Ontwikkelingspsychologie
Gemaakt door: Liesbeth de Ruiter
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Kennismaking met ontwikkelingspsychologie....................................................................3
Hoofdstuk 2 Ontwikkelingspsychologische theorieën............................................................................4
Hoofdstuk 3 Erfelijkheid en prenatale ontwikkeling...............................................................................6
Hoofdstuk 4 Fysieke ontwikkeling..........................................................................................................7
Hoofdstuk 5 De taal................................................................................................................................9
Hoofdstuk 6 Het denken.......................................................................................................................11
Hoofdstuk 7 Temperament..................................................................................................................14
Hoofdstuk 8 Gehechtheid.....................................................................................................................15
Hoofdstuk 9 Zelfconcept en identiteit..................................................................................................20
Hoofdstuk 10 Moraliteit.......................................................................................................................22
Hoofdstuk 11 Sociale cognitie en sociaal gedrag..................................................................................23
Hoofdstuk 12 Sekserollen.....................................................................................................................25
Hoofdstuk 13 Kind en gezin..................................................................................................................26
Hoofdstuk 14 School en peergroep......................................................................................................28
Hoofdstuk 15 Het virtuele milieu..........................................................................................................30
Hoofdstuk 16 Mijlpalen........................................................................................................................31
Gemaakt door: Liesbeth de Ruiter
,Hoofdstuk 1 Kennismaking met
ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling/leren – reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en
functioneren leiden (veranderen en dan vooruitgaan=progressie)
Afhankelijk van: aanleg, rijping en omgeving
Aanleg: genenpakket, meegekregen met de geboorte. 50 procent vader, 50 procent moeder bv
aanleg
Rijping: het verder ontwikkelen (groeien) van het centrale zenuwstelsel. O.a. hersenen bv ethisch
besef, zaken die steeds beter worden. Als kind egocentrisch, daarna socialer
Omgevingsfactoren: de invloed van de omgeving op de ontwikkeling bv. hechting – kan je nog
veranderen
Co-sleeping – kinderen op de kamer bij de ouders op de kamer slapen
Kenmerken ontwikkeling
- Verandering
- Vooruitgang
4 ontwikkelperiodes
1. Babyperiode (0-12 maanden)
- Groei- en ontwikkelingstempo is hoog, vooral motorisch gebied
- Eerste Gehechtsrelatie
2. Peuterperiode (1-4 jaar)
- Taalontwikkeling neemt toe
- Vaak egocentrisch
- Autonoom
3. Kleuterperiode (4-6 jaar)
- Rijke fantasie
- Accent van spelen verschuift naar leren
- Sociale ontwikkeling neemt toe
4. Schoolperiode (6-12 jaar)
- Grote cognitieve ontwikkeling
5. Adolescentie (12-18 jaar)
- Ontwikkeling identiteit en seksualiteit
Kinderen – 0-12
Jeugdigen/jongeren – 12-18 jaar
Vroeger:
Locke– kind is tabula-rasa = onbeschreven blad
en Rousseau – kind is actief en onderzoekend wezen
Babybiografie – onderzoeken die zijn gedaan naar de ontwikkeling van baby’s en kinderen
Onderzoeken
Dwarsdoorsneeonderzoek – onderzoek waarbij op 1 specifiek moment de meetresultaten van
kinderen van verschillende leeftijden met elkaar worden vergeleken (snel en goedkoop)
Beperkingen hiervan:
- een generatieverschil tussen twee groepen wordt voor een ontwikkelingseffect aangezien, je
kan nooit met zekerheid zeggen of het verschil komt door de ontwikkeling of door het cohort
Gemaakt door: Liesbeth de Ruiter
, - Cohort effect –de invloed die specifieke, tijdgebonden maatschappelijke gebeurtenissen op
een cohort kunnen hebben.
Longitudinaal onderzoek – het gedrag van 1 groep kinderen wordt op tenminste 2 tijdstippen
vastgelegd, met daarin een duidelijk tijdsverschil (geen last van cohort effect door 1 groep)
Beperkingen hiervan:
- Kostbaar, tijdrovend, veel praktische problemen
- Je kan proefpersonen kwijtraken omdat het langer kan duren, haken af
- Soms is de manier of hetgeen onderzocht wordt niet meer relevant de tweede keer van
meten, onderzoek verouderd.
Hoofdstuk 2 Ontwikkelingspsychologische theorieën
Nature/nurture – van nature of door vorming
Psychoseksuele ontwikkelingstheorie van Freud
- Onbewuste
- Libido – lust, energie die individuen aanzet tot het ervaren van sensueel genot
- Thatanos – doodsinstinct
Persoonlijkheidsstructuur
- ID – onbewust, primitieve deel van persoonlijkheid. Bevat fundamentele drijfveren en
onderdrukte herinneringen
- Ego – bewuste. Rationele deel van persoonlijkheid. Dat is belast met het handhaven tussen
de vrede van superego en ID. Het leert om driften aan te passen aan omgeving. Plannen en
evalueren
- Superego – bevat onze normen en waarden, morele attitudes van ouders en maatschappij
(geweten). Tussenstation. Zoals het hoort, denkbeeldige stem
Castratieangst – angst van jongens dat hun vader hen straft voor de gevoelens voor moeder
Oedipuscomplex – jongetjes willen met moeder trouwen en zien vader als concurrent
Penisnijd: meisje beseffen dat ze iets missen
Psychisch determinisme – al het menselijk gedrag wordt bepaald door onze innerlijke
gemoedstoestand. Door onbewuste herinneringen, verlangens en conflicten.
Bowbly – kind komt onbeschreven ter wereld, kind moet hechten
Psychoseksuele fases – opeenvolgende, instinctieve patronen waarbij genot wordt geassocieerd met
de stimulatie van verschillende delen van het lichaam in verschillende perioden van het leven
- Orale fase (0-1 jaar):
Behoeftebevrediging: orale stimulatie door zuigen, eten/drinken, brabbelen
Uitdaging: afhankelijkheid overwinnen
- Anale fase (1-3 jaar):
Behoeftebevrediging: anale stimulatie door training van blaas en darmen
Uitdaging: zindelijkheidstraining, autonomie
- Fallische fase (3-6 jaar):
Behoeftebevrediging: stimulatie van genitaliën
Uitdaging: oplossen oedipuscomplex
- Latentiefase (6 jaar-puberteit):
Gemaakt door: Liesbeth de Ruiter