Begripsbepaling
Decompensatie Cordis (Hartfalen) : De pompfunctie van het hart is verminderd,
waardoor organen en weefsel minder zuurstof en voedingsstoffen krijgen.
Hierdoor kan het lichaam het vocht niet goed uit het lichaam verwijderen. Vooral
de longen, buik, benen en enkels houden vocht vast.
Epidemiologie
Elk jaar krijgen bijna 38.000 mensen voor het eerst de diagnose hartfalen: 52% is
vrouw en 48% is man. Naar schatting leven er zo’n 241.300 mensen met
hartfalen in Nederland.
Bijna 90% daarvan is 65 jaar of ouder. In 2021 stierven ruim 7500 mensen aan
hartfalen. Per dag zijn dit ongeveer elf vrouwen en negen mannen. Jaarlijks zijn er
ruim 31.000 ziekenhuisopnamen in verband met hartfalen.
Anatomie / fysiologie
De anatomie van decompensatie cordis betreft het falen van het hart om bloed
efficiënt rond te pompen, waardoor de weefsels en organen te weinig zuurstof en
voedingsstoffen ontvangen. Het kan zich uiten als een verminderde pompkracht
(systolisch hartalen) of een stijve hartspier die niet goed gevuld kan worden
(diastolisch hartfalen).
Bij een gezond hart zijn er twee fases: samentrekken (systole) en ontspannen
(diastole), waarbij het bloed wordt weggepompt en de kamers zich weer
vullen. Bij hartfalen werkt een of beide fases niet goed:
Verminderde pompkracht: De hartspier is te slap of te dun en kan niet
krachtig genoeg samentrekken om voldoende bloed weg te pompen. Dit
wordt ook wel hartfalen met verminderde ejectiefractie genoemd.
Verminderde vulling: De hartspier is te dik en stijf, waardoor deze zich niet
goed kan ontspannen en minder bloed kan opnemen. De hartkamers
vullen zich dan minder goed, wat resulteert in een kleinere hoeveelheid
bloed per hartslag, ook al knijpt de spier zelf goed samen. Dit heeft ook
wel hartfalen met behouden ejectiefractie.
Etiologie
Hartfalen is veelal het gevolg van andere hart- en vaatziekten. Risicofactoren
voor hart- en vaatziekten zijn daarom (vaak indirect) ook risicofactoren voor het
ontstaan van hartfalen. Risicofactoren kunnen elkaar versterken waardoor het
risico op het ontstaan van hartfalen toeneemt. De volgende aandoeningen zijn de
meest voorkomende oorzaken van hartfalen:
Coronaire (of ischemische) hartziekten is wereldwijd een belangrijke
oorzaak van het ontstaan van hartfalen. Door het ontstane littekenweefsel
na een hartinfarct verliest het hart (een deel van) zijn pompfunctie.
Hypertensie, patiënten met een hoge bloeddruk (> 160/90 mm Hg)
hebben een twee keer zo grote kans om het ontwikkelen van hartfalen dan
mensen met een normale bloeddruk.
Bij Hartklepgebreken stroomt het bloed niet goed door. Een vernauwde
(stenotische) hartklep belemmert de doorstroming van het bloed. Bij een
lekkende (insufficiënte) hartklep stroomt een deel van het bloed weer
terug het hart in. Het hart moet hierdoor harder werken. Als deze situatie
te lang aanhoudt kan dit leiden tot hartfalen.
, Bij Hartritmestoornissen is de prikkelgeleiding naar de hartspiercellen
verstoord waardoor het hart minder goed pompt: het hart moet te snel
knijpen (bij te snelle hartslag), of juist te langzaam (bij te lage hartslag) of
te onregelmatig (bij boezemfibrilleren). Het hart moet meer inspanning
leveren om het bloed rond te pompen waardoor op lange termijn (weken –
maanden) hartfalen kan ontstaan.
Aangeboren hartafwijking, Hartfalen kan ontstaan door aangeboren
hartafwijkingen. De meest voorkomende erfelijke hartziekte is
hypertrofische cardiomyopathie. Bij deze hartspierziekte zijn de
hartspiercellen uitgerekt, verdikt of dusdanig veranderd dat het hart niet
meer goed pompt.
Alcoholische cardiomyopathie is een specifieke vorm van cardiomyopathie,
die kan ontstaan na jarenlang alcohol gebruik. Bij deze vorm van
cardiomyopathie is er sprake van verwijding (dilatatie) van de hartspier.
Ook is de samentrekfunctie van een of beide ventrikels aangedaan, terwijl
de dikte van de wand normaal of afgenomen is. Dit kan uiteindelijk leiden
tot hartfalen.
Hartfalen na chemotherapie ontstaat doordat bepaalde chemotherapieën,
met name anthracyclines, de hartspiercellen kunnen beschadigen, wat
leidt tot een verminderde pompfunctie van het hart.
Overige oorzaken, ook langdurige bloedarmoede (anemie), een
schildklierafwijking (hyperthyreoïdie) en stofwisselingsstoornissen (o.a.
Diabetes mellitus) kunnen leiden tot hartfalen.
Symptomen
De klachten en de ernst van de klachten verschillen per patiënt. Hoeveel
klachten een patiënt ervaart is ook bij elke patiënt verschillend. De volgende
klachten komen vaak voor bij patiënten met hartfalen:
Vermoeidheid
Kortademigheid (vooral bij inspanning)
Gewichtstoename van twee kilo of meer in drie dagen
Opgezette benen en enkels
Koude handen en voeten
Een vol gevoel in de bovenbuik
Verminderde eetlust
Kriebelhoest (vooral bij plat liggen)
Duizeligheid
Verstopping van de darmen
Onrustig slapen en ’s nachts veel moeten plassen
Hartkloppingen
Geheugen- en concentratieproblemen.
Het wordt steeds duidelijker dat ook ziekten die op het eerste gezicht niets met
geslacht te maken lijken te hebben, anders werken bij mannen dan bij vrouwen.
Zoals hart- en vaatziekten. Vrouwen kunnen dus ook andere klachten ervaren
dan mannen bij hartfalen:
Pijn in de bovenbuik, kaak, rug of nek
Extreme moeheid
Onrustig gevoel
Angst
Pijn tussen de schouderbladen
Misselijkheid en braken