Proefexamens 2025–2026
MBO Niveau 2 – Beveiliger
Oefenen • Leren • Slagen
Casusgerichte meerkeuzevragen met antwoordbladen achterin
Belangrijke mededeling (disclaimer)
Dit oefenboek is een onafhankelijk leermiddel.
De vragen in deze uitgave zijn géén o iciële SVPB-examens en zijn niet door de SVPB samengesteld of
goedgekeurd.
De inhoud is met zorg ontwikkeld om aan te sluiten bij de eindtermen en praktijk van het beroep beveiliger.
Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend.
Gebruik dit materiaal naast je opleiding, actuele wet- en regelgeving en voorschriften van jouw
exameninstelling.
Uitgave: Beveiligingexamen.nl
Website: www.beveiligingexamen.nl
Editie: 2025–2026 • Versie 1.0
© 2025 Beveiligingexamen.nl. Alle rechten voorbehouden.
WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL
, Blok 1 – 50 vragen – antwoordenblad achterin
1. Een thermische melder reageert op:
a. Temperatuurverhoging
b. Vlammen
c. In de lucht zwevende verbrandingsproducten
2. Bij welk van de onderstaande branden kennen we het verschijnsel
vlammenstadium en gloedstadium?
a. Gasbranden
b. Vaste stofbranden
c. Vloeistofbranden
3. Bij een parkeergarage onder een bioscoop waar men tegen betaling kan
parkeren, is de toegang geregeld met een beweegbaar hekwerk. Dit object is een
voorbeeld van een:
a. Open object
b. Half besloten object
c. Besloten object
4. Wie is verantwoordelijk voor de openbare orde in de gemeente?
a. Burgemeester en wethouders
b. Burgemeester
c. Gemeenteraad
5. Waaronder valt het toezicht door een beveiliger in een winkel?
a. Onder publieke veiligheidszorg
b. Onder particuliere veiligheidszorg
c. Onder algemene veiligheidszorg
6. Aan welke werknemers worden speciale of tijdelijke legitimatiebewijzen
verstrekt?
a. Aan het beveiligingspersoneel
b. Aan werknemers van derden
c. Aan werknemers die speciale werkzaamheden verrichten.
7. In de beveiliging onderscheiden we:
WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL
, a. Bouwkundige, technische, administratieve en communicatieve
hulpmiddelen
b. Bouwkundige, technische, controle en communicatiemiddelen
c. Bouwkundige, technische, controle en surveillancemiddelen
8. Je voert een brand en sluitronde uit. Jij ontdekt op de parkeerplaats een
brandende auto. Aan de onderzijde van de motor brand teen vloeistof. De
motorkap kan nog wel worden geopend. Welke blusapparaat gebruik je?
a. Een blusdeken
b. Een poederblusser
c. Een slanghaspel
9. Hoe werkt de blusstof koolzuurgas?
a. Vlamafbrekend
b. Verstikkend
c. Afkoelend
10. Welk object is een voorbeeld van een half besloten object?
a. Openbare bibliotheek
b. Bioscoop
c. Winkelcentrum
11. Hoe groot is het gebied waarin je scherp waarneemt?
a. 3 graden
b. 45 graden
c. 180 graden
12. Welke drie soorten instructies zijn er?
a. Algemene instructies, specifieke instructies, tijdelijke instructies
b. Vaste instructies, algemene instructies, tijdelijke instructies
c. Specifieke instructies, aanvullende instructies, tijdelijke instructies
13. Bij toegangscontrole op personen kunnen we .... groepen onderscheiden
a. 4
b. 2
c. 3
14. Door arbeidsconflicten kunnen interne gevaren in een bedrijf onstaan. Welke
taak heeft de beveiliger in hoofdzaak bij arbeidsconflicten?
a. Een repressieve taak
WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL
, b. Een preventieve taak
c. Een signalerende taak
15. Welk voorbeeld is een open object?
a. Bioscoop
b. School
c. Winkelcentrum
16. Om als beveiliger op een object goed te kunnen functioneren, is het noodzakelijk
dat men van tevoren goed nadenkt over de onregelmatigheden die op dit object
kunnen gebeuren. Dit is een vorm van:
a. Preventief handelen
b. Preventief denken
c. Repressief denken
17. Waarom behoort een brand en sluitronde te worden gelopen binnen een halfuur
nadat de laatste werknemer een object heeft verlaten?
a. Dan is het object gecontroleerd voordat de schoonmaakdienst komt
b. Geen van deze antwoorden
c. Op andere momenten is daar geen tijd voor
d. Uit onderzoek blijkt dat de meeste branden binnen een halfuur tot
ontwikkeling komen
18. Het V-embleem mag zowel links als rechts op het uniform worden gedragen
a. Waar
b. Niet waar
19. Wat is een politieperskaart?
a. Een kaart waarmee een journalist kan laten zien voor welke organisatie hij
werkt als hij toegang wil tot een terrain dat is afgezet door de politie
b. Een kaart waarmee een journalist zich dient te identificeren als hij toegang
wil tot een terrain dat is afgezet door de politie.
c. Een kaart waarmee een journalist zich kan legitimeren als hij toegang wil tot
een terrain dat is afgezet door de politie.
20. Wat wordt bedoeld met de term ‘proactief beveiligen’ ?
a. Het voorkomen van een dreiging op het terrain van terrorisme of
criminaliteit door de verdachte op voorhand aan te houden
b. Preventief optreden om een incident te voorkomen
WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL WWW.BEVEILIGINGEXAMEN.NL