Essay 4| Sociale en economische veranderingen in West-Europa in
de periode 900 - 1150
In de periode 900 tot 1150 in West-Europa hebben er sociale en economische
veranderingen plaatsgevonden ten opzichte van de Karolingische periode (750 tot 900).
Deze veranderingen hebben een onderlinge samenhang waardoor ze elkaar versterken.
Om te beginnen waren er agrarische ontwikkelingen waardoor de opbrengst van het
land steeg en er meer verschillende gewassen werden verbouwd. De ontwikkelingen in
kwestie zijn het in gebruik nemen van het drieslagstelsel en ploegen die getrokken werden
door paarden. Er ontstonden surplussen aan landbouwproducten waardoor er de ruimte
ontstond voor men om zich te gaan specialiseren in andere gewassen of in een heel ander
vak.
Daarnaast waren er demografische veranderingen, die grotendeels veroorzaakt
werden door het surplus aan landbouwproducten; de bevolking kon groeien en de mensen
werden gezonder. Men zag dus een toegenomen bevolking die niet meer alleen op het
platteland hoefde te werken, maar zich kon gaan specialiseren om werk te vinden in de stad.
Er was ook sprake van herleving van de steden door alle voormalige boeren of
gevluchte horigen die zich er hadden gevestigd. Zij vestigden zich in de buurt van
waterwegen, kastelen en kloosters of restanten van oude muren etc. Men kon er
professioneel een ambacht uitoefenen en sloot zich aan bij een gilde. Ook werden er
markten georganiseerd en kwamen er handelaren in de steden. De steden bleven steeds
meer opbloeien en raakten vol met huisjes en winkels.
Er traden ook commerciële veranderingen op. Handelaren konden hun handelswaar
verkopen op de markten binnen de steden en op deze manier veel geld verdienen. Voor
ambachtslieden waren er gilden die alle omstandigheden omtrent hun eigen ambacht
bepaalden, zoals de methoden, wie wel en niet opgeleid werd en welke prijs een product
had. Sommige ambachtslieden of handelaren waren zelfstandig en moesten toestemming
krijgen van hogerop om zonder gilde een beroep uit te oefenen. Zij mochten dan zelf hun
prijzen bepalen, in tegenstelling tot hen die bij de gilde behoorden. De gilde bood echter wel
zekerheid voor een plek op de markt.
Samengevat zijn er in de periode 900 tot 1150 veel dingen veranderd ten opzichte
van het Karolingische Rijk. De agrarische, demografische, stedelijke en commerciële
veranderingen hebben voor een grotere en gezondere bevolking en een opbloei in de
economie gezorgd.
de periode 900 - 1150
In de periode 900 tot 1150 in West-Europa hebben er sociale en economische
veranderingen plaatsgevonden ten opzichte van de Karolingische periode (750 tot 900).
Deze veranderingen hebben een onderlinge samenhang waardoor ze elkaar versterken.
Om te beginnen waren er agrarische ontwikkelingen waardoor de opbrengst van het
land steeg en er meer verschillende gewassen werden verbouwd. De ontwikkelingen in
kwestie zijn het in gebruik nemen van het drieslagstelsel en ploegen die getrokken werden
door paarden. Er ontstonden surplussen aan landbouwproducten waardoor er de ruimte
ontstond voor men om zich te gaan specialiseren in andere gewassen of in een heel ander
vak.
Daarnaast waren er demografische veranderingen, die grotendeels veroorzaakt
werden door het surplus aan landbouwproducten; de bevolking kon groeien en de mensen
werden gezonder. Men zag dus een toegenomen bevolking die niet meer alleen op het
platteland hoefde te werken, maar zich kon gaan specialiseren om werk te vinden in de stad.
Er was ook sprake van herleving van de steden door alle voormalige boeren of
gevluchte horigen die zich er hadden gevestigd. Zij vestigden zich in de buurt van
waterwegen, kastelen en kloosters of restanten van oude muren etc. Men kon er
professioneel een ambacht uitoefenen en sloot zich aan bij een gilde. Ook werden er
markten georganiseerd en kwamen er handelaren in de steden. De steden bleven steeds
meer opbloeien en raakten vol met huisjes en winkels.
Er traden ook commerciële veranderingen op. Handelaren konden hun handelswaar
verkopen op de markten binnen de steden en op deze manier veel geld verdienen. Voor
ambachtslieden waren er gilden die alle omstandigheden omtrent hun eigen ambacht
bepaalden, zoals de methoden, wie wel en niet opgeleid werd en welke prijs een product
had. Sommige ambachtslieden of handelaren waren zelfstandig en moesten toestemming
krijgen van hogerop om zonder gilde een beroep uit te oefenen. Zij mochten dan zelf hun
prijzen bepalen, in tegenstelling tot hen die bij de gilde behoorden. De gilde bood echter wel
zekerheid voor een plek op de markt.
Samengevat zijn er in de periode 900 tot 1150 veel dingen veranderd ten opzichte
van het Karolingische Rijk. De agrarische, demografische, stedelijke en commerciële
veranderingen hebben voor een grotere en gezondere bevolking en een opbloei in de
economie gezorgd.