Samenvatting algemene
bewegingspathologie
HC1: ziekten en oorzaken
Cellulaire pathologie
- Pathos = lijden, ziekte
- Logos = kennis, wetenschap, leer, kunde
- Etiologie = (leer van) oorzaak of oorzakelijke factoren
- Pathogenese = ontstaanswijze van ziekte
- Symptomen/gevolgen = manifeste ziekteverschijnselen
- Complicatie = verwikkeling
Ziekten en oorzaken
Pathogenese is het ontstaansmechanisme van een ziekte. Dit is te bekijken op
verschillende niveaus:
- Cel weefsel orgaan organisme
Een cel is de kleinste functionele eenheid die alle genetische informatie van dat
organisme bevat
- Functies van cel zijn handhaving van:
o Cellulaire energievoorziening door mitochondriën
o Selectieve permeabiliteit van membranen
o Essentiële enzymactiviteit
o Genetische informatie opgeslagen in DNA
Ziekte kan het gevolg zijn van primaire afwijkingen op drie niveaus:
1. Genetische functie
2. Fysiologische biochemische functie
3. Bouw of rangschikking van cellen, weefsels en organen
Vaak afwijkingen op elk van de niveaus
Homeostase is het dynamische evenwicht tussen beschadigde prikkels
(noxen) en zelf-herstellend vermogen op lichaams- en celniveau. Er is
homeostase van lichaamstemperatuur, hormoonspiegels, ionenconcentraties
intra- en extracellulair, bloeddruk, etc.
Bij verstoring van de homeostase spreek je van ziekte.
Noxen zijn beschadigde prikkels. Deze kunnen verschillende oorzaken hebben:
- Endogeen => vanuit organisme zelf:
o Erfelijke predispositie
o Inactiviteit
o Senescentie (veroudering)
o Stress
o Immunologische reacties
- Exogeen => van buitenaf:
o Fysisch
o Chemisch
o Intoxicatie
o Voedingsdeficiëntie
o Infecties
,Van noxe tot aanpassing in cellen
Cellen reageren op schadelijke stimuli met adaptieve processen:
- Veranderen van grootte
- Aantal cellen veranderd (meer/minder)
- Differentiatie en morfologie
Het kan ook zo zijn dat er geen adaptatie plaatsvindt regressieve
veranderingen en cel beschadiging:
- Reversibel => cel degeneratie
- Irreversibel => necrose
Adaptatie van cellen
Adaptatie is de aanpassing door wijzigen van metabolisme of groeipatroon
Adaptatie kan door verandering in:
- Grootte Atrofie = Afname celgrootte
Hypertrofie = Toename celgrootte
- Aantal Involutie = Afname aantal cellen
Hyperplasie = Toename aantal cellen
- Differentiatie Metaplasie = Overgang naar ander celtype
- Grootte, vorm & Dysplasie
organisatie (voorstadia tumor)
Atrofie is het kleiner worden van een cel, weefsel of orgaan. Dit proces kan
reversibel of irreversibel zijn.
- Fysiologisch => huid, hersenen, spieren
- Pathologisch => honger, ischemie, straling/cytostatica, spierziekte
Niet alle cellen hebben hetzelfde regeneratievermogen. Het
generatievermogen van de cellen geeft aan hoe goed de cellen kunnen
reageren op een noxe.
,Regressieve verandering reversibel
Een cel is reversibel als deze zich niet kan aanpassen aan een noxe, maar ook
niet zal sterven. Cel wordt wel minderwaardig qua structuur en functie
degeneratie. Dit kan op twee manieren:
- Intracellulair
o Enzymdefect, bijv. phenylketonurie (PKU)
o Gestoorde cellulaire energievoorziening (hart)
- Intracellulair, bindweefsel
o Hyaliene degeneratie => sclerosering, littekenweefsel, MS
o Fibrinoïde degeneratie => brandwonden
o Mucoïde degeneratie => slijmcysten, peesganglion
o Vezel degeneratie => collageen en elastine afname
Regressieve veranderingen irreversibel
Necrose (slechte celdood) is de afsterving van cellen. Het gaat hier om een
ongecontroleerde celdood. Deze is altijd het gevolg van extracellulaire prikkel. De
permeabiliteit van het membraan veranderd. Het is een ontstekingsreactie als
gevolg van de inhoud van de cel in de extracellulaire ruimte. Het lichaam ruimt
de necrotische cellen/weefsel vervolgens op.
Bij apoptose (goede celdood) gaan individuele cellen ten gronde. Dit is een
geprogrammeerde celdood en vindt niet alleen plaats bij pathologie, maar het
is ook een normaal proces. Het is belangrijk voor weefselhomeostase.
Typen necroses
- Coagulatienecrose => afsluiting arteriële bloedtoevoer
(hartinfarct)
- Colliquatienecrose => bacteriële infecties, herseninfarct
(vloeibaar worden weefsel)
- Vetnecrose => pancreas
- Fibrinoïde necrose => vasculitis
- Verkazende necrose => tuberculose
Gangreen is een combinatie van necrose en rotting ten gevolge van bacteriën.
Dit komt bijv. voor bij diabetes, bevriezing/verbranding.
Ultieme regressie => cel degeneratie weefsel degeneratie orgaan
degeneratie uitval van vitale functies/systemen
Afweerreacties
Afweerreacties zijn er om regressie te voorkomen/bestrijden en noxen te
neutraliseren
Er zijn twee soorten afweer:
- Niet-/aspecifieke afweer
o Passief => huid, slijmvliezen (pH, trilhaar), skelet, darmflora,
huidflora
o Actief => cellulair – granulocyten, lymfocyten, macrofagen
- Specifieke afweer => immuunsysteem
, De aspecifieke afweer vindt op twee niveaus plaats:
- Eerstelijns:
o Huid, haren, slijmvliezen
- Tweedelijns:
o Diverse type witte bloedcellen
Leucocyten
Neutrofile fagocyt
o Andere:
Dendritische cellen
Monocyten
Eosinofiele granulocyt
Mestcellen
Basofiele granulocyten
Bij een acute ontsteking is er een lokale reactie op weefselbeschadiging. De
ontsteking is gericht op het neutraliseren/verwijderen van schadelijke stoffen
en herstellen van de schade.
- Cellen die hierbij een rol spelen:
o Fibroblasten
o Histocyten
o Mestcellen
o Plasmacellen
Ook bindweefselvloeistof (grondsunstantie, mucoïd) en bindweefselvezels
(collageen, elastine) spelen een rol bij de afweer.
Belangrijke vasculaire verandering bij acute ontsteking:
- Dilatatie van de kleine bloedvaten
- Vertraging van de bloedstroom (diapedese)
- Toename permeabiliteit van de vaatwand waardoor diffusie van grote
hoeveelheid eiwit en vloeistof mogelijk wordt
Fasen acute ontsteking:
- Hyperaemie => histamine & bradykinine vrij vasodilatatie
o Stroomsnelheid bloed wordt verlaagd, doorbloeding wordt verhoogd
- Exsudatie => vaten worden ‘lek’, passage van water, zouten en kleine
eiwitten uit plasma naar beschadigde gebied
- Infiltratie van leucocyten – diapedese => uittreden van granulocyten,
monocyten of macrofagen en plasmacellen o.i.v. cytokines
- Proliferatie => fibroblasten, doel generatie en herstel van weefsel
o
bewegingspathologie
HC1: ziekten en oorzaken
Cellulaire pathologie
- Pathos = lijden, ziekte
- Logos = kennis, wetenschap, leer, kunde
- Etiologie = (leer van) oorzaak of oorzakelijke factoren
- Pathogenese = ontstaanswijze van ziekte
- Symptomen/gevolgen = manifeste ziekteverschijnselen
- Complicatie = verwikkeling
Ziekten en oorzaken
Pathogenese is het ontstaansmechanisme van een ziekte. Dit is te bekijken op
verschillende niveaus:
- Cel weefsel orgaan organisme
Een cel is de kleinste functionele eenheid die alle genetische informatie van dat
organisme bevat
- Functies van cel zijn handhaving van:
o Cellulaire energievoorziening door mitochondriën
o Selectieve permeabiliteit van membranen
o Essentiële enzymactiviteit
o Genetische informatie opgeslagen in DNA
Ziekte kan het gevolg zijn van primaire afwijkingen op drie niveaus:
1. Genetische functie
2. Fysiologische biochemische functie
3. Bouw of rangschikking van cellen, weefsels en organen
Vaak afwijkingen op elk van de niveaus
Homeostase is het dynamische evenwicht tussen beschadigde prikkels
(noxen) en zelf-herstellend vermogen op lichaams- en celniveau. Er is
homeostase van lichaamstemperatuur, hormoonspiegels, ionenconcentraties
intra- en extracellulair, bloeddruk, etc.
Bij verstoring van de homeostase spreek je van ziekte.
Noxen zijn beschadigde prikkels. Deze kunnen verschillende oorzaken hebben:
- Endogeen => vanuit organisme zelf:
o Erfelijke predispositie
o Inactiviteit
o Senescentie (veroudering)
o Stress
o Immunologische reacties
- Exogeen => van buitenaf:
o Fysisch
o Chemisch
o Intoxicatie
o Voedingsdeficiëntie
o Infecties
,Van noxe tot aanpassing in cellen
Cellen reageren op schadelijke stimuli met adaptieve processen:
- Veranderen van grootte
- Aantal cellen veranderd (meer/minder)
- Differentiatie en morfologie
Het kan ook zo zijn dat er geen adaptatie plaatsvindt regressieve
veranderingen en cel beschadiging:
- Reversibel => cel degeneratie
- Irreversibel => necrose
Adaptatie van cellen
Adaptatie is de aanpassing door wijzigen van metabolisme of groeipatroon
Adaptatie kan door verandering in:
- Grootte Atrofie = Afname celgrootte
Hypertrofie = Toename celgrootte
- Aantal Involutie = Afname aantal cellen
Hyperplasie = Toename aantal cellen
- Differentiatie Metaplasie = Overgang naar ander celtype
- Grootte, vorm & Dysplasie
organisatie (voorstadia tumor)
Atrofie is het kleiner worden van een cel, weefsel of orgaan. Dit proces kan
reversibel of irreversibel zijn.
- Fysiologisch => huid, hersenen, spieren
- Pathologisch => honger, ischemie, straling/cytostatica, spierziekte
Niet alle cellen hebben hetzelfde regeneratievermogen. Het
generatievermogen van de cellen geeft aan hoe goed de cellen kunnen
reageren op een noxe.
,Regressieve verandering reversibel
Een cel is reversibel als deze zich niet kan aanpassen aan een noxe, maar ook
niet zal sterven. Cel wordt wel minderwaardig qua structuur en functie
degeneratie. Dit kan op twee manieren:
- Intracellulair
o Enzymdefect, bijv. phenylketonurie (PKU)
o Gestoorde cellulaire energievoorziening (hart)
- Intracellulair, bindweefsel
o Hyaliene degeneratie => sclerosering, littekenweefsel, MS
o Fibrinoïde degeneratie => brandwonden
o Mucoïde degeneratie => slijmcysten, peesganglion
o Vezel degeneratie => collageen en elastine afname
Regressieve veranderingen irreversibel
Necrose (slechte celdood) is de afsterving van cellen. Het gaat hier om een
ongecontroleerde celdood. Deze is altijd het gevolg van extracellulaire prikkel. De
permeabiliteit van het membraan veranderd. Het is een ontstekingsreactie als
gevolg van de inhoud van de cel in de extracellulaire ruimte. Het lichaam ruimt
de necrotische cellen/weefsel vervolgens op.
Bij apoptose (goede celdood) gaan individuele cellen ten gronde. Dit is een
geprogrammeerde celdood en vindt niet alleen plaats bij pathologie, maar het
is ook een normaal proces. Het is belangrijk voor weefselhomeostase.
Typen necroses
- Coagulatienecrose => afsluiting arteriële bloedtoevoer
(hartinfarct)
- Colliquatienecrose => bacteriële infecties, herseninfarct
(vloeibaar worden weefsel)
- Vetnecrose => pancreas
- Fibrinoïde necrose => vasculitis
- Verkazende necrose => tuberculose
Gangreen is een combinatie van necrose en rotting ten gevolge van bacteriën.
Dit komt bijv. voor bij diabetes, bevriezing/verbranding.
Ultieme regressie => cel degeneratie weefsel degeneratie orgaan
degeneratie uitval van vitale functies/systemen
Afweerreacties
Afweerreacties zijn er om regressie te voorkomen/bestrijden en noxen te
neutraliseren
Er zijn twee soorten afweer:
- Niet-/aspecifieke afweer
o Passief => huid, slijmvliezen (pH, trilhaar), skelet, darmflora,
huidflora
o Actief => cellulair – granulocyten, lymfocyten, macrofagen
- Specifieke afweer => immuunsysteem
, De aspecifieke afweer vindt op twee niveaus plaats:
- Eerstelijns:
o Huid, haren, slijmvliezen
- Tweedelijns:
o Diverse type witte bloedcellen
Leucocyten
Neutrofile fagocyt
o Andere:
Dendritische cellen
Monocyten
Eosinofiele granulocyt
Mestcellen
Basofiele granulocyten
Bij een acute ontsteking is er een lokale reactie op weefselbeschadiging. De
ontsteking is gericht op het neutraliseren/verwijderen van schadelijke stoffen
en herstellen van de schade.
- Cellen die hierbij een rol spelen:
o Fibroblasten
o Histocyten
o Mestcellen
o Plasmacellen
Ook bindweefselvloeistof (grondsunstantie, mucoïd) en bindweefselvezels
(collageen, elastine) spelen een rol bij de afweer.
Belangrijke vasculaire verandering bij acute ontsteking:
- Dilatatie van de kleine bloedvaten
- Vertraging van de bloedstroom (diapedese)
- Toename permeabiliteit van de vaatwand waardoor diffusie van grote
hoeveelheid eiwit en vloeistof mogelijk wordt
Fasen acute ontsteking:
- Hyperaemie => histamine & bradykinine vrij vasodilatatie
o Stroomsnelheid bloed wordt verlaagd, doorbloeding wordt verhoogd
- Exsudatie => vaten worden ‘lek’, passage van water, zouten en kleine
eiwitten uit plasma naar beschadigde gebied
- Infiltratie van leucocyten – diapedese => uittreden van granulocyten,
monocyten of macrofagen en plasmacellen o.i.v. cytokines
- Proliferatie => fibroblasten, doel generatie en herstel van weefsel
o