100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting medische microbiologie

Beoordeling
-
Verkocht
11
Pagina's
36
Geüpload op
11-01-2021
Geschreven in
2020/2021

Samenvatting en aantekeningen van het vak Medische microbiologie.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
-
Geüpload op
11 januari 2021
Aantal pagina's
36
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Medische microbiologie les 1 (9-9-2020) – intro h1 & h14 p445-447
Pathogene micro-organismen  bacteria, eukarya
Mens draagt 1-2 kilo bacteriën bij zich.

Geschiedenis van de microbiologie
Antonie van Leuwenhoek (1632-1723) – animalcules – zag en beschreef de eerste micro-organismen

Gouden tijdperk van de microbiologie – eind 19 e begin 20e eeuw
4 belangrijke vragen:
1. Kan (microbieel) leven spontaan ontstaan?  louis pasteur
2. Wat veroorzaakt vergisting
3. Waardoor worden ziektes veroorzaakt?  germ theory of disease / Robert Koch
4. Hoe kunnen we infecties en ziekten voorkomen?

Louis Pasteur (1822-1895) – bewees dat microbieel leven niet spontaan ontstaat

Germ theory of disease
- Micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken (bijvoorbeeld cholera, tuberculose of
miltvuur)
- Een ziekte met dezelfde symptomen in alle patiënten wordt veroorzaakt door een specifiek
micro-organisme = pathogeen

Robert Koch (1843-1910) - etiologie (studie naar de oorzaak van ziekten)
- Veroorzaker van miltvuur identificeren (koch en pasteur)
- Koch ontdekt een staaf-vormige bacterie met endosporen in het bloed van geïnfecteerde
dieren.
- Injectie van deze sporen in muizen veroorzaakte altijd ziekte
- Koch begon met het kweken van bacteriën op een vaste ondergrond om kolonies te
verkrijgen
- Hypothese  elke kolonie ontstaat uit een enkele cel
- Testte elke kolonie om te bepalen of die een ziekte veroorzaakte

Postulaten van Koch (criteria om te bepalen of een organisme een ziekte veroorzaakt)
1. Het organisme moet altijd aanwezig zijn in de personen die de ziekte hebben en nooit in
gezonde personen
2. Het organisme moet kunnen worden (rein) gekweekt buiten het lichaam
3. Wanneer het gekweekte organisme in een gezonde gastheer wordt geïntroduceerd moet
deze gastheer de ziekte krijgen
4. Het organisme moet weer uit de experimentele gastheer geïsoleerd kunnen worden en gelijk
zijn aan het originele micro-organisme

Hoe kunnen we ziektes en infecties voorkomen?
- Preventie (Ignaz Semmelweis – kraamvrouwenkoorts) (hygiëne etc.)
- Epidemiologie (bron- en contactonderzoek) (John Snow)
- Vaccinatie (Edward Jenner) (begin van de immunologie) (verzwakte stammen van
pathogenen)
- Antibiotica (Alexander Fleming, ontdekking van schimmel (penicillium chrysogenum) die de
groei van bacteriën verhindert)

16S rRNA
RNA van kleine subunits van het ribosoom

,Bacteria
Op basis van 16S rRNA meer dan 80 phyla. (stammen)
Binnen een phylum vaak een grote fysiologische diversiteit
Slechts 32% van de phyla bevatten soorten die ook gekweekt zijn
90% van de gekweekte bacteriën behoort tot de phyla:
- Actinobacteria (high-GC)
- Firmicutes (low-GC)
- Proteobacteria
- Bacteroidetes
Actinobacteria / firmicutes zijn de enige grampositieve phyla
Bovenstaande zijn ook de meest voorkomende phyla in ons lichaam.

Medische microbiologie les 2 – normale microbiota en pathogenen
h14 p436-443
Symbiose
Organisme 1 Organisme 2 Voorbeeld
Mutualisme Voordeel Voordeel Bacteriën in darm
Commensalisme Voordeel Geen voordeel en Mijten in menselijke
geen nadeel haarzakjes
Amensalisme Geen voordeel en Nadelig Schimmel die een
geen nadeel antibioticum afscheidt
en een nabijgelegen
bacterie remt
Parasitisme voordeel nadelig Tubercolose bacteriën
in longen

Normale microbiota
Micro-organismen die onder normale omstandigheden geen ziekte veroorzaken. (maar zich wel in
het lichaam koloniseren)
Essentieel voor verschillende systemen  normaal functioneren / voorkomen kolonisatie door
pathogenen (zoals in maag- darmkanaal)
Residente microbiota  draag je hele leven
Transiënte microbiota  uren, dagen of maanden

Sommige delen in het lichaam zijn axenisch  slechts 1 soort micro-organisme aanwezig

Huid
Droog / lage pH (4-6)
Micro-organismen bv:
- Buitenste laag
- Haarzakjes
- Poriën van klieren
Diepere lagen (dermis en hypodermis) zijn axenisch
Relatief veel gram-positieven

Mond
Speeksel  bevat lysozym (doodt sommige bacteriën, en spoelt micro-organismen weg)
Tandplak  biofilm van bacteriën
Zuurproductie door bacteriën leidt tot cariës:
- Streptococcus mutans

, - Streptococcus sobrinus

Luchtwegen
Bovenste luchtwegen
- Bacteriën komen in bovenste luchtweg  bescherming: mucus en beweging ciliën
- Sommige bacteriën kunnen zich vestigen in bovenste luchtwegen (neus en keelslijmvlies) bv:
staphylococcus, streptococcus, haemophilus, moraxella
Onderste luchtwegen
- Trachea, bronchi  zeer weinig micro-organismen
- Alveoli  horen geen micro-organismen te bevatten (axenisch)
- Organismen in bovenste luchtwegen (normale microbiota) kunnen in de onderste
luchtwegen pathogeen zijn.

Urinewegen
- Alleen onderste deel urinebuis permanent gekoloniseerd (relatief avirulente bacteriën)
- Nieren en blaas axenisch (onder normale omstandigheden)
- Stromen van urine voorkomt overmatige kolonisatie

Voortplantingssysteem
- Vagina bevat normaal gesproken commensale microflora (voornamelijk lactobacilli)
- Menstruatie cyclus  verandering samenstelling
- Cervix onder normale omstandigheden niet gekoloniseerd

Spijsverteringsstelsel
Onder normale omstandigheden populatie relatief constant
Maag
- pH 2, maar toch micro-organismen
- Bv. Helicobacter pylori  gastritis en maagzweren
Dunne darm
- Duodenum nog vrij zuur (microflora lijkt op die van maag)
- Richting ileum: pH omhoog, bacteriën omhoog, zuurstof omlaag
Dikke darm
- 16S rRNA analyse: Meerendeel valt onder 4 phyla
- Bacteroidetes en firmicutes domineren
- Veel verschillen tussen individuen
- 3500 – 35000 soorten
- Meeste bacteriën zijn anaeroob
- Maar ook facultief anaeroben  vangen laatste beetje zuurstof weg (bv. E.coli)
- Complexe interactie tussen micro-organismen beperkt de groei van pathogenen
- Na antibiotica kan de samenstelling veranderen (Clostridium dificile)

Pathogenen
- Kunnen schade aanrichten
- Strikte pathogenen behoort niet tot de normale flora
- Opportunistische pathogenen  normale microbiota die onder sommige omstandigheden
ziektes veroorzaken
Zoönoses  ziektes met een dierlijk reservoir (bv. malaria, salmonella, tyfus)

Hoe komen pathogenen het lichaam in?
Huid
- Hoornlaag  goede barrière
- Invasie via bv zweetklieren, haarzakjes, wondjes

, - Sommige parasieten kunnen door huid graven
- Sommige schimmels kunnen de hoornlaag afbreken
Slijmvliezen
- Voornaamste ingang voor pathogenen
- Bv. lucht- en urinewegen / spijsverteringsstelsel / voortplantingssysteem
- Relatief dunne laag / warm en vochtig / levende cellen  maakt het makkelijker om binnen
te dringen
Placenta
- Rubella virus = rode hond  in rijksvaccinatieprogramma
Parenterale route (toediening van geneesmiddelen en voeding anders dan via het maag-darmstelsel)
- Pathogenen komen direct in weefsels onder huid of slijmvliezen terecht
- Bv. splinter, naald, beet, wond
Voor veel micro-organismen bepaalt de portal of entry of ze een ziekte kunnen veroorzaken.

Medische microbiologie les 3 – virulentiefactoren h14 p443 448-450
Microbiële pathogenese
Infectie proces:
- Blootstelling aan pathogenen
- Adhesie aan huid of slijm (mucosa)
- Invasie door het epitheel
- Vermeerdering: groei en productie van virulentie factoren en toxines
Ziekte proces:
- Toxiciteit: toxine effecten zijn lokaal of systemisch
- Invasiviteit: verdere groei op originele en op andere locaties
Effect  weefsel en systemische schade

Virulentie = het gemak waarmee een pathogeen een ziekte kan veroorzaken (zegt niets over de ernst
van de ziekte)

Virulentie wordt bepaald door virulentiefactoren:
- Adhesie factoren
- Vorming biofilm
- Extracellulaire enzymen
- Toxines
- Anti-fagocytotische factoren

Adhesie
- Aanhechting aan cellen m.b.v. adhesiefactoren (liganden bij bacteriën en virussen)
Liganden
- Speciale moleculen (bv lipo- of glycoeiwitten) aan oppervlak
- Ook wel adhesines (bacteriën) of attachment proteins (virussen)
- Binden aan receptoren aan oppervlak gastheercel, vaak glycoproteïnen
- Ligand receptor-interactie is specifiek  als de adhesines de receptoren niet herkennen
vindt er geen infectie plaats
Waar vind je adhesines?
- Glycocalyx (capsule)  polysachariden, polypeptides
- Flagellen (voortbeweging), fimbriae (aanhechting)
- Pili (aanhechting en conjugatie)
Voorbeelden adhesines:
- Lipotechoinezuur (LTA) is een onderdeel van gram-positieve celwanden  hecht aan
epitheelcellen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
01sanne Hanzehogeschool Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
240
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
78
Documenten
19
Laatst verkocht
1 maand geleden

4,3

26 beoordelingen

5
11
4
12
3
3
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen