Samenvatting | Prof. Berber Bevernage | 2024-2025
,Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1: Inleidingscollege en aantekeningen ....................................................................................................... 6
1.1. Opzet en inhoud vak: Quid Theoretische Geschiedenis? ............................................................................... 6
1.1.1. Focus en concept v/d cursus en haar uitgangspunt .................................................................................. 7
1.1.2. Peter Burke’s 10 thesen in ‘Western Historical Thinking in a Global Perspective ..................................... 7
HOOFDSTUK 2: Notie ‘vooruitgang’ in het Westers historisch denken (WHD) ............................................................. 16
2.1. Inleiding: de ‘sheep of modernity’ als utopia of dystopia? .......................................................................... 16
2.1.1. A. Schneider – ‘China’s engagement with Modern Views of History (2013)’ .......................................... 17
2.1.2. Doel van de les? ‘Het is Vooruit, Of het is achteruit! Kies maar!’ ............................................................ 17
2.1.3. Het ‘residueel’ vooruitgangsdenken: ‘Mama, mag ik een IPhone 16?... Volgende maand jongen!’ ....... 18
2.2. Het premoderne- (tot 18de eeuw) en het moderne westerse vooruitgangsdenken .................................... 18
2.2.1. Enkele vooruitgangsdenkers: Hegel, Marx en Comte – begrijpen wie het begrijpen kan ....................... 20
2.2.2. ‘Vooruitgang’ als historische cultuur v/d 19de en 20ste eeuw – de eeuw goed ingezet! ........................... 21
2.3. De neergang van het vooruitgangsgeloof: de neergang ingezet? ............................................................... 22
2.3.1. Vooruitgangsdenken: twee kritieken en één verdediging – Poppers, Löwith en Blumenberg ................ 23
HOOFDSTUK 3: Anachronisme en het historisch perspectief ....................................................................................... 25
3.1. Inleiding: ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is… een anachronisme! .......................................................... 25
3.1.1. Doel v/d les: … en op de 7 de dag werd het historisch perspectief geschapen! ........................................ 26
3.2. Hans Baron (1900 – 1988): de Renaissance als oorsprong ......................................................................... 26
3.3. Reinhart Koselleck (1923 – 2006): de 18de eeuw als oorsprong ................................................................. 27
3.3.1. Voorbeelden v. ‘Zadeltijd’ en verandering in historisch denken ............................................................. 28
3.4. François Hartog (1946 – heden): de ‘régimes d’historicité’........................................................................ 29
3.5. De visies uit de reader: het verleden en afstandspercepties ....................................................................... 30
3.5.1. Z.S. Schiffmann’s The Birth of the past (2011): het idee v/h ‘onderscheidend verleden’ ....................... 30
3.5.2. M.S. Philips’ Rethinking historical distance (2011): hoe SLVen omgaan met het verleden ..................... 30
HOOFDSTUK 4: ‘Historicisme’ in het Westers historisch denken .................................................................................. 31
4.1. Inleiding: de focus op het unieke of het wetmatige? .................................................................................. 31
4.1.1. Doel v/d les? Focussen op verandering – Niks verandert, enkel het verleden! ....................................... 31
4.2. Historicisme als spec. visie op historische verandering ............................................................................... 32
4.2.1. Who the fuck is ‘Historicisme’?: de 6 betekenissen................................................................................. 32
4.2.2. Karl Mannheim (1893 – 1947): breuk met het ahistorische verlichtingsdenken .................................... 32
4.2.3. Frank Ankersmit (1945 – heden): substantialisme en essentialisme vs. hist. verandering ..................... 33
4.2.4. Henry Rousso (1954 – heden): de tijd v/d geschiedenis en de tijd v/d rechtspraak ............................... 34
4.2.5. Max Horkheimer (1895 – 1973): illusie v/d perfecte rechtvaardigheid (nichtwiedergutzumachende) ... 34
4.2.6. Jean Améry (1912 – 1978): pleidooi voor de wrok en de ‘transitional justice’ ....................................... 34
4.2.7. De visie uit de reader: Georg G. Iggers’ The crisis of historicism: denken over tijd en GE ....................... 35
4.3. Illustraties ethico-politieke implicaties v. moderne Westerse ‘chronosofie’ ............................................... 36
4.3.1. De Madres en hun Desaparecidos onder het Argentijns militair regime (1976 – 83) .............................. 36
2
, 4.3.2. De Vlaamse Nationalisten en de ‘politiek v/d doden’ (Vlaanderen onafhankelijk!) ................................ 38
4.4. Een klein (maar noodzakelijk) besluit: de dood als levende kracht (‘huhn?’) .............................................. 38
HOOFDSTUK 5: ‘Agency’ en ‘structure’ in het westers historisch denken .................................................................... 39
5.1. Inleiding: Eendracht maakt macht, toch? .................................................................................................... 39
5.1.1. Doel v/d les? Jij kan het verschil maken… ............................................................................................... 39
5.2. Agency vs. structuur: handelende individuen en maatschappelijke structuren .......................................... 40
5.2.1. Piotr Sztompka (1944 – heden): de evolutiestadia v/h concept ‘agency’ ............................................... 40
5.2.2. Chris Lorenz (1952 – heden): de definitie v. ‘agency’ vs. ‘structure’ en de paradox ............................... 40
5.3. Ontologie en methodologie ......................................................................................................................... 41
5.3.1. De ontologie (‘zijnsleer’): individualisme of holisme ............................................................................... 41
5.3.2. De methodologie: individualisme vs. collectivisme ................................................................................. 42
5.4. De rol v. individuen en hun acties in de geschiedenis ................................................................................. 43
5.4.1. De typen individuen – Niet iedereen kan een Bart De Wever zijn… ........................................................ 43
5.4.2. De acties van individuen – Niet iedereen is een politiek beest…............................................................. 43
5.4.3. Overige parameters bij analyse v. hoe GE wordt gemaakt ...................................................................... 44
5.4.4. Theorieën over de rol v. individuen in de geschiedenis: heroïsch- en sociaal determinisme .................. 44
5.4.5. Chris Pearsons Dogs, History and Agency (2013): Who let the dogs out? Themselves? ......................... 45
HOOFDSTUK 6: Objectiviteit in het moderne westers historisch denken ..................................................................... 46
6.1. Inleiding: Peter Burke’s stelling ................................................................................................................... 46
6.1.1. Notie van P. Novick: de ‘Mythe v/d Objectiviteit’ en haar 4 componenten ............................................ 47
6.2. Allan Magill (1942 – heden): de 4 noties van objectiviteit .......................................................................... 48
6.2.1. Absolute objectiviteit .............................................................................................................................. 48
6.2.2. Disciplinaire objectiviteit ......................................................................................................................... 49
6.2.3. Procedurele objectiviteit ......................................................................................................................... 50
6.2.4. Dialectische objectiviteit ......................................................................................................................... 51
6.3. Wetenschap, ethiek en politiek in de Lumumba-commissie (2000 – 2002) ................................................ 52
6.3.1. Kritiek Bevernage .................................................................................................................................... 52
HOOFDSTUK 7: Epistemologie/kennisleer in modern westers historisch denken ........................................................ 53
7.1. Inleiding: stelling Peter Burke ...................................................................................................................... 53
7.1.1. Structuur v/d les: ..................................................................................................................................... 53
7.2. Chris Lorenz (1952 – heden): feit en interpretatie ...................................................................................... 54
7.2.1. Wat is een feit? (1) Onderscheid feit-gebeurtenis en relatie met interpretatie… ................................... 54
7.2.2. De andere 3 onderscheidingen: feit vs. zekerheid, vs. toestanden, vs. ware uitspraken ........................ 54
7.2.3. Hoe komen we tot feitelijke kennis? Twee dominante theorieën: empirisme vs. rationalisme .............. 55
7.2.4. Objectiviteit vs. interpretatie: het probleem v. absolute objectiviteit .................................................... 55
7.3. Objectiviteit en waarheid (naar Lorenz): een feitelijke uitspraak en subjectief feit .................................... 56
7.4. Taal, feiten en betekenis ............................................................................................................................. 56
7.4.1. De 3 Waarheidstheorieën: relatie tss taal en werkelijkheid .................................................................... 57
3
, 7.5. Revisionisme in geschiedschrijving (naar Aviezer Tucker)........................................................................... 58
7.5.1. Revisionisme als levenslijn v/d geschiedschrijving .................................................................................. 58
7.5.2. Betrouwbaarheid v. kennis: de sociale epistemologie v. Tucker ............................................................. 58
7.5.3. Rol v. waarden in wetenschap: Tucker vs. Weber ................................................................................... 58
HOOFDSTUK 8: Causaliteit in het modern westers historisch denken .......................................................................... 59
8.1. Inleiding: stelling Peter Burke ...................................................................................................................... 59
8.1.1. Structuur v/d les: A. Froeymans Causaal pluralisme ............................................................................... 59
8.2. Soorten theoretische benaderingen rond ‘causaliteit’ ................................................................................ 60
8.2.1. ‘Externe’ vormen van causaliteit: … ........................................................................................................ 60
8.2.2. ‘Interne’ vormen van causaliteit: … ......................................................................................................... 62
8.3. Causaliteit in de geschiedschrijving: enkele voorbeelden ........................................................................... 63
8.3.1. Inleiding: causaliteit en historische narratieven ...................................................................................... 63
8.3.2. Voorbeeld 1: “Staatsrecht-hypothese” (Wilhelm Arnold 1854) .............................................................. 64
8.3.3. Voorbeeld 2: Pirenne-thesis & Mahomet et Charlemagne ..................................................................... 65
8.3.4. Voorbeeld 3: Max Weber en de opkomst v/h kapitalisme ...................................................................... 66
8.3.5. Voorbeeld 4: Macro-Geschiedenis met F. Braudels La Méditerrannée (1949) ........................................ 66
8.3.6. Voorbeeld 5: Micro-geschiedenis met R. Darntons The Great Cat Massacre (1984) .............................. 67
8.4. Conclusie: SOS Froeyman – Wat hebben we vandaag geleerd? .................................................................. 67
8.5. Reader: Simon Kaye - The Utility and History of Counterfactualism (2010) ................................................ 68
HOOFDSTUK 9: Narrativisme in het modern westers historisch denken ...................................................................... 69
9.1. Inleiding: stelling Peter Burke ...................................................................................................................... 69
9.1.1. Doel v/d les? Evolutie v/h narrativisme................................................................................................... 70
9.2. Louis Mink (1921 – 1983): narratief als cognitief instrument ..................................................................... 71
9.2.1. Paradoxen bij Louis Mink: het verleden is GEEN ‘onverteld verhaal’ ...................................................... 72
9.3. Hayden White (1928 – 2018): ..................................................................................................................... 73
9.3.1. Plotstructuren (naar Northrop Frye) in literatuur en film ....................................................................... 73
9.3.2. Kritiek op White’s Metahistory: .............................................................................................................. 75
9.4. David Carr (1940 – heden): hevige kritiek op de radicaal narrativisten....................................................... 75
9.5. Tekst Boberkurwa – Narrating Pasts For Peace (meer illustratief) .............................................................. 75
HOOFDSTUK 10: Geschiedschrijving en geografie/ruimte ............................................................................................ 76
10.1. Inleiding: stelling Peter Burke ...................................................................................................................... 76
10.2. Ruimte en geschiedschrijving: Géohistoire.................................................................................................. 77
10.2.1. Philip Ethington (1958 – heden): Ruimte vs. Tijd in de geschiedenis ................................................. 77
10.2.2. Jo Guldi’s (1981 – heden) The Spatial Turn in History (2011) en beschrijving landschappen ............. 79
10.2.3. Fernand Braudels (1902 – 1985) La Méditerranée (1949) .................................................................. 80
10.2.4. Ruimte in Global en Environmental History: Lucky Latitudes, J. Diamond en geo-determinisme ....... 80
10.3. Imperialisme en geschiedschrijving: Eurocentrisme en Etnocentrisme ....................................................... 82
10.3.1. Inclusief en exclusief etnocentrisme in de historiografie (Jörn Rüsen) ............................................... 82
4