LEERDOELEN
1. Welke moeilijkheden kan de strafrechter tegenkomen bij het
bewijs van subjectieve bestanddelen opzet en schuld?
Wanneer opzet en schuld in de delictsomschrijving zijn opgenomen dan
zijn het subjectieve bestanddelen. Dan moeten deze twee worden
bewezen en worden ze niet meer aangenomen indien er geen verweer
op wordt vervoerd zoals dat wel is indien ze functioneren als
elementen. De rechter zal dan de opzet of schuld moeten bewijzen
maar dat is lastig omdat je nooit precies weet met welke intentie een
dader heeft gehandeld.
Gedraging en subjectieve gesteldheid (bepaalde gedachtegang) als
je alleen maar iets denkt maar niet uitvoert, ben je niet strafbaar (geen
intentiestrafrecht in NL) intentie is niet voldoende een gedraging
zonder intentie is ook niet strafbaar.
Het objectieve kun je vaak best makkelijk bewijzen , maar het
subjectieve is moeilijker te bewijzen dat nuanceverschil.
Soorten schuld:
Roekeloosheid HR Kat en muisspel – een zeer ernstig gevaar in
het leven roepen waarvan de verdachte op de hoogte was. – de
rechter moet dit goed motiveren. Dus het is lastig, alle losse
strafverhogingsgronden bestonden al en gelden dus niet als
strafverzwarend. Het moet dus gaan om hele uitzonderlijke
situaties, iemand gebruikt de weg op een hele andere manier dan
de bedoeling is. Dus al die losse omstandigheden worden nu (in
het voorstel) geschrapt en dat wordt dan roekeloosheid.
Bewuste schuld = je hebt gezien dat er een gevaar ontstaan is,
maar je denkt dat het niet zal intreden. Het verschil met
voorwaardelijke opzet zit hem in het willen, bij voorwaardelijke
opzet heb je het op de koop toegenomen terwijl bij bewuste
schuld het aspect willen helemaal afwezig was.
Het is gevaarlijk wat ik doe het zal wel loslopen, een naïeve
simpele (bewuste schuld)
Ik ben bewust maar whatever, fuck it , koste wat het kost
(voorwaardelijk opzet)
Onbewuste schuld = je hebt het gevaar niet voorzien, maar je
had het wel moeten zien.
Graden van opzet:
, Voorwaardelijke opzet – het aanvaarden van de aanmerkelijke
kans
Beoogd opzet – de opzet zag op het doel
Noodzakelijkheidsbewustzijn – je hebt een bepaald doel maar
voor dat doel treedt en niet gewild gevolg in maar door het dan
toch te doen heb je de opzet.
Probleem: je kunt niet naar de intentie kijken en daarom objectiveren en
normativeren. je kijkt naar de uiterlijke verschijningsvorm daar kijk je naar
om te beoordelen welk opzet sprake is of schuld. objectiveren. En je gaat
normativeren dan kijk je naar de algemene ervaringsregels. (wat zou de
gemiddelde persoon gewild hebben en op basis daarvan een stikkertje
erop plakken).
Kijk naar wat in de meeste gevallen, het geval zal zijn geweest het kan
dus zijn dat je iets te laste hebt gelegd wat die persoon niet gedacht heeft.
We hebben voorwaardelijke opzet omdat je beoogd opzet moeilijk vaak
kunt bewijzen omdat het makkelijker te bewijzen is als je de intentie niet
kunt zien.
2. Welke moeilijkheden kan de strafrechter tegenkomen bij het
vaststellen van oorzakelijk verband tussen oorzaak en
gevolg (causaal verband)?
Het vaststellen van het oorzakelijk verband, ook wel het causaal
verband genoemd, kan voor strafrechters enige moeilijkheden met zich
meebrengen. Enkele van deze moeilijkheden zijn:
1. Complexiteit van gebeurtenissen: In sommige gevallen kan het
moeilijk zijn om de oorzaak en het gevolg rechtstreeks aan elkaar te
koppelen, vooral als er meerdere gebeurtenissen plaatsvinden die het
resultaat beïnvloeden. Dit wordt vaak ingewikkelder bij complexe
situaties.
2. Tijdsverloop: Soms kan er aanzienlijk tijdsverloop zijn tussen de
vermeende oorzaak en het gevolg. Het wordt dan een uitdaging om
vast te stellen of de oorzaak inderdaad het gevolg heeft veroorzaakt,
vooral als er andere factoren in het spel zijn.
3. Interveniërende gebeurtenissen: Het kan zijn dat er andere
gebeurtenissen of factoren zijn die plaatsvinden tussen de vermeende
oorzaak en het gevolg. Deze interventies kunnen het verband
bemoeilijken en twijfel oproepen over de directe relatie tussen oorzaak
en gevolg.
4. Onzekerheid en gebrek aan bewijs: Soms is er onvoldoende
bewijs om een sluitend verband te bewijzen. Dit kan te wijten zijn aan
, onduidelijkheid over de feitelijke gebeurtenissen, een gebrek aan
getuigen, of andere factoren die de bewijsvoering bemoeilijken.
5. Voorzienbaarheid: Het vaststellen van oorzakelijk verband kan ook
afhangen van de vraag of de gevolgen redelijkerwijs te voorzien waren
op het moment van de vermeende oorzaak. Als de gevolgen
onvoorzienbaar waren, kan dit het verband verzwakken.
6. Medische kwesties: In sommige zaken waarbij letsel of
gezondheidskwesties een rol spelen, kan het moeilijk zijn om een
duidelijk verband vast te stellen tussen het handelen van de verdachte
en het uiteindelijke letsel of de gezondheidsproblemen.
Het vaststellen van het oorzakelijk verband vereist vaak een grondige
analyse van de feitelijke omstandigheden van de zaak, inclusief
getuigenverklaringen, forensisch bewijs en expertadviezen. Het is een
complexe juridische kwestie die een zorgvuldige beoordeling en
afweging van alle relevante factoren vereist.
Hoofdcriterium Leer van de redelijke toerekening Is het redelijk om
het gevolg aan de verdachte toe te rekenen? Voorzienbaarheid is niet
altijd beslissend. Maar redelijkheid is niet altijd voor iedereen hetzelfde.
de gevolgen van een bepaalde daad, die redelijkerwijs op het conto
van de pleger van die daad kunnen worden geschreven
Causaliteit wordt vaak niet doorbroken door medisch handelen
voorbeeld: aan het ziekenhuis omdat je door inbreker op hoofd bent
geslagen, en onderweg overleden aan te rekenen aan de inbreker
die slag op hoofd heeft gegeven
3. Welke aanknopingspunten biedt de rechtspraak van de Hoge
Raad aan feitenrechters om in de onder 1 en 2 genoemde
bewijsperikelen tot een inzichtelijke bewijsmotivering te
komen?
Bewijs van subjectieve bestanddelen (opzet en schuld):
Afhankelijkheid van verklaringen: De strafrechter is vaak
afhankelijk van verklaringen van de verdachte, getuigen, of
andere betrokkenen om de subjectieve bestanddelen zoals opzet
en schuld te bewijzen. De betrouwbaarheid van deze verklaringen
kan echter variëren en soms is er geen concrete verklaring
beschikbaar.
Ontkennen of zwijgen van de verdachte: Als de verdachte ontkent
of zwijgt, kan dit het bewijsproces bemoeilijken. Het dwingt de
rechter om andere bewijsmiddelen te gebruiken om het vereiste
opzet of schuld aan te tonen.