Hoorcollege 18
HIV-infectie en verloop
• In het bloed zit is ongeveer 25% van de T-helper cellen CCR5+ en dit verklaart de dip van 25%
in CD4+ cellen na HIV-infectie
• HIV infecteert een cel en HIV-deeltjes worden geproduceerd en uitgescheiden door de host
cel
o Macrofagen eten de HIV-deeltjes op en plaatsen peptiden van HIV op hun MHC-II
o Een T-helper bindt en activeert zo B-cellen of CD8 T-cellen die HIV en HIV
geïnfecteerde cellen verder aanvallen
• Macrofagen kunnen ook geïnfecteerd worden door HIV
o Raken vaak, samen met DC’s, als eerste geïnfecteerd
o Is niet bekend of macrofaag infectie de overhand heeft of dat de macrofaag juist
functioneel is
Escape mutants
• Evolutie van HIV
• Verandering in het spike eiwit van HIV, ontsnapt zo aan het immuunsysteem (antilichamen
en CTLs)
• Een mutatie in een antilichaam epitoop is minder ernstig voor de werking van het
antilichaam dan een mutatie in een CTL epitoop voor de werking van een CTL
o Dit komt doordat het antilichaam epitoop veel groter is dan het CTL epitoop
• Iemand wordt meestal besmet met een aantal virusdeeltjes die net iets anders zijn
o De snelst delende en fitste variant overleefd
• Later ontstaan er meerdere varianten die misschien minder snel repliceren maar wel
ontsnappen aan het immuunsysteem
• Des te beter de initiële afweer, des te lager het set-point
• Diversity break-point ® HIV wordt zo divers dat het immuunsysteem het niet meer aan kan
Immuun dominantie
• Bij een eerste infectie is er een sterke respons
o Er zijn +/- 1 tot 10 MHC-peptiden
o Het type MHC is belangrijk voor de bindingssterkte aan het peptide
§ MHC B27 ® geen genetische variatie
§ MHC B8 ® respons tegen verschillende peptiden
• Een dominante CTL-respons wordt gestart tegen de meest dominante HIV-variant
o Dit wordt minder effectief als er andere virusvarianten ontstaan met andere
epitopen
o Hierdoor moeten er meerdere CTL-responses gevormd worden en dit kost veel tijd
en is dus niet meer efficiënt
• Wat voor vaccin is efficiënt, een vaccin tegen een X aantal varianten of een vaccin tegen
geconserveerde epitopen?
o Afhankelijk van hoe HIV zich in het lichaam gedraagt is de een beter dan de ander
• Env-peptiden gepresenteerd op MHC zijn zo variabel dat je er geen goede immuunrespons
van krijgt en de viremie gaat niet omlaag
• Gag-peptiden gepresenteerd op MHC leveren wel een goede immuunrespons op waardoor
de viremie omlaaggaat
o Je wil dus Gag-eiwitten in een vaccin hebben
HIV-infectie en verloop
• In het bloed zit is ongeveer 25% van de T-helper cellen CCR5+ en dit verklaart de dip van 25%
in CD4+ cellen na HIV-infectie
• HIV infecteert een cel en HIV-deeltjes worden geproduceerd en uitgescheiden door de host
cel
o Macrofagen eten de HIV-deeltjes op en plaatsen peptiden van HIV op hun MHC-II
o Een T-helper bindt en activeert zo B-cellen of CD8 T-cellen die HIV en HIV
geïnfecteerde cellen verder aanvallen
• Macrofagen kunnen ook geïnfecteerd worden door HIV
o Raken vaak, samen met DC’s, als eerste geïnfecteerd
o Is niet bekend of macrofaag infectie de overhand heeft of dat de macrofaag juist
functioneel is
Escape mutants
• Evolutie van HIV
• Verandering in het spike eiwit van HIV, ontsnapt zo aan het immuunsysteem (antilichamen
en CTLs)
• Een mutatie in een antilichaam epitoop is minder ernstig voor de werking van het
antilichaam dan een mutatie in een CTL epitoop voor de werking van een CTL
o Dit komt doordat het antilichaam epitoop veel groter is dan het CTL epitoop
• Iemand wordt meestal besmet met een aantal virusdeeltjes die net iets anders zijn
o De snelst delende en fitste variant overleefd
• Later ontstaan er meerdere varianten die misschien minder snel repliceren maar wel
ontsnappen aan het immuunsysteem
• Des te beter de initiële afweer, des te lager het set-point
• Diversity break-point ® HIV wordt zo divers dat het immuunsysteem het niet meer aan kan
Immuun dominantie
• Bij een eerste infectie is er een sterke respons
o Er zijn +/- 1 tot 10 MHC-peptiden
o Het type MHC is belangrijk voor de bindingssterkte aan het peptide
§ MHC B27 ® geen genetische variatie
§ MHC B8 ® respons tegen verschillende peptiden
• Een dominante CTL-respons wordt gestart tegen de meest dominante HIV-variant
o Dit wordt minder effectief als er andere virusvarianten ontstaan met andere
epitopen
o Hierdoor moeten er meerdere CTL-responses gevormd worden en dit kost veel tijd
en is dus niet meer efficiënt
• Wat voor vaccin is efficiënt, een vaccin tegen een X aantal varianten of een vaccin tegen
geconserveerde epitopen?
o Afhankelijk van hoe HIV zich in het lichaam gedraagt is de een beter dan de ander
• Env-peptiden gepresenteerd op MHC zijn zo variabel dat je er geen goede immuunrespons
van krijgt en de viremie gaat niet omlaag
• Gag-peptiden gepresenteerd op MHC leveren wel een goede immuunrespons op waardoor
de viremie omlaaggaat
o Je wil dus Gag-eiwitten in een vaccin hebben