H1 - Perspectives on Learning
The importance of learning
Defining learning
Types of learning research
Leerprincipes en leertheorieën
Evolutie leertheorieën
Voordelen en nadelen van theorieën
The importance of learning
Veel gedrag van mensen is niet van nature aanwezig en moet aangeleerd worden, bijvoorbeeld hoe we voor
kinderen moeten zorgen.
Het is uniek dat wij mensen ontzettend veel kunnen leren.
Defining learning
Leren - Een langdurige verandering in mentale representaties of associaties als gevolg van ervaring.
Verandering op lange termijn, maar niet altijd voor altijd.
Mentale representaties of associaties.
Een verandering als resultaat van ervaring.
Hoeft niet actief. Als de lerende iets overkomt, dan leert hij daar passief van.
Er zijn psychologen die vinden dat leren niet het veranderen van mentale processen is, maar van gedrag. Dit zijn
veranderingen die we namelijk kunnen observeren.
Types of learning research
Basic research - Specifieke leerprocessen onderzoeken onder gecontroleerde bepaalde omstandigheden
door te kijken naar de reacties van mensen to contrived learning experiences.
Applied research - Het leren van mensen onderzoeken in een setting die meer overeenkomt met de
werkelijkheid
Soorten data:
Quantitative - De data is in de vorm van cijfers.
Qualitative - De data is in de vorm van complexe woorden en beschrijvingen van gedrag wat beoordeelt moet
worden.
Leerprincipes en leertheorieën
Consistente patronen in onderzoeksbevindingen kunnen leiden tot generalisaties over leerprocessen waaruit
leerprincipes en leertheorieën kunnen ontstaan.
Learning principles - Beschrijven stabiele factoren die leren beïnvloeden en de bijbehorende effecten.
Bv: Reinforcement (factor=beloning, effect=toenemend gedrag).
Learning theories - Leggen uit waarom bepaalde leerfactoren belangrijk zijn.
Bv: Als mensen ergens aandacht aan geven, leren ze. Door een beloning wordt de aandacht vergroot, dus
het leren zal toenemen.
H1 - Perspectives on Learning 1
, Theorieën zijn nooit volledig waar. Door nieuw onderzoek worden ze dan ook regelmatig aangepast.
Evolutie leertheorieën
Eind 19e eeuw in de vroege psychologie domineerden structuralism en functionalism, maar hun methoden (zoals
introspection) waren niet objectief genoeg. Dit was de aanleiding van behaviorisme. Deze leertheorie richt zich
op observeerbaar gedrag (responses) en dingen die in de omgeving gebeuren (stimuli). Later ontstond de social
learning theory die benadrukt dat mensen ook leren door elkaar te observeren.
Tegelijkertijd onderzochten Europese psychologen cognitieve processen, zoals Piaget die keek naar de
ontwikkeling van denken bij kinderen. Hieruit ontstond het cognitivism met de social cognitive theory.
Verder ontwikkelden zich sociocultural theories. Dit plaats leren in sociale en culturele omgevingen. Als er nog
meer contexten zijn verbonden met het menselijk leren, fysieke handelingen en emoties, dan spreken we van
contextual theories. Als deze contexten veel lagen hebben en met elkaar verbonden zijn zijn het systems
theories.
Met moderne technologie groeide ook de cognitive neuroscience die de wisselwerking tussen brein en leren
onderzoekt.
Voordelen en nadelen van theorieën
Voordelen:
Integreren veel onderzoeksresultaten en principes.
Leiden tot nieuwe onderzoeksvragen en voorspellingen.
Zorgen dat losse onderzoeksbevindingen uitgelegd kunnen worden.
H1 - Perspectives on Learning 2
, Helpen bij het ontwerpen van effectieve onderwijs- en therapiestrategieën.
Nadelen:
Geen enkele theorie verklaart alles wat onderzoekers hebben ontdekt over leren. De meeste theorieën
focussen zich alleen op bepaalde vormen van leren.
Theorieën beïnvloeden de onderzoeksbevindingen die gepubliceerd zijn, wat leidt tot een vertekend beeld.
Bv: Onderzoekers die volledig overtuigd zijn van een bepaalde theorie, zijn minder geneigd om
onderzoeksresultaten te publiceren die het tegendeel van hun theorie bewijzen.
H1 - Perspectives on Learning 3
, ✏️
H2 - Learning and the Brain
Zenuwstelsel
Centrale en perifere zenuwstelsel
Basisbouwstenen zenuwstelsel
Soorten neuronen
Onderdelen neuron
Myelination
Hersenstructuren en functies
Reflexen
Methoden in hersenonderzoek
Key structures in the brain
Hemispheres
Lobben
Interconnectedness of brain structures
Ontwikkeling van de hersenen
Prenetal development
Development in infancy and early childhood
Development in middle childhood, adolescence and adulthood
Factoren die de hersenontwikkeling beïnvloeden
Critical and sensitive period
Brain plasticity
The neurological base of learning
Key takeaways
Zenuwstelsel
Zenuwstelsel - Complex netwerk van zenuwen dat het communicatiesysteem van het lichaam vormt.
Taken: Overleven, stimuli herkennen, emoties voelen, bewust denken.
Centrale en perifere zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen:
Central nervous system (centrale zenuwstelsel) - Bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Het vormt het
coördinatiecentrum van het zenuwstelsel. Het verbindt waarnemingen (bv zien en horen) aan acties (bv
armbewegingen).
Peripheral nervous system (perifere zenuwstelsel) - Het boodschapperssysteem dat informatie van
receptorcellen naar het centrale zenuwstelsel brengt en instructies terugstuurt naar het lichaam.
Receptor cells (receptorcellen) - Gespecialiseerde cellen die bepaalde soorten stimulatie detecteren uit de
omgeving (bv geluid).
Basisbouwstenen zenuwstelsel
Drie basisbouwstenen van het zenuwstelsel:
Neurons (neuronen, zenuwcellen) - De cellen die informatie overbrengen en coördineren.
Synapses (synapsen) - Ruimtes tussen de neuronen waarin chemische berichten worden overgedragen.
Binnen één neuron verloopt de signaaloverdracht elektrisch en tussen neuronen (waar de synapsen zijn)
chemisch.
Een neuron kan verbindingen hebben met duizenden andere neuronen.
H2 - Learning and the Brain 1