100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Introductie In Management

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
18
Geüpload op
06-01-2021
Geschreven in
2020/2021

Samenvatting H1 tm H4 Heel erg duidelijk!











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1 tm h4
Geüpload op
6 januari 2021
Aantal pagina's
18
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1

Hoe herken je een organisatie?
 Er is sprake van een samenwerking door mensen (Synergie-effect)
 Ze hebben een bepaalt gemeenschappelijk doel
 De bedoeling om blijven voort te laten bestaan (=Hoofddoelstelling)

Organisatie → bedrijf → onderneming
Organisatie: een menselijke samenwerking die doelgericht en blijvend is
Bedrijf: levert een product of dienst op en verkoopt deze op de afzetmarkt, deze bedrijven
kun je weer onderverdelen in bedrijven met en zonder winstoogmerk
Onderneming: een bedrijf dat winst oplevert

Bedrijf:
 Productiefactoren (kano)
 Transformatieproces → output

Betekenis organisatie:
 Functioneel: activiteiten opsommen van de organisatie
 Institutioneel: over het instituut, niet over de activiteiten maar over het plaatje, met
een naam en locatie; Philips met haar hoofdkantoor in Amsterdam
 Instrumenteel: de organen, functies en verhoudingen en hoe alles is geregeld

Natuurlijke personen:
 Eenmanszaak: de eigenaar is met zijn gehele privévermogen aansprakelijk voor de
schulden van de zaak
 Maatschap: wordt veelal gebruikt door beoefenaren van een vrij beroep die willen
samenwerken; de maten zijn voor een gelijk deel van de schulden aansprakelijk
 Vennootschap onder firma: is een samenwerkingsverband tussen twee of meer
personen, de firmanten zijn allemaal aansprakelijk voor de schuld met vermogen
 Commanditaire vennootschap: vergelijkbaar met firma, maar bij cv is er sprake van
actieve en stille vennoten; brengen alleen geld in als financier maar werken niet mee
aan de organisatie. Je kunt niet meer verliezen dan inleg, niet aansprakelijk

Rechtspersonen:
 Naamloze vennootschap: beursgenoteerde onderneming je kunt aandelen kopen;
algemene vergadering van aandeelhouders; raad van bestuur en toezichthouders
 Besloten vennootschap: aandelen staan op naam, niemand kan eraan komen, niet
aansprakelijk voor schulden met privékapitaal
 Coöperatieve vereniging: is een vereniging van leden die hetzelfde doel nastreven,
gemeenschappelijke aankoop/ inkoop; Rabobank en Boerenbondwinkels

Transformatieproces, om doelstellingen te realiseren zal input moeten veranderen in output.
Voorbeeld van een productieorganisatie: een boerderij voor landbouwgewassen als
aardappels.
Input, aan de inputzijde onderscheiden we:
 Materialen: zaden, kunstmest, water
 Middelen: menselijke arbeid door boer en personeel, geld, investeringen
 Overige factoren: wetgeving, klimaat

Output, in de organisatie wordt deze input getransformeerd tot:
 Gewenste output: verkoopbare producten in de vorm van gewassen en daarmee
omzet
 Ongewenste output: afval, milieuvervuiling, onverkoopbare producten

,Efficiëntie is zo goedkoop mogelijk en met zo weinig mogelijk moeite (handigst)
Effectiviteit is dat je op zodanige wijze handelt dat het resultaat behaalt wordt
Efficiënt is de methode waarmee je komt, effectief betreft het eindresultaat

Omgevingsinvloeden, waarom is locatie belangrijk?
 Loon (Als het loonpeil hoog is heeft dat effect op de verkoopprijs)
 Praktische locatie (Als je zeeschepen bouwt, handig om bij het water te zitten)
 Cultuur (Cultuurverschillen per regio)
 Beschikbaarheid arbeid (Verschillende soorten arbeiders)

Drie verschillen in de omgeving van de organisatie:
1. Interne belanghebbenden: de partijen die een direct belang bij de organisatie
hebben, bijvoorbeeld werknemers, aandeelhouders en de raad van bestuur.
2. Externe belanghebbenden: partijen die geen onderdeel van de organisatie zijn,
maar er wel een duidelijk belang bij hebben: concurrenten, klanten, leveranciers,
media, overheden, pressiegroepen, vakbonden en banken
3. Indirecte omgeving: de algemene omgevingsvariabelen die van invloed zijn op de
organisatie, de zogeheten DESTEMP-variabelen.

DESTEMP (kan je gebruiken voor een externe analyse)
Demografische factoren (Bevolkingsgroei, individualisering, etnische samenstelling,
urbanisatie en leeftijdsopbouw)
Economische factoren (Besteedbare inkomen, concurrentiepositie, conjunctuur, koopkracht,
export/import en werkloosheid)
Sociaal-maatschappelijke factoren (Vrijetijdsbesteding, levensstijl, percentage
tweeverdieners, kinderopvang, sociale zorg staat, opleidingsniveau en nationalisme)
Technologische factoren (Technologische ontwikkeling, adaptatie en informatievoorziening)
Ecologische factoren (Hoe het land met het milieu omgaat; duurzaamheid, milieu en zorg
voor landschap)
Markt- en bedrijfstak factoren (Omvang van de markt waarop de organisatie actief is;
betreden veel organisaties de markt of vertrekken ze juist? Bedrijfstak en concurrenten)
Politieke factoren (Liberalisering, wetgeving en invloed van overheid op economie)

Voor een organisatie betekenen de omgevingsinvloeden het volgende:
De organisatie moet zich bewust zijn van de omgeving en deze omgeving kennen
De organisatie moet keuzes maken t.o.v. de omgeving (hier of in lagelonenland)
De organisatie moet proberen de omgeving te beïnvloeden

Micro= eigen makelaardij
Meso= alle makelaardijen in Nederland
Macro= ontwikkelingen → DESTEP, situaties buiten bedrijf waar je geen invloed op hebt.

Hiërarchie en arbeidsverdeling in organisaties:
 Horizontaal organiseren: arbeid wordt in delen van hetzelfde niveau gesplitst. Aparte
afdelingen/ functies (even belangrijk)
 Verticaal organiseren: hier gaan we niveauverschillen aanbrengen: leiding/
hiërarchie → piramidevormige organisatie, er is een leidinggevende van de ander

De hiërarchisch hoger geplaatsten zullen doorgaans:
Meer macht hebben, beter betaald worden, meer invloed hebben op de organisatie, meer
vrijheid hebben, grotere verantwoordelijkheid dragen en zich meer op lange termijn van de
organisatie richten.

, Management is het richten op de planning, organisatie, leiding en beheersing van een
organisatie.
Verschillende managementlagen in een organisatie (Piramide)
1. Topmanagement (Formuleren de strategische/ overall- doelen, bepaalt de koers,
stuurt middenmanagement aan, heeft eindverantwoordelijkheid)
2. Middenmanagement (Vertaalt de strategische doelen in tactische doelen voor
middellange termijn, is specifieker, breder terrein dan operationeel)
3. Operationeel management (Plant en verdeelt werk, geeft orders aan uitvoerend
personeel, werkt plannen uit van middenmanagement)
4. Uitvoerend personeelsleden

Managementvaardigheden:
 Conceptuele vaardigheden: vaardigheden om op creatieve wijze zelfstandig ideeën
te kunnen ontwikkelen die oplossingen moeten bieden voor gerezen problemen en
kansen.
 Communicatieve vaardigheden: vaardigheden om op de juiste wijze informatie,
gedachten en gevoelens te kunnen overbrengen en ontvangen.
 Interpersoonlijke vaardigheden: vaardigheden om te kunnen leiden, motiveren,
conflicten op te lossen en samen te werken.
 Technische vaardigheden: vaardigheden om specifieke, voor een bepaald
werkterrein benodigde methoden, procedures en technieken toe te kunnen passen,
bijvoorbeeld planningstechnieken.

Managementrollen van Mintzberg. Deze zijn gebaseerd op activiteiten, situatie en
persoonlijkheid:
 Interpersoonlijke rollen: de manager is boegbeeld van de organisatie naar buiten
toe en is intern de leider en verbindingspersoon van de organisatie met de omgeving.
 Informationele rollen: de manager neemt als waarnemer de ontwikkeling in de
omgeving en de positie van zijn organisatie daarin waar, verspreidt informatie en is
als woordvoerder de persoon die de informatie van binnen naar buiten brengt.
 Besluitvormende rollen: de manager zit in de besluitvormende rol als ondernemer,
als oplossen van storingen, als de persoon die besluiten moet nemen over de
verdeler van middelen en als onderhandelaar.

Plannen, organiseren, leidinggeven en beheersen zijn hoofdtaken van een manager

1. Plannen
 Doelen voor de toekomst vaststellen en daarbij welke acties op welke tijdstippen
nodig zijn om de gestelde doelen te bereiken. (Voordelen plannen: het coördineert de
activiteiten, levert een stimulans, je hebt een plan als norm nodig)

2. Organiseren
 Structuur aanbrengen (relaties tussen het personeel creëren→doel bereiken)
 Coördineren
 Personeelsbestand opbouwen en onderhouden

3. Leidinggeven
 Coachen, aanvuren, corrigeren, begeleiden en motiveren van ondergeschikten, zodat
ze de taken uitvoeren om doelen te bereiken

4. Beheersen
 Verifiëren van de gestelde doelen en planning, of deze gehaald kunnen worden
 Anders moeten deze doelen worden bijgestuurd

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
sophiavern Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1993
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
912
Documenten
86
Laatst verkocht
19 uur geleden

Hi! Ik ben Sophia en volg momenteel de master Spatial Planning aan de Universiteit Utrecht. Eerder heb ik de opleiding Vastgoed en Makelaardij (Hogeschool Rotterdam) afgerond. Ik verkoop nu mijn samenvattingen via Stuvia, zodat andere studenten ook kunnen leren van goede en duidelijke samenvattingen. Stuur mij een bericht voor meer info (of bijv. korting!!!) Reviews worden gewaardeerd :)

Lees meer Lees minder
4,2

276 beoordelingen

5
152
4
67
3
36
2
7
1
14

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen