Taal Symbolisch, gedeeld communicatiesysteem met regels en
betekenis
Fonologie Studie van klanken en hun organisatie
Morfologie Opbouw van woorden uit morfemen
Syntax Structuur en regels van zinsbouw
Semantiek Betekenis van woorden en zinnen
Pragmatiek Context en sociale functie van taal
Foneem Kleinste klankeenheid zonder betekenis
Morfeem Kleinste betekenisvolle eenheid
Frasestructuur Hiërarchische organisatie van zinnen
Taalhandeling Functie van taal in interactie (assertief, directief, etc.)
Universele grammatica Aangeboren structuur die taalverwerving mogelijk maakt
Afasie Stoornis in taalbegrip of -productie
Broca- / Wernicke-gebied Hersengebieden voor productie en begrip
Sapir-Whorf Hypothese Taal beïnvloedt of bepaalt denken
Generativiteit Eindige middelen → oneindige combinaties
Statistisch leren Herkennen van patronen in taalinput
Kritieke periode Optimale fase voor taalverwerving
Lexigram Symbool dat concept of woord voorstelt
Deep learning (NLP) AI-techniek voor taalverwerking via neurale netwerken
Co-articulatie Klankvariatie afhankelijk van context
Garden-path zin Syntactisch verwarrende zin
McGurk-effect Multimodale spraakperceptie (zien + horen)
Connectionism Cognitieve processen ontstaan uit netwerken van verbonden
eenheden.
ANN Computationeel model met lagen van neuronen die informatie
, verwerken via gewichten.
PDP Parallelle verwerking met verspreide kennisrepresentaties.
Distributed representation Informatie ligt verspreid over meerdere eenheden.
Localist representation Eén neuron representeert één concept.
Backpropagation Leren door fouten terug te koppelen en gewichten aan te
passen.
Semantic network Netwerkstructuur voor kennis en relaties.
Spreading activation Activatie verspreidt zich naar gerelateerde concepten.
T.O.T. phenomenon Gevoel iets bijna te weten; gedeeltelijke activatie in semantisch
netwerk.
Graceful degradation Geleidelijke achteruitgang bij schade.
Catastrophic interference Nieuw leren overschrijft oude kennis.
Stability-plasticity dilemma Evenwicht tussen stabiliteit en leerbaarheid.
Emergent properties Nieuwe eigenschappen ontstaan uit interacties.
Small-world network Netwerk met korte afstanden en hoge clustering.
Preferential attachment Hubs ontstaan doordat populaire knopen sneller nieuwe
verbindingen aantrekken.
AIM (Affect Infusion Model) Emoties beïnvloeden de informatieverwerking in cognitieve
netwerken.
Centrality Belangrijkheid van een knoop in een netwerk.
Hebb’s law “Neurons that fire together, wire together.”
Simple/Complex/Hypercomplex Lagen van visuele verwerking van basisvormen tot complexe
cells patronen.
Anthropocene Tijdperk waarin de mens de dominante invloed is op de aarde.
Automata Idee van niet-levende objecten met intelligent gedrag.
Artificial Intelligence (AI) Technologie en wetenschap van systemen die menselijk
denken en leren nabootsen.
Cognitive Science Studie van menselijke cognitie en mentale processen.