Deze samenvatting is een ergotherapeutische samenvatting van jaar 1 aan de HvA. In deze
samenvatting worden de verschillende fases van groepsdynamica, theraputic use of self, de Roos van
Laery, kernkwadranten van Ofman en de bekwaamheidsladder van Maslow besproken.
Theraputic use of self
Meest belangrijke factor die het succes van een ergotherapeutische
interventie bepaald?
➔ Belang van de relatie tussen cliënt en ergotherapeut.
➔ Belang van samenwerking en cliëntgericht werken ( Carl Rogers )
➔ Caring en empathie: je bent NIET je aandoening
➔ Gebruik van narratief redenen: begrijpen perspectief cliënt
Wanneer ben je een goede therapeut?
• Empathie / leiding / humor ( op juiste momenten ) / confronteren /
informeren / samenwerken / empoweren: in kracht weten zetten /
eerlijkheid / sensitief / authentiek.
• Bewust zijn van eigen mogelijkheden en grenzen. Binnen professionele houding.
Use of self
➔ Het doelbewust en gepland gebruik maken van je persoonlijke gedragingen, inzichten,
waarnemingen, oordelen, vaardigheden en kennis om de samenwerkingsrelatie met de cliënt
te optimaliseren en om veranderen in het handelen mogelijk te maken.
o Cliënt moet ook gemotiveerd zijn om tot verandering te willen komen
o Zijn ook technieken voor: echter moet iemand WILLEN veranderen om de doelen te
bereiken.
Theraputic use of self: hoe dan?
➢ Wat breng je mee van jezelf / hoe zet je dit in?
➢ Nodig:
o Propositionele kennis → wetenschappelijk onderzoek over het ET handelen.
o Professionele kennis → over communicatie, gespreksvaardigheden etc.
o Persoonlijke kennis → over jezelf, eigen kwaliteiten, valkuilen.
o Wat brengt de cliënt mee?
Bij elkaar: op basis van evidence kan handelen = ergotherapeutisch handelen.
Roos van Laery
➔ Het deel van de sociale psychologie waarbij interacties binnen groepen worden bestudeerd.
Gedrag wordt hierbij niet opgevat als iets wat volledig wordt bepaald door aangeboren of
aangeleerde eigenschappen.
• Beschrijft vervolgens hoe je de communicatieve stijl van groepsleden
kan indelen.
• Verbonden of tegenover elkaar. Wat geeft A voor reactie op B?
➢ Een groep is dus niet een optelsom van vaststaande persoonlijkheden, maar altijd een
wisselwerking.
, o Groepsdynamica → interacties waarmee groepsleden elkaar beïnvloeden.
De Roos van Laery geeft indeling voor:
- Karakteristieken kenmerken voor communicatieve stijl
- Gedragsveranderingen van groepsleden
- Eerst de Roos van Leary toepassen op jezelf: eigen gedrag is het instrument
- De reactie van een ander beïnvloed de reactie van jou.
➢ Tegen lokt tegen uit
➢ Samen lokt samen uit
➢ Boven gedrag roept onder gedrag op en andersom.
o Aanvallend gedrag → defensief gedrag
o Leidend gedrag → volgend gedrag
o Helpen gedrag → meewerkend gedrag
Hoe kan ik ervoor zeggen dat ik over ga naar de andere kant? → vooral als iemand aan de tegen kant
sinds, er op uit gaan hoe je de cliënt naar de samen kant kan komen.
Communicatiestijlen
➔ Het kan zijn dat verschillende groepsleden dezelfde stijl
hanteren op een bepaald moment. Het is dus niet zo dat
iedere pion een exclusief spel heeft.
o Er wordt beschreven van HOE iemand reageert.
1. Leidend → gericht op beïnvloeding. Kenmerkend zijn
aspecten van taakgericht, leiderschap, ordenen,
energiek gedrag, advies geven en initiatiefrijk.
2. Competitief → invloedrijk. Gelooft in eigen kunnen.
Zal eerder zich tegen veranderingen afzetten.
3. Agressief → gedrag waarbij iemand afzet tegen
anderen en hiermee eigen richting wil geven aan het
groepsproces. Kenmerkend: goed in verwoorden van
kritiek en actief bestrijden wat niet in orde is.
4. Opstandig → afkeert van anderen, weinig invloed uitoefent. Kenmerken: geen meeloper,
waakzaam en kritisch.
5. Teruggetrokken → niet – invloedrijk gedrag. Kenmerkend: eigen mening wijkt af en
wordt achtergehouden, desinteresse en neemt weinig initiatief.
6. Afhankelijk → binding zoeken met anderen. Kenmerkend: verlangen naar leiding en de
neiging zich niet te onderscheiden door eigen mening. Zoekt eerst instemming.
7. Meewerkend → samen- gedrag waarbij weinig sturing wordt gegeven. Kenmerkend:
welwillend tegenover initiatieven van anderen en toont belangstelling. Het uitnodigende
gedrag en de neiging conflicten toe te dekken of verzoenend op te treden. Deze persoon
gebruikt graag ‘wij’- of ‘iedereen’-taal.