CURSISTNUMMER 85968439
,Inhoudsopgave
STARR-methode competentiecluster 1.......................................................................................2
STARR-methode competentiecluster 2 en 3.............................................................................. 2
STARR-methode competentiecluster 4............................................................................... 3
STARR-methode competentiecluster 5............................................................................... 4
STARR-methode competentiecluster 6....................................................................................... 5
STARR-methode competentiecluster 7.......................................................................................6
STARR-methode competentie A........................................................................................... 7
STARR-methode competentie B........................................................................................... 8
STARR-methode competentie C........................................................................................... 9
STARR-methode competentie D......................................................................................... 10
STARR-methode competentie E.......................................................................................... 11
STARR-methode competentie F.......................................................................................... 12
STARR-methode competentie G......................................................................................... 13
STARR-methode competentie H......................................................................................... 13
STARR-methode competentie I.......................................................................................... 14
STARR-methode competentie J.......................................................................................... 15
Eindevaiuatie-praktijkperiode lil.................................................................................................16
1
, STARR-methode competentiecluster 1
Bekwaamheid met betrekking tot de zorg voor patiënten en hun omgeving, en tot
communicatie en instructie
SITUATIE;
Op de poli kwam een 83-jarige man met beginnende cognitieve achteruitgang voor follow-up
na een recente programmeringsaanpassing. Zijn partner vertelde dat hij thuis onrustig werd
van “piepjes” (van de thuismonitor/saturatiemeter) en daardoor slecht sliep. De patiënt stelde
weinig vragen uit schaamte en zei vaak “het is goed”.
TAAK:
De controle protocollair uitvoeren, mogelijke oorzaken van de klachten uitsluiten, en de patiënt
en partner zó informeren dat zij alarmsignalen herkennen en weten wat wel/niet urgent is.
Expliciet toetsen of de uitleg begrepen is.
ACTIE:
• Rustig, voorspelbaar consult (“zeggen wat ik doe, dan doen wat ik zeg”).
• Logboeken en metingen samen doorgenomen; onderscheid uitgelegd tussen device-
alarmen en signalen van thuismonitor.
• Partner in eigen woorden laten herhalen wat te doen bij een alarm (teach-back).
• Een 1-pagina samenvatting met pictogrammen meegegeven (“wanneer bellen”, “wat
is normaal”, “wat is spoed”).
• Korte telefonische follow-up na één week ingepland om resterende vragen te
vangen.
RESULTAAT:
Bij de follow-up gaven zij aan dat de onrust thuis sterk was afgenomen. Ze herkenden nu niet-
urgente piepjes en wisten wat te doen bij echte alarmsignalen. Mijn begeleider
complimenteerde de combinatie van teach-back en pictogrammen en vroeg om het format
intern te delen.
REFLECTIE:
ik zie dat effectieve communicatie begint bij tempo, structuur en check op begrip. Minder tekst
en meer visueel werkt beter bij (beginnende) cognitieve problematiek. Voor verbetering wil ik
de 1-pager formaliseren (review door team/patiëntenvoorlichting) en in het EPD een korte
educatie-template toevoegen, zodat de kernboodschap consistent wordt vastgelegd.
STARR-methode competentiecluster 2 en 3
Bekwaamheid met betrekking tot het veilig methodisch, beroepsmatig kunnen handelen in
diagnostisch onderzoek en therapeutische verrichtingen.
SITUATIE:
Tijdens een routinecontrole op de pacemakerpoli kwam een 74-jarige patiënt die aangaf sinds
enkele dagen hartkloppingen en vermoeidheid te ervaren. Bij het uitlezen van het device zag
ik dat er in de logboeken meerdere episodes van atriale tachycardie waren geregistreerd.
Tegelijkertijd viel op dat de impedantie van de atriale lead licht was gestegen ten opzichte van
de vorige controle.
2