Medische geschiedenis.
2. Anesthesiologische geschiedenis.
3. Recent toegediende medicijnen
(dosering en tijdstip).
4. Reden anesthesie en wat gaat er
gebeuren?
PRÉ-ANESTHETISCH ONDERZOEK
Reden:
Is een narcose verantwoord?
Onderzoek:
1. Signalement
2. Algemene indruk
3. Algemeen onderzoek
4. Aanvullend bloedonderzoek (Zo nodig)
,Signalement = een verzameling gegevens van een bepaald dier, waarmee het dier
omschreven wordt (niets medisch)
a. Diersoort
b. Ras
c. Geslacht (gesteriliseerd, gecastreerd of intact)
d. Geboortedatum
e. Kleur- en aftekeningen
f. Chip- en tatouagenummer
g. evt. nog bijzondere kenmerken
Algemene Indruk:
→ zonder aan te raken
Waar let je op?
1. Attent/ sloom
2. Houding en gang
3. Voedingstoestand
4. Verzorgingstoestand
5. In het oog springende klinische afwijkingen
Algemeen Klinisch Onderzoek:
1. Ademhaling
2. Pols
3. Temperatuur
4. Huid, beharing en hoornige structuren
5. Slijmvliezen
6. Lymfeknopen
ASA CLASSIFICATIE
ASA 1
o Normaal gezonde patiënt zonder onderliggende ziekte.
o bijv. castratie
ASA 2
o Lichte tot matig ernstige systemische aandoening zonder klinische symptomen.
o Bijv. heel jong dier, of goed ingestelde diabetes mellitus
ASA 3
o Matig ernstige systemische aandoening met milde symptomen.
o Bijv. matige koorts, leverfalen of nierfalen
ASA 4
o Ernstige systemische aandoening met levensbedreigende symptomen.
o Bijv. ernstige hypovolumie, hypotensie, shock, ernstige bloeding borst/buik
ASA 5
o Stervende patiënt, of sterven binnen 24 uur te verwachten
, o Bijv. maagtorsie, ernstige benauwdheid
Les 2
HOOFDDOELEN ANESTHESIE
1. Het bereiken van bewusteloosheid (mentaal blok)
2. Voldoende pijnstilling (sensibel blok)
3. Goede spierontspanning tijdens de ingreep en zo nodig een totale verslapping van de
spieren (motorisch blok)
4. Autonome stabiliteit
SOORTEN ANESTHESIE
Soorten anesthesie:
Algehele anesthesie
Lokale anesthesie
Keuze anesthesie afhankelijk van:
Aard en noodzaak ingreep
Gezondheidstoestand en welzijn
Karakter en temperament
Veiligheid dierenarts of assistent
Algehele anesthesie
- Gasanesthesie
- Injectieanesthesie
- Combinatie
Lokale anesthesie:
1. Oppervlakteanesthesie
2. Infiltratieanesthesie
3. Geleidingsanesthesie = depot van anestheticum om zenuwen gelegd
ANESTHESIE STADIA:
1. Wakker
2. Sedatie/analgesie
3. Excitatiestadium
4. Chirurgisch/anesthesie stadium
5. Toxisch stadium
les 1
Anesthesie = gevoelloosheid
Algehele anesthesie:
o Narcose = totaal verlies van bewustzijn
o Analgesie = verlies van pijngewaarwording
o Amnesie = geheugenverlies
o Spierrelaxatie = spierverslapping
Sedatie = verminderd bewustzijn
Lokale anesthesie = bij deel van het lichaam
Voorlichting:
Uitleg over ingreep en anesthesie
Afspraken over brengen en erbij zijn
Voorbereidingen thuis
1 week van tevoren: ontwormen en ontvlooien (weerstand)
Laten vasten (Nuchter houden):
Honden, katten, varkens (12 uur)
Jonge dieren, suikerziektepatiënten, fretten, paarden (4 uur)
Niet laten vasten:
Vogels, konijnen, kleine
knaagdieren, reptielen
ANESTHESIOLOGISCHE ANAMNESE
1. Medische geschiedenis.
2. Anesthesiologische geschiedenis.
3. Recent toegediende medicijnen
(dosering en tijdstip).
4. Reden anesthesie en wat gaat er
gebeuren?
PRÉ-ANESTHETISCH ONDERZOEK
Reden:
Is een narcose verantwoord?
Onderzoek:
1. Signalement
2. Algemene indruk
3. Algemeen onderzoek
4. Aanvullend bloedonderzoek (Zo nodig)
,Signalement = een verzameling gegevens van een bepaald dier, waarmee het dier
omschreven wordt (niets medisch)
a. Diersoort
b. Ras
c. Geslacht (gesteriliseerd, gecastreerd of intact)
d. Geboortedatum
e. Kleur- en aftekeningen
f. Chip- en tatouagenummer
g. evt. nog bijzondere kenmerken
Algemene Indruk:
→ zonder aan te raken
Waar let je op?
1. Attent/ sloom
2. Houding en gang
3. Voedingstoestand
4. Verzorgingstoestand
5. In het oog springende klinische afwijkingen
Algemeen Klinisch Onderzoek:
1. Ademhaling
2. Pols
3. Temperatuur
4. Huid, beharing en hoornige structuren
5. Slijmvliezen
6. Lymfeknopen
ASA CLASSIFICATIE
ASA 1
o Normaal gezonde patiënt zonder onderliggende ziekte.
o bijv. castratie
ASA 2
o Lichte tot matig ernstige systemische aandoening zonder klinische symptomen.
o Bijv. heel jong dier, of goed ingestelde diabetes mellitus
ASA 3
o Matig ernstige systemische aandoening met milde symptomen.
o Bijv. matige koorts, leverfalen of nierfalen
ASA 4
o Ernstige systemische aandoening met levensbedreigende symptomen.
o Bijv. ernstige hypovolumie, hypotensie, shock, ernstige bloeding borst/buik
ASA 5
o Stervende patiënt, of sterven binnen 24 uur te verwachten
, o Bijv. maagtorsie, ernstige benauwdheid
Les 2
HOOFDDOELEN ANESTHESIE
1. Het bereiken van bewusteloosheid (mentaal blok)
2. Voldoende pijnstilling (sensibel blok)
3. Goede spierontspanning tijdens de ingreep en zo nodig een totale verslapping van de
spieren (motorisch blok)
4. Autonome stabiliteit
SOORTEN ANESTHESIE
Soorten anesthesie:
Algehele anesthesie
Lokale anesthesie
Keuze anesthesie afhankelijk van:
Aard en noodzaak ingreep
Gezondheidstoestand en welzijn
Karakter en temperament
Veiligheid dierenarts of assistent
Algehele anesthesie
- Gasanesthesie
- Injectieanesthesie
- Combinatie
Lokale anesthesie:
1. Oppervlakteanesthesie
2. Infiltratieanesthesie
3. Geleidingsanesthesie = depot van anestheticum om zenuwen gelegd
ANESTHESIE STADIA:
1. Wakker
2. Sedatie/analgesie
3. Excitatiestadium
4. Chirurgisch/anesthesie stadium
5. Toxisch stadium