Hoofdstuk 4: Zwangerschap en geboorte
Inleiding
De menselijke ontwikkeling begint bij de bevruchting, het moment waarop de
geslachtscellen van de moeder (eicel) en de vader (zaadcel) versmelten en er een bevruchte
eicel (zygote) ontstaat. De zygote bevat half het DNA van elk van beide ouders. Stoffen zoals
alcohol, cannabis of geneesmiddelen die de zwangere moeder inneemt, de invloeden zoals
radioactieve straling of ondervoeding, maar ook psychische invloeden zoals angst of verdriet
kunnen de ontwikkeling van het ongeboren kind in de baarmoeder beïnvloeden.
Prenatale ontwikkeling
Na de bevruchting begint het proces van celdeling en differentiatie. Na implantatie in de
baarmoederwand ontwikkelt deze celmassa zicht tot embryo en tot vruchtvliezen en
placenta (moederkoek). Men spreekt van een embryo de eerste acht weken na de
bevruchting en van foetus vanaf de negende week tot aan de geboorte. Het embryo
ontwikkelt zich van hoofd naar voeten. Het embryo en de foetus groeien in een met vloeistof
(vruchtwater) gevulde holte, dit beschermt het kind tegen stoten tegen de buik van de
moeder. De foetus en moeder zijn met elkaar verbonden via de navelstreng en de placenta.
De placenta beschermt het kind tegen schadelijke stoffen, maar kan dit niet bij alle stoffen
voorkomen zoals bij, nicotine en alcohol. Na negen weken zijn alle belangrijke organen in
aanleg aanwezig maar in de loop der weken zullen ze verder groeien en zich ontwikkelen. De
eerste negen weken is het embryo kwetsbaar voor schade door omgevingsinvloeden.
Belangrijke mijlpalen in de embryonale en foetale ontwikkeling zijn:
Spontane bewegingen niet door moeder waarneembaar (9 weken)
Harttonen zijn met doppler (echo) waar te nemen (9 weken)
Geslachtsorganen gedifferentieerd naar mannelijk of vrouwelijk (9- 11 weken)
Kind bewegingen voelbaar door moeder (18 weken)
Ondergrens om een te vroeggeboren kind in leven te houden in Nederland (22-23
weken)
Kind kan ogen openen en sluiten (24 weken)
Adembewegingen (30 weken)
Prenatale ontwikkeling compleet (38 weken)
Onder de 37 weken spreekt de arts van prematuriteit of vroeggeboorte, onder de 32 weken
wordt ernstige prematuriteit en onder de 28 weken extreme prematuriteit. De ondergrens
om een kind in leven te houden in Nederland is 24- 25 weken. Het normale geboortegewicht
is tussen de 2500 en 4500 gram, een gemiddelde Nederlandse baby weegt 3500 gram.
Onder de 2500 gram is het een laag geboortegewicht en onder de 1500 gram een erg laag
geboortegewicht.
Implantatie: innesteling van de bevrucht eicel
Inleiding
De menselijke ontwikkeling begint bij de bevruchting, het moment waarop de
geslachtscellen van de moeder (eicel) en de vader (zaadcel) versmelten en er een bevruchte
eicel (zygote) ontstaat. De zygote bevat half het DNA van elk van beide ouders. Stoffen zoals
alcohol, cannabis of geneesmiddelen die de zwangere moeder inneemt, de invloeden zoals
radioactieve straling of ondervoeding, maar ook psychische invloeden zoals angst of verdriet
kunnen de ontwikkeling van het ongeboren kind in de baarmoeder beïnvloeden.
Prenatale ontwikkeling
Na de bevruchting begint het proces van celdeling en differentiatie. Na implantatie in de
baarmoederwand ontwikkelt deze celmassa zicht tot embryo en tot vruchtvliezen en
placenta (moederkoek). Men spreekt van een embryo de eerste acht weken na de
bevruchting en van foetus vanaf de negende week tot aan de geboorte. Het embryo
ontwikkelt zich van hoofd naar voeten. Het embryo en de foetus groeien in een met vloeistof
(vruchtwater) gevulde holte, dit beschermt het kind tegen stoten tegen de buik van de
moeder. De foetus en moeder zijn met elkaar verbonden via de navelstreng en de placenta.
De placenta beschermt het kind tegen schadelijke stoffen, maar kan dit niet bij alle stoffen
voorkomen zoals bij, nicotine en alcohol. Na negen weken zijn alle belangrijke organen in
aanleg aanwezig maar in de loop der weken zullen ze verder groeien en zich ontwikkelen. De
eerste negen weken is het embryo kwetsbaar voor schade door omgevingsinvloeden.
Belangrijke mijlpalen in de embryonale en foetale ontwikkeling zijn:
Spontane bewegingen niet door moeder waarneembaar (9 weken)
Harttonen zijn met doppler (echo) waar te nemen (9 weken)
Geslachtsorganen gedifferentieerd naar mannelijk of vrouwelijk (9- 11 weken)
Kind bewegingen voelbaar door moeder (18 weken)
Ondergrens om een te vroeggeboren kind in leven te houden in Nederland (22-23
weken)
Kind kan ogen openen en sluiten (24 weken)
Adembewegingen (30 weken)
Prenatale ontwikkeling compleet (38 weken)
Onder de 37 weken spreekt de arts van prematuriteit of vroeggeboorte, onder de 32 weken
wordt ernstige prematuriteit en onder de 28 weken extreme prematuriteit. De ondergrens
om een kind in leven te houden in Nederland is 24- 25 weken. Het normale geboortegewicht
is tussen de 2500 en 4500 gram, een gemiddelde Nederlandse baby weegt 3500 gram.
Onder de 2500 gram is het een laag geboortegewicht en onder de 1500 gram een erg laag
geboortegewicht.
Implantatie: innesteling van de bevrucht eicel