21 juli 2025
Oefenstof Personen- en familierecht
Leereenheid 1 - De plaats van het personen- en familierecht en de invloed van verdragen
Casus: Daylan van Viersen en Raquel Cortes willen gaan samenwonen. Zij twijfelen nog over de vraag
of zij dan ook direct willen trouwen en zo ja, hoe: in gemeenschap van goederen of op huwelijkse
voorwaarden? Misschien is geregistreerd partnerschap een optie? Ook omdat ze geen enkel idee hebben
van de vraag welke rechten en verplichtingen echtgenoten of geregistreerde partners ten opzichte van
elkaar hebben, maken zij een afspraak met notaris Van Straten. Zij hebben gehoord dat ouders
gezamenlijk gezag uitoefenen over hun staande huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren kinderen.
Na het gesprek besluiten zij te gaan trouwen; zij weten alleen nog niet of dat in de woonplaats van Raquel
of in die van Daylan zal zijn of misschien elders. Zij laten zich adviseren door de ambtenaar van de
burgerlijke stand. Van de ambtenaar horen zij welke vereisten er voor het aangaan van een huwelijk zijn
en welke formaliteiten daaraan voorafgaan. Hij vertelt hun ook dat zij kunnen kiezen welke
geslachtsnaam zij willen gebruiken als zij getrouwd zijn. Na de voltrekking van het huwelijk gaan zij in
Hilversum wonen, alwaar een jaar later hun dochter Bibi wordt geboren. Helaas gebeurt er al snel van
alles in de familiekring. De man van Daylans zus heeft in overspannen toestand het huis verlaten en er is
nu enige tijd niets van hem vernomen. De zus van Daylan is van de vermissing zo in de war geraakt, dat
zij wegens psychische problemen onder curatele moest worden gesteld. Daylan is vervolgens door de
rechter tot voogd benoemd over haar zesjarige drieling, die Daylan en Raquel bij zich in huis hebben
genomen. Mede door de spanningen die dit alles met zich brengt, loopt hun relatie enige jaren later stuk.
Raquel neemt een advocaat in de arm en besluit tot echtscheiding. Samen met Daylan en zijn advocaat
wordt een goede regeling getroffen over het gezag en de omgang en informatie wat betreft Bibi.
Juridische vertaling: Daylan van Viersen en Raquel Cortes willen gaan samenwonen. Zij twijfelen nog
over de vraag of zij dan ook direct willen trouwen [TITEL 5] en zo ja, hoe: in gemeenschap van
goederen [TITEL 7] of op huwelijkse voorwaarden [TITEL 8]. Misschien is geregistreerd partnerschap
een optie? [TITEL 5A] Ook omdat ze geen enkel idee hebben van de vraag welke rechten en
verplichtingen echtgenoten of geregistreerde partners ten opzichte van elkaar hebben [TITEL 6], maken
zij een afspraak met notaris Van Straten. Zij hebben gehoord dat ouders gezamenlijk gezag [TITEL 14,
AFD 2 EN 3a] uitoefenen over hun staande huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren kinderen.
Na het gesprek besluiten zij te gaan trouwen; zij weten alleen nog niet of dat in de woonplaats [TITEL
3] van Raquel of in die van Daylan zal zijn of misschien elders. Zij laten zich adviseren door de
ambtenaar van de burgerlijke stand. [TITEL 4, afd 1] Van de ambtenaar horen zij welke vereisten er
voor het aangaan van een huwelijk zijn en welke formaliteiten daaraan voorafgaan. [TITEL 5, afd 1 en
2] Hij vertelt hun ook dat zij kunnen kiezen welke geslachtsnaam [TITEL 2] zij willen gebruiken als zij
getrouwd zijn. Na de voltrekking van het huwelijk [TITEL 5, afd 4] gaan zij in Hilversum wonen,
alwaar een jaar later hun dochter Bibi wordt geboren. Helaas gebeurt er al snel van alles in de
familiekring. De man van Daylan’s zus heeft in overspannen toestand het huis verlaten en er is nu enige
,tijd niets van hem vernomen. De zus van Daylan is van de vermissing zo in de war geraakt dat zij wegens
psychische problemen onder curatele moest worden gesteld. [TITEL 16] Daylan is vervolgens door de
rechter tot voogd [TITEL 14, afd 6] benoemd over haar zesjarige drieling, die Daylan en Raquel bij
zich in huis hebben genomen. Mede door de spanningen die dit alles met zich brengt, loopt hun relatie
enige jaren later stuk. Raquel neemt een advocaat in de arm en besluit tot echtscheiding. [TITEL 9, afd
2] Samen met Daylan en zijn advocaat wordt een goede regeling getroffen over het gezag [TITEL 14,
afd 2, par 1] en de omgang en informatie [TITEL 15] wat betreft Bibi.
Vraag 1: Waarom overrulen uitspraken van het EHRM nationale wetgeving en jurisprudentie op het
terrein van het personen- en familierecht? Welke artikel(en) spelen een belangrijke rol bij het personen- en
familierecht?
Antwoord: Het EVRM heeft rechtstreekse werking. Het gaat bij deze vraag om de doorwerking
internationaal recht in Nederlandse nationale rechtsorde artikel 93 en 94 Gw. Kern is dat het hier moet
gaan om: ‘eenieder verbindend’ en de bepaling moet ‘voldoende bepaald’ zijn. In dat geval heeft een
verdrag (of bepaling) rechtstreekse werking. Van het EVRM zijn vooral artikel 8 en artikel 14 EVRM van
belang. Kenmerken van het EVRM zijn:
- resultaatsverplichting (voor Staten);
- negatieve verplichting (voor Staten zie artikel 8 EVRM);
- rechtstreekse werking (zie hierboven).
Artikel 8 EVRM is een relatief recht: inperking is immers mogelijk. Hoe werkt de beperkingssystematiek
van het EVRM?
- Is het artikel van toepassing (wat is de reikwijdte van het artikel)? en;
- Is er sprake van een inbreuk? en;
- Is de inbreuk gerechtvaardigd onder lid 2?
Om te kunnen spreken van een gerechtvaardigde inbreuk moet je toetsen aan de volgende elementen:
- Voorzien bij wet
- Legitiem doel
- Noodzakelijk in een democratische samenleving > dringende reden van maatschappelijk belang
(pressing social need)?
- Proportionaliteitstoets: is ernst van inbreuk evenredig aan het te beschermen belang? (ook: kan doel ook
worden bereikt met minder vergaande inbreuk?)
Let op: Er is wel sprake van een margin of appreciation; nationale autoriteiten zijn beter in staat om
belangen af te wegen en noodzakelijkheid van beperking te beoordelen dan het EHRM. De
beoordelingsmarge blijft echter onderworpen aan supervisie EHRM. Reikwijdte beoordelingsmarge
verschilt per geval.
Vraag 2: Wat is de invloed van het IVRK op nationale wetgeving en jurisprudentie? Welk artikel van het
IVRK speelt bij het personen- en familierecht een belangrijke rol? U dient voor het beantwoorden van
deze vraag gebruik te maken van internet. Zoek daarnaast ten minste drie uitspraken op rechtspraak.nl
waarbij dit artikel een rol speelt.
Antwoord: Er is een duidelijke stijging te zien in de rechtspraak waar het gaat om de toepassing van het
,IVRK in de Nederlandse rechtspraak. Het IVRK heeft – in tegenstelling tot het EVRM – geen
rechtstreekse werking. Met name het belang van het kind zoals neergelegd in art. 3 IVRK (“indirecte”
toepassing, d.w.z. vaak in relatie tot een ander artikel). Het CCRA (Centre for Children's Rights
Amsterdam) heeft twee onderzoeken naar ‘De toepassing van het IVRK in de Nederlandse rechtspraak’.
Het eerste onderzoek betrof de periode 1 januari 2022–1 september 2011 en het tweede onderzoek de
periode 1 september 2011–1 september 2014. Op rechtspraak.nl zijn veel voorbeelden te vinden van
uitspraken waarin het IVRM een rol speelt. In de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 juni
2021 is uitdrukkelijk overwogen (ro 5.11) dat artikel 7 IVRK rechtstreekse werking heeft
(ECLI:NL:RBDHA:2021:5461).
Vraag 3: Juridische en biologische bloedverwantschap vallen in de meeste gevallen samen, maar dat is
niet noodzakelijkerwijs het geval. Noem drie voorbeelden waarbij het juridische en het biologische
bloedverwantschap niet samenvallen.
Antwoord: Biologische en juridische bloedverwantschap (ouderschap gewoonlijk) zijn heel verschillende
concepten. Hoe men biologisch vader of moeder wordt, is over het algemeen wel duidelijk.
Juridisch moeder worden hangt sterk af van het biologische moederschap, zie artikel 1:198 BW, echter lid
b door huwelijk, lid c door erkenning en sub 2 door adoptie zijn niet-biologische varianten. Voor het
juridisch vaderschap (artikel 1:199 BW) geldt dat het biologische aspect vaak zonder betekenis is, zoals bij
het vader worden door huwelijk. Hierbij gaat men uit van de vaderschapspresumptie, dat wil zeggen dat
de de wetgever ervan uit gaat dat de man waarmee de vrouw (moeder) gehuwd is ook de biologisch vader
is en dus juridisch vader wordt. Bij de erkenning kan het een rol spelen, artikel 1:203 e.v. BW, maar
erkenning is in de eerste plaats een rechtshandeling, geen waarheidshandeling. (Let wel op de rol van het
biologische ouderschap ingeval de toestemming van moeder ontbreekt 1:204 lid 3 BW), bij gerechtelijke
vaststelling van het vaderschap speelt het een duidelijke rol, zie artikel 1:207 lid 1 BW. Bij adoptie speelt
biologische afstamming weer geen rol. Voorbeelden:
- Een gehuwde vrouw die een kind krijgt van haar minnaar
- Een vrouw die een kind krijgt van een donor conform 1:198 lid 1 onder b
- Een man die een kind van een vrouw erkent, waarvan hij niet de biologische vader is
- Vaststelling ouderschap ingeval van twee moeders
- Ingeval van adoptie
Vraag 4: Jhelisa is gehuwd met Pasha; samen hebben zij twee kinderen, Samuel en Chloé. Uit een eerder
huwelijk heeft Jhelisa al een dochter, Lauren. Samuel gaat samenwonen met Mila en krijgt een dochter,
Yasmina, die door hem wordt erkend. Chloé trouwt met Oliver en zij adopteren twee kinderen, Nadine en
Harvey. Na Pasha’s overlijden gaat Jhelisa een geregistreerd partnerschap aan met Keano. Geef
gemotiveerd aan of er bloed- of aanverwantschap bestaat − en zo ja in welke graad en welke linie −
tussen:
A. Jhelisa en Pasha
B. Pasha en Harvey
C. Yasmina en Nadine
D. Samuel en Lauren
, E. Keano en Harvey
F. Oliver en Lauren
Antwoord: Voor het vaststellen van de graden van bloedverwantschap dient men steeds de geboorten te
tellen die nodig zijn om van de persoon die uw ‘startpunt’ is, te komen tot de persoon die ‘eindpunt’ is.
Men onderscheidt hierbij de rechte linie (ascendenten en descendenten, ouders en kinderen) en de zijlinie
(alle niet-rechte linieverwanten). Bij bloed- en aanverwantschap in de rechte linie telt men uitsluitend de
geboorten ‘naar boven’ of ‘naar beneden’. Zo is de overgrootmoeder van A diens bloedverwant in de
derde graad (A is startpunt: moeder, grootmoeder, overgrootmoeder of vader, grootvader,
overgrootvader).
Om verwantschap in de zijlinie in graden aan te geven, moet men vanaf het ‘startpunt’ eerst de
gemeenschappelijke stamvader of stammoeder vinden en vandaar weer ‘afdalen’ tot het doel is bereikt.
Wil men de verwantschap weten tussen A en diens nichtje, de dochter van de broer van A, dan moet men
eerst een stap naar boven (vader of moeder van A en diens broer is de gemeenschappelijke stamouder),
dan n naar beneden (broer) en vervolgens nog n naar beneden (dochter van broer). Tussen A en diens
nichtje bestaat dus bloedverwantschap in de derde graad in de zijlinie.
Bloedverwantschap is in artikel 1:3 BW een juridisch begrip, dat zelfs niet pretendeert om overeen te
komen met het biologische begrip. Immers, erkenning en met name adoptie tellen als een geboorte.
Aanverwant is men van de bloedverwanten van de echtgenoot of geregistreerde partner in dezelfde graad
als de bloedverwantschap bestaat. Deze relatie is wederzijds, zodat men ook kan stellen dat men
aanverwant is van de echtgenoten van eigen bloedverwanten. Er bestaat tussen echtgenoten
onderling geen aanverwantschap. Het aanverwantschap wordt niet opgeheven door het eindigen van het
huwelijk of het geregistreerde partnerschap. Voor de voorbeelden betekent dit:
- Jhelisa en Pasha zijn echtgenoten. Door een huwelijk ontstaat tussen de echtgenoten geen
bloedverwantschap en geen aanverwantschap: Jhelisa en Pasha zijn niet verwant
- Pasha en Harvey. Pasha is de grootvader van Harvey. Bloedverwantschap in de tweede graad in de
rechte linie
- Yasmina en Nadine. Yasmina en Nadina zijn nichtjes. Bloedverwantschap in de vierde graad in de
zijlinie
- Samuel en Lauren. Samuel en Lauren zijn halfbroer en halfzus. Bloedverwantschap (zij het alleen van
moeders kant) in de tweede graad in de zijlinie
- Keano en Harvey. Tussen Keano en Harvey bestaat aanverwantschap (in dezelfde graad als er
bloedverwantschap bestaat tussen Keano’s geregistreerde partner Jhelisa en Harvey) in de tweede graad
rechte linie.
- Oliver en Lauren. Oliver en Lauren zijn zwager/schoonzus. Oliver is de echtgenoot van Chloé. Hij is
slechts aanverwant aan Lauren als er bloedverwantschap bestaat tussen Chloé en Lauren. Die
bloedverwantschap is er: tweede graad (zij het alleen van moeders kan, in de zijlinie), dus Oliver is
aanverwant aan Lauren in de tweede graad in de zijlinie.