Spraakketen:
Toepassingen fonetiek:
1. Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
2. Basisvak logopedie en zangonderwijs
3. Onderwijs vreemde talen
4. Codering van spraak bij communicatietechniek
5. Spraaksynthese mbv. computers
6. Hulpmiddelen gehandicapten (voorlezen voor blinden)
7. Forensische toepassing (sprekerherkenning bij telefoontap)
Fonologie: Een subdiscipline van de taalkunde die klanksystemen bestudeert.
Productie van klanken:
, Subglottale systeem: De longen en de bijbehorende spieren en luchtwegen.
Glottale systeem: Het strottenhoofd met de stembanden (glottis).
Supraglottale systeem: De mond-keelholte en de neusholte.
Lucht komt uit de longen (pulmonisch) → stembanden trillen → mond maak de klank.
Egressieve luchtstromen: De lucht stroomt naar buiten.
Ingressieve luchtstromen: De lucht stroomt naar binnen.
- Sommige talen hebben ingressieve klanken.
- Nederlands bv. afkeurende T
Nederlands is pulmonisch egressief.
Articulatorische classificatie van klanken
Laryngale kenmerken
- Stemhebbend; zzz. Stemloos: geen trilling vd. stembanden sss.
- Aspiratie: pha.
- Stemkwaliteit, breathy or creaky.
Supralaryngale kenmerken
Consonanten: Medeklinkers, klanken die gemaakt worden door ergens in de mond-keelholte
een vernauwing aan te brengen, zodat de luchtstroom onderbroken raakt.
Vocalen: Klinkers, klanken waarbij de vernauwing afwezig of gering is, zodat de luchtstroom
ononderbroken blijft.
Alveolair: tandkas
Palatum: harde stuk gehemelte (voor)
Velum: zachte stuk gehemelte (achter)