Hoorcollege 2 (13-11-2020)
1. Het aantal punten dat mensen halen op een bepaald computerspelletje blijkt in de populatie
enigszins scheef verdeeld te zijn met een gemiddelde van 20 punten en een standaarddeviatie van 4.
Wat kun je zeggen over de sampling distribution van het gemiddelde puntenaantal voor random
steekproeven van 64 mensen uit de populatie? Die verdeling is …
a) minder scheef dan de scores in de populatie, met een gemiddelde van 20 punten en een
standaarddeviatie van 4
b) even scheef als de scores in de populatie, met een gemiddelde van 20 punten en een
standaarddeviatie van 4
c) minder scheef dan de scores in de populatie, met een gemiddelde van 20 punten en een
standaarddeviatie van 0.5
d) even scheef als de scores in de populatie, met een gemiddelde van 20 punten en een
standaarddeviatie van 0.5
2. Een variabele is normaal verdeeld met een gemiddelde van 10 en een standaarddeviatie van 2.
Wat is de kans op een steekproefgemiddelde van 9 of lager in een steekproef van 25 personen?
a) 0.0062
b) 0.3085
c) 0.6915
d) 0.9938
3. De scores op de Wechsler Intelligence Scale for Children (WISC) zijn in de populatie normaal
verdeeld met standaarddeviatie 10. Er worden random 25 kinderen uit de populatie geselecteerd en
de WISC wordt afgenomen bij elk kind. De gemiddelde score van deze 25 kinderen is 114.32.
Wat is de margin of error van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het populatiegemiddelde voor
deze steekproef?
a) 3.47
b) 5.15
c) 5.26
d) 6.14
4. De scores op de Wechsler Intelligence Scale for Children (WISC) zijn in de populatie normaal
verdeeld met gemiddelde 100 en standaarddeviatie 10. Er worden random 25 kinderen uit de
populatie geselecteerd en de WISC wordt afgenomen bij elk kind. De gemiddelde score van deze 25
kinderen is 105. Men toetst of het populatiegemiddelde groter is dan 100.
Wat is de P-value?
a) 0.0062
b) 0.0124
c) 0.9938
Antwoorden: 1c, 2a, 3b, 4a
Hoorcollege 4 (20-11-2020)
1. Het gemiddelde van een SRS is gelijk aan 104. Voor toetsing van de nulhypothese dat het
populatiegemiddelde gelijk is aan 100 (𝐻0: 𝜇 = 100) wordt de rechter-staart-kans gevonden van
0.02. Wat vertelt deze rechter-staart-kans je?
a) Er is 2% kans dat het populatiegemiddelde gelijk is aan 100, als je een steekproefgemiddelde
van precies 104 vindt