Samenvatting Kwantitatieve methode en technieken
Hoofdstuk 1: inleiding
1.1 Waar gaat dit boek over?
Criminologie = objectwetenschap: houdt zich bezig met allerlei verklaringen van een en hetzelfde
soort fenomeen.
Er wordt een veelvoud van verschillende verklaringsmodellen gebruikt om criminaliteit te
verklaren. Criminologen specialiseren zich in hun onderzoek wel naar bepaalde gebieden.
Vaak specialiseerde criminologen zich naar hun vooropleiding (door dat er voor een lange
tijd nog geen opleiding criminologie bestond). Zorgde voor hoge specialisatie en
divergentie binnen de crimi. en binnen de onderzoeksmethodologie.
o Psychologie: psychometrie.
o Sociologie: sociometrische technieken.
o Macro-economisch: econometrische methoden.
Onderscheid in dit boek:
Criterium: de methodologie is uniek voor de criminologie.
Criterium: de mate van algemeenheid van een bepaalde methodologie.
Criminaliteit is voor een belangrijkdeel nationaal gedefinieerd. Registratie van opsporing, vervolging
en berechting in systemen worden per land verschillend opgeslagen in systemen.
1.2 Criminaliteit en criminologie
Veel verschillende definities van criminaliteit:
= al het gedrag wat valt onder een van de delictsomschrijvingen in het WvSR en niet-commune
strafwetten. Dus crimineel gedrag is gedrag dat strafbaar wordt gesteld in de wet.
Definitie van criminaliteit tegelijkertijd ook smal.
Strafrechtelijke definitie van criminaliteit ook niet hard: definities in het WvSR veranderen,
verdwijnen, ontstaan nieuwe.
o Criminaliteit zoals door de wet gedefinieerd is dus een smalle definitie die aan
verandering onderhevig is.
Nationale definities van criminaliteit, maar ook hoe het door de rechter geïnterpreteerd
wordt, laten grote verschillen tussen landen zien.
Onderzoeksobject in crimi. in de praktijk breder dan in de strikte definitie van hierboven. Gedrag wat
tegen de definitie aanleunt, of voorloper van het gedrag kan worden gezien, of gedrag dat materieel
gezien crimineel gedrag benadert, wordt in criminologisch onderzoek onder de loep genomen.
Criminologische definities van criminaliteit ook aan verandering onderhevig. Definities
kunnen per land en per tijd verschillen. = Definitiekwesties.
Nadruk op het slachtoffer = victimologie. Ook gelijktijdige ontwikkelingen in het strafrecht van de
positie van het slachtoffer. van bijfiguur naar onbeperkt spreekrecht in de rechtszaal.
Slachtofferstudie naar functie in te delen in 2 typen:
o An sich: de studie naar de gevolgen van bepaalde delicten voor het slachtoffer. Zoals
psychologische gevolgen etc. Kan weer gerelateerd worden aan de bejegening door
politie, de rol van het slachtoffer in het strafproces etc.
o Meer instrumentele studie: niet per se geïnteresseerd in de slachtoffers zelf, maar de
slachtofferstudie wordt gebruikt om wat te weten te komen over het totale aantal
gepleegde delicten in NL. Slachtofferstudies zijn namelijk een beter meetinstrument
voor het kunnen doen van uitspraken over de volume van criminaliteit.
, 1.3 Een veelkleurig en fluïde onderzoeksobject
Criminaliteit is een containerbegrip. Verschillende typen criminaliteit hebben verschillende
verklaringen. Het onderwerp mag dus niet te heterogeen zijn: als men veel verschillende fenomenen
onderzoekt, zullen de verklaringen die daaruit te destilleren zijn nogal diffuus en weinigzeggend zijn.
1.3.1 Standaardclassificatie
Een standaardclassificatie wordt gebruikt als onderzoekers voor hun onderzoek diverse typen of
soorten criminaliteit onderscheiden.
Belangrijkste reden hiervoor is vergelijkbaarheid: pas als verschillende onderzoekers
dezelfde definities gebruiken, worden resultaten vergelijkbaar.
Dit was in NL tot voorkort de CBS-standaardclassificatie. Op grond van het WvSR en aanverwante
wetten werd in deze classificatie crimineel gedrag in 20-tal categorieën ingedeeld.
Criminaliteit is dus een zeer grove verzamelterm van allerlei verschillende gedragingen. Zelfs
logische en ogenschijnlijk fijne verdeling zoals de CBS-standaardclassificatie is in de praktijk nog te
grof.
Men komt dus in onderzoek en beleid vaak (sub)kwalificaties (maatschappelijk of
anderszins) tegen binnen bestaande classificatiesystemen.
Voor criminologisch onderzoek kan het WvSR in de praktijk een eerste afbakeningscriterium vormen.
criminaliteit in dermate breed dat in de praktijk nader toegespitst onderzoek wordt verricht naar
bepaalde typen delinquentie. Juridische kwalificaties bieden minder houvast hiervoor, dus wordt er
snel naar maatschappelijke kwalificaties gekeken of soorten gedrag.
Standaardkwalificatie in 2010 gewijzigd om technische redenen. Het bevat 90 categorieën
misdrijven. Categorieën zijn niet alleen uitgebreid maar er hebben ook verschuivingen
plaatsgevonden. Veel onderzoekers werken echter om de reden van vergelijkbaarheid, nog met
de oude classificatie.
1.3.2 Andere indelingen
1. Er wordt onderscheid gemaakt of er in het delict een duidelijk aanwijsbaar slachtoffer is
(bekend of niet) of dat als slachtoffer slechts een diffuse categorie aan te wijzen is (zoals de
maatschappij als slachtoffer). Het onderscheid tussen slachtofferhebbende en
slachtofferloze delicten is van belang voor de keuze van de onderzoeksmethode. Het is
echter niet altijd duidelijk om welk soort delict het gaat.
2. Onderscheid naar groepscriminaliteit of individueel gepleegde criminaliteit.
Groepscriminaliteit wordt verondersteld een andere dynamiek te hebben.
3. Onderscheid naar georganiseerde criminaliteit/misdaad.
4. Indelingen van kenmerken van de dader of slachtoffer. Zoals jong/oud, man/vrouw,
etniciteit, activiteit. Maar ook veelplegers, vrouwelijke daders, hoogrisicogroepen.
1.4 Kenmerken en doelen van wetenschap
Wetenschap moet rationeel zijn en wetenschappers moeten opzoek naar de waarheid. Wat echter
op een moment als waarheid gold, kan op een later moment achterhaald of aangevuld worden.
Ook moeten wetenschappelijke waarnemingen objectief zijn. We zijn het er redelijk over eens dat
wetenschappelijke waarnemingen niet gekleurd zou mogen worden door de persoon van de
onderzoeker. De onderzoekers is het medium waardoor de gegevens verkregen worden, maar mag
niet de verzamelde gegevens subjectief inkleuren. Vaak wordt hierin ook al genoegen genomen met
intersubjectiviteit: we streven niet naar absolutie objectiviteit.
Hoofdstuk 1: inleiding
1.1 Waar gaat dit boek over?
Criminologie = objectwetenschap: houdt zich bezig met allerlei verklaringen van een en hetzelfde
soort fenomeen.
Er wordt een veelvoud van verschillende verklaringsmodellen gebruikt om criminaliteit te
verklaren. Criminologen specialiseren zich in hun onderzoek wel naar bepaalde gebieden.
Vaak specialiseerde criminologen zich naar hun vooropleiding (door dat er voor een lange
tijd nog geen opleiding criminologie bestond). Zorgde voor hoge specialisatie en
divergentie binnen de crimi. en binnen de onderzoeksmethodologie.
o Psychologie: psychometrie.
o Sociologie: sociometrische technieken.
o Macro-economisch: econometrische methoden.
Onderscheid in dit boek:
Criterium: de methodologie is uniek voor de criminologie.
Criterium: de mate van algemeenheid van een bepaalde methodologie.
Criminaliteit is voor een belangrijkdeel nationaal gedefinieerd. Registratie van opsporing, vervolging
en berechting in systemen worden per land verschillend opgeslagen in systemen.
1.2 Criminaliteit en criminologie
Veel verschillende definities van criminaliteit:
= al het gedrag wat valt onder een van de delictsomschrijvingen in het WvSR en niet-commune
strafwetten. Dus crimineel gedrag is gedrag dat strafbaar wordt gesteld in de wet.
Definitie van criminaliteit tegelijkertijd ook smal.
Strafrechtelijke definitie van criminaliteit ook niet hard: definities in het WvSR veranderen,
verdwijnen, ontstaan nieuwe.
o Criminaliteit zoals door de wet gedefinieerd is dus een smalle definitie die aan
verandering onderhevig is.
Nationale definities van criminaliteit, maar ook hoe het door de rechter geïnterpreteerd
wordt, laten grote verschillen tussen landen zien.
Onderzoeksobject in crimi. in de praktijk breder dan in de strikte definitie van hierboven. Gedrag wat
tegen de definitie aanleunt, of voorloper van het gedrag kan worden gezien, of gedrag dat materieel
gezien crimineel gedrag benadert, wordt in criminologisch onderzoek onder de loep genomen.
Criminologische definities van criminaliteit ook aan verandering onderhevig. Definities
kunnen per land en per tijd verschillen. = Definitiekwesties.
Nadruk op het slachtoffer = victimologie. Ook gelijktijdige ontwikkelingen in het strafrecht van de
positie van het slachtoffer. van bijfiguur naar onbeperkt spreekrecht in de rechtszaal.
Slachtofferstudie naar functie in te delen in 2 typen:
o An sich: de studie naar de gevolgen van bepaalde delicten voor het slachtoffer. Zoals
psychologische gevolgen etc. Kan weer gerelateerd worden aan de bejegening door
politie, de rol van het slachtoffer in het strafproces etc.
o Meer instrumentele studie: niet per se geïnteresseerd in de slachtoffers zelf, maar de
slachtofferstudie wordt gebruikt om wat te weten te komen over het totale aantal
gepleegde delicten in NL. Slachtofferstudies zijn namelijk een beter meetinstrument
voor het kunnen doen van uitspraken over de volume van criminaliteit.
, 1.3 Een veelkleurig en fluïde onderzoeksobject
Criminaliteit is een containerbegrip. Verschillende typen criminaliteit hebben verschillende
verklaringen. Het onderwerp mag dus niet te heterogeen zijn: als men veel verschillende fenomenen
onderzoekt, zullen de verklaringen die daaruit te destilleren zijn nogal diffuus en weinigzeggend zijn.
1.3.1 Standaardclassificatie
Een standaardclassificatie wordt gebruikt als onderzoekers voor hun onderzoek diverse typen of
soorten criminaliteit onderscheiden.
Belangrijkste reden hiervoor is vergelijkbaarheid: pas als verschillende onderzoekers
dezelfde definities gebruiken, worden resultaten vergelijkbaar.
Dit was in NL tot voorkort de CBS-standaardclassificatie. Op grond van het WvSR en aanverwante
wetten werd in deze classificatie crimineel gedrag in 20-tal categorieën ingedeeld.
Criminaliteit is dus een zeer grove verzamelterm van allerlei verschillende gedragingen. Zelfs
logische en ogenschijnlijk fijne verdeling zoals de CBS-standaardclassificatie is in de praktijk nog te
grof.
Men komt dus in onderzoek en beleid vaak (sub)kwalificaties (maatschappelijk of
anderszins) tegen binnen bestaande classificatiesystemen.
Voor criminologisch onderzoek kan het WvSR in de praktijk een eerste afbakeningscriterium vormen.
criminaliteit in dermate breed dat in de praktijk nader toegespitst onderzoek wordt verricht naar
bepaalde typen delinquentie. Juridische kwalificaties bieden minder houvast hiervoor, dus wordt er
snel naar maatschappelijke kwalificaties gekeken of soorten gedrag.
Standaardkwalificatie in 2010 gewijzigd om technische redenen. Het bevat 90 categorieën
misdrijven. Categorieën zijn niet alleen uitgebreid maar er hebben ook verschuivingen
plaatsgevonden. Veel onderzoekers werken echter om de reden van vergelijkbaarheid, nog met
de oude classificatie.
1.3.2 Andere indelingen
1. Er wordt onderscheid gemaakt of er in het delict een duidelijk aanwijsbaar slachtoffer is
(bekend of niet) of dat als slachtoffer slechts een diffuse categorie aan te wijzen is (zoals de
maatschappij als slachtoffer). Het onderscheid tussen slachtofferhebbende en
slachtofferloze delicten is van belang voor de keuze van de onderzoeksmethode. Het is
echter niet altijd duidelijk om welk soort delict het gaat.
2. Onderscheid naar groepscriminaliteit of individueel gepleegde criminaliteit.
Groepscriminaliteit wordt verondersteld een andere dynamiek te hebben.
3. Onderscheid naar georganiseerde criminaliteit/misdaad.
4. Indelingen van kenmerken van de dader of slachtoffer. Zoals jong/oud, man/vrouw,
etniciteit, activiteit. Maar ook veelplegers, vrouwelijke daders, hoogrisicogroepen.
1.4 Kenmerken en doelen van wetenschap
Wetenschap moet rationeel zijn en wetenschappers moeten opzoek naar de waarheid. Wat echter
op een moment als waarheid gold, kan op een later moment achterhaald of aangevuld worden.
Ook moeten wetenschappelijke waarnemingen objectief zijn. We zijn het er redelijk over eens dat
wetenschappelijke waarnemingen niet gekleurd zou mogen worden door de persoon van de
onderzoeker. De onderzoekers is het medium waardoor de gegevens verkregen worden, maar mag
niet de verzamelde gegevens subjectief inkleuren. Vaak wordt hierin ook al genoegen genomen met
intersubjectiviteit: we streven niet naar absolutie objectiviteit.