Samenvatting Periode 5 leerjaar 2
MK
“Medische kennis” H3 Bloedvaten H4 Hart
Geneesmiddelenkennis voor doktersassistenten” H7 Bloedsomloop
“Anatomie en fysiologie” H2 Circulatie
“Eigen spreekuur en chronische ziekten” H2 Hart – en vaataandoeningen
PS
Medische achtergronden bij triage” H12 Hartkloppingen H24 Pijn op de borst
Poliklinieken, jeugdgezondheidszorg en arbodienst H3 Polikliniek cardiologie H14 Beeldvormend
onderzoek H15 Scintigrafie
“Eigen spreekuur en chronische ziekten”
MK/PS Syllabus: “Zelfstandig af te handen hulpvragen” (onderwerpen worden aangegeven in de les)
OM
Het grote vaardigheden boek H8 H9 H10 H14 H19 H20 + PowerPoint
Gesprekstechnieken
MTH
Medisch-technisch handelen voor doktersassistenten H3 Instrumentenkennis 3.2 Instrumenten:
tot KNO
H6 Behandelen
6.2 Werkwijze wondbehandeling:
wondexcisie of wondtoilet, wondsluiting,
hechten van een wond, keuze van een
wondbedekker, hechtingen verwijderen
6.4 Kleine chirurgie
,MK, Anatomie, Circulatie
Hart pompt het bloed met alle voedingsstoffen en zuurstof via het bloedvatenstelsel naar alle
weefsel. Hart is een vitaal orgaan – levend orgaan
Bloed bevat
Zuurstof
Voedingsstoffen
Koolstofdioxide
Afvalstoffen
Gaan verloren via de Lever
Urine
Longen
Nieren
Zuurstof rijk bloed is altijd rood bloed – in de slagader
Zuurstof arm bloed is altijd donker bloed, paars/donker
blauw – in de ader
Bloedsomloop
Grote bloedsomloop gaat naar alle weefsels
Kleine bloedsomloop gaat van longen naar hart, via longen wordt zuurstof uit het bloed en CO2
uitgeademd.
Zuurstof arm bloed komt binnen via bovenste en onderste holle ader in de rechter boezen – dan in
de rechter kamer – naar de longslagader – naar de longen.
Zuurstof rijk bloed vanaf de longslagader naar de – linkerboezem – linkerkamer – aorta- door naar
alle andere weefsels
Het hart ligt in de borstholte tussen de longen.
De basis van het hart is boven in waar de bloedvaten uit het hart gaat naar de weefsels. De hartpunt.
Het hart is één grote spier die van binnen eigenlijk hol is.
Via de kransslagader krijgt het hart zuurstof.
Het hart bestaat uit 4 delen:
1. Rechterboezem Rechter atrium Boven en Onderste holle ader en kransader
2. Rechterkamer Rechter Ventrikel Slagaderstam – Rechter en
Linkerlongslagader
3. Linkerboezem Linker Atrium Monden 4 longaders uit
4. Linkerkamer Linker Ventrikel Aorta (slagader)
Tussen de boezem en de kamer zitten de Atrioventriculaire kleppen (AV) kleppen. Regelt het bloed
tussen boezem en kamer van de linkerharthelft en rechterharthelft.
Arteriële kleppen, zitten bij de overgang van de kamers naar de lichaamsslagaders. Dit is om ervoor
te zorgen dat het bloed niet terug loopt.
, De hartwand bestaat uit 4 lagen:
Endocard, binnenbekleding , bloed stroomt hierlangs
Myocard, dikke laag dwarsgestreept spierweefsel maar onwillekeurig, wordt gevoed door de
kransslagader.
Linker helft van het myocard is dikker omdat de linkerharthelft meer kracht moet zetten om het
bloed naar de weefsels te pompen.
Epicard, de buitenste laag van het hart
Pericard, het hartzakje zorgt voor bescherming
Functie van hart en bloedvatenstelsel: zuurstof vervoeren naar alle weefsels en afvalstoffen
afvoeren vanuit de weefsels.
Bloedvaten
Slagader (arterie) altijd zuurstofrijk, van het hart af. LONGSLAGADER ZUURSTOF ARM.
“Kloppen” wat je voelt is het uitzetten van de vaatwand.
Heeft een dikke elastische wand
Aders (vene) Naar het hart toe, zuurstofarm. LONGADER ZUURSTOF RIJK
Dunne slappe wand. Heeft niet veel druk. Er zitten kleppen in de bloedvaten om het bloed niet terug
te laten stromen maar naar het hart toe te stuwen. Hier zit het meeste bloed in 75% want hier blijft
et even hangen. In de onderste holle ader komen alle aderen van het onderlichaam uit.
De bovenste holle ader verzamelt alle bloed vanuit het bovenlichaam. Komen allebei uit in de
rechter boezem.
Haarvaten (capillaire) Hier vind de uitwisselingen van zuurstof en voedingsstoffen plaats en ook
worden hier afvalstoffen opgenomen.
De wand is 1 laag dik, zit bij de overgang van slagader naar ader.
Bloed gaat terug naar het hart door:
1. Spierbeweging
a. Stuwt het bloed weer naar boven
2. Kleppen
a. Houden het bloed tegen zodat het niet terug stroomt
3. Zuigkracht borstkas
a. Trekt het bloed weer naar het hart toe
Beenaderen
2 adersystemen, diepe systeem en oppervlakkig systeem.
Diepliggende aderen: stuwen het bloed omhoog naar het hart toe, soort spierpomp.
Oppervlakkige aderen: bloed stroomt minder snel zijn verbonden met dieper liggend systeem via
korte verbindingsaders.
Kransslagader zorgt voor de bloedvoorziening van het hart zelf. Vanuit de aorta gaan gelijk 2
slagaders naar het hart terug, Dit zijn de kransslagaders.
Kransslagaders, haarvaten en kransaders Coronair vaten
Halsslagader, arteria carotis
Geeft bloed en zuurstof aan de hersenen.
MK
“Medische kennis” H3 Bloedvaten H4 Hart
Geneesmiddelenkennis voor doktersassistenten” H7 Bloedsomloop
“Anatomie en fysiologie” H2 Circulatie
“Eigen spreekuur en chronische ziekten” H2 Hart – en vaataandoeningen
PS
Medische achtergronden bij triage” H12 Hartkloppingen H24 Pijn op de borst
Poliklinieken, jeugdgezondheidszorg en arbodienst H3 Polikliniek cardiologie H14 Beeldvormend
onderzoek H15 Scintigrafie
“Eigen spreekuur en chronische ziekten”
MK/PS Syllabus: “Zelfstandig af te handen hulpvragen” (onderwerpen worden aangegeven in de les)
OM
Het grote vaardigheden boek H8 H9 H10 H14 H19 H20 + PowerPoint
Gesprekstechnieken
MTH
Medisch-technisch handelen voor doktersassistenten H3 Instrumentenkennis 3.2 Instrumenten:
tot KNO
H6 Behandelen
6.2 Werkwijze wondbehandeling:
wondexcisie of wondtoilet, wondsluiting,
hechten van een wond, keuze van een
wondbedekker, hechtingen verwijderen
6.4 Kleine chirurgie
,MK, Anatomie, Circulatie
Hart pompt het bloed met alle voedingsstoffen en zuurstof via het bloedvatenstelsel naar alle
weefsel. Hart is een vitaal orgaan – levend orgaan
Bloed bevat
Zuurstof
Voedingsstoffen
Koolstofdioxide
Afvalstoffen
Gaan verloren via de Lever
Urine
Longen
Nieren
Zuurstof rijk bloed is altijd rood bloed – in de slagader
Zuurstof arm bloed is altijd donker bloed, paars/donker
blauw – in de ader
Bloedsomloop
Grote bloedsomloop gaat naar alle weefsels
Kleine bloedsomloop gaat van longen naar hart, via longen wordt zuurstof uit het bloed en CO2
uitgeademd.
Zuurstof arm bloed komt binnen via bovenste en onderste holle ader in de rechter boezen – dan in
de rechter kamer – naar de longslagader – naar de longen.
Zuurstof rijk bloed vanaf de longslagader naar de – linkerboezem – linkerkamer – aorta- door naar
alle andere weefsels
Het hart ligt in de borstholte tussen de longen.
De basis van het hart is boven in waar de bloedvaten uit het hart gaat naar de weefsels. De hartpunt.
Het hart is één grote spier die van binnen eigenlijk hol is.
Via de kransslagader krijgt het hart zuurstof.
Het hart bestaat uit 4 delen:
1. Rechterboezem Rechter atrium Boven en Onderste holle ader en kransader
2. Rechterkamer Rechter Ventrikel Slagaderstam – Rechter en
Linkerlongslagader
3. Linkerboezem Linker Atrium Monden 4 longaders uit
4. Linkerkamer Linker Ventrikel Aorta (slagader)
Tussen de boezem en de kamer zitten de Atrioventriculaire kleppen (AV) kleppen. Regelt het bloed
tussen boezem en kamer van de linkerharthelft en rechterharthelft.
Arteriële kleppen, zitten bij de overgang van de kamers naar de lichaamsslagaders. Dit is om ervoor
te zorgen dat het bloed niet terug loopt.
, De hartwand bestaat uit 4 lagen:
Endocard, binnenbekleding , bloed stroomt hierlangs
Myocard, dikke laag dwarsgestreept spierweefsel maar onwillekeurig, wordt gevoed door de
kransslagader.
Linker helft van het myocard is dikker omdat de linkerharthelft meer kracht moet zetten om het
bloed naar de weefsels te pompen.
Epicard, de buitenste laag van het hart
Pericard, het hartzakje zorgt voor bescherming
Functie van hart en bloedvatenstelsel: zuurstof vervoeren naar alle weefsels en afvalstoffen
afvoeren vanuit de weefsels.
Bloedvaten
Slagader (arterie) altijd zuurstofrijk, van het hart af. LONGSLAGADER ZUURSTOF ARM.
“Kloppen” wat je voelt is het uitzetten van de vaatwand.
Heeft een dikke elastische wand
Aders (vene) Naar het hart toe, zuurstofarm. LONGADER ZUURSTOF RIJK
Dunne slappe wand. Heeft niet veel druk. Er zitten kleppen in de bloedvaten om het bloed niet terug
te laten stromen maar naar het hart toe te stuwen. Hier zit het meeste bloed in 75% want hier blijft
et even hangen. In de onderste holle ader komen alle aderen van het onderlichaam uit.
De bovenste holle ader verzamelt alle bloed vanuit het bovenlichaam. Komen allebei uit in de
rechter boezem.
Haarvaten (capillaire) Hier vind de uitwisselingen van zuurstof en voedingsstoffen plaats en ook
worden hier afvalstoffen opgenomen.
De wand is 1 laag dik, zit bij de overgang van slagader naar ader.
Bloed gaat terug naar het hart door:
1. Spierbeweging
a. Stuwt het bloed weer naar boven
2. Kleppen
a. Houden het bloed tegen zodat het niet terug stroomt
3. Zuigkracht borstkas
a. Trekt het bloed weer naar het hart toe
Beenaderen
2 adersystemen, diepe systeem en oppervlakkig systeem.
Diepliggende aderen: stuwen het bloed omhoog naar het hart toe, soort spierpomp.
Oppervlakkige aderen: bloed stroomt minder snel zijn verbonden met dieper liggend systeem via
korte verbindingsaders.
Kransslagader zorgt voor de bloedvoorziening van het hart zelf. Vanuit de aorta gaan gelijk 2
slagaders naar het hart terug, Dit zijn de kransslagaders.
Kransslagaders, haarvaten en kransaders Coronair vaten
Halsslagader, arteria carotis
Geeft bloed en zuurstof aan de hersenen.