Vak is onderdeel van de minor Kinderrechten en forensische jeugdzorg.
Boeken: Handelen bij kindermishandeling en huiselijk geweld (4e druk) en Handboek
Forensische Orthopedagogiek.
Inhoud per week:
Week 1: KM: H1, H3 (tot 3.4)
Handboek FO: H7
Week 2: KM: H6, H7
Week 3: Handboek FO: H17
Week 4: KM 12.4 en 12.5
Handboek FO: H11 H18 H42
Week 5: KM: H12, H13
Week 6: KM: H8, H9
Week 7: KM: H2
Aanvullende literatuur van canvas en hoofdstuk 10 en 11 (van week 2) niet
inbegrepen.
,Week 1
KM: H1, H3 (tot 3.4)
Handboek FO: H7
1.1 wat is kindermishandeling
elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie
van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen
ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van
onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt
berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van
fysiek of psychisch letsel.
1.2 waar komt kindermishandeling voor en hoe vaak?
In alle families, culturen, plaatsen en wijken. Jonge en oudere ouders, arme
en rijke mensen, in achtergestelde en welvarende buurten en in
individualistische en collectivistische culturen.
26 tot 37 op de 1000 kinderen slachtoffer -> cijfer is waarschijnlijk een
onderschatting van het ware probleem.
1.3 vormen van kindermishandeling
Er zijn verschillende vormen van kindermishandeling te onderscheiden:
mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik.
1.3.1 Mishandeling
Lichamelijke mishandeling = het toebrengen van verwondingen door het
gebruik van fysiek geweld
Psychische of emotionele mishandeling = het stelselmatig vernederen,
kleineren, pesten, bang maken, toeschreeuwen en achterstellen. Ook het als
kind getuige zijn van huiselijk geweld valt hieronder.
1.3.2 Verwaarlozing
Lichamelijke verwaarlozing = het kind wordt onthouden wat hij nodig heeft
voor een goede lichamelijke gezondheid en ontwikkeling (geen goede
voeding, voldoende kleding, voldoende slaap, goede hygiëne en de
benodigde medische verzorging)
Psychische of emotionele verwaarlozing = het kind wordt onthouden wat hij
nodig heeft voor een goede geestelijke gezondheid en ontwikkeling
(aandacht, respect, scholing, warmte, liefde, bevestiging etc)
Pedagogische verwaarlozing = de ouders voeren de taak van opvoeden met
de bijbehorende verantwoordelijkheden niet voldoende uit. Het verschil
tussen emotionele en pedagogische verwaarlozing is niet heel scherp.
1.3.3 Seksueel misbruik
Seksueel misbruik = het verrichten van seksuele handelingen bij of met een
kind die niet passen bij diens leeftijd of ontwikkeling, of waaraan het kind zich
niet kan onttrekken.
Vaak is er sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen de dader en het
minderjarige slachtoffer, bijv binnen het gezin of jeugdzorginstelling.
, Ook seksueel misbruik tussen jongeren of kinderen onderling is een vorm van
kindermishandeling ouders zijn verantwoordelijk voor de bescherming.
1.4 Hoe ontstaat kindermishandeling
Er is geen eenduidige oorzaak, en vaak is er een combinatie van verschillende
factoren. Risicofactoren kunnen liggen bij de ouders als persoon of in hun manier
van opvoeden, ook bepaalde factoren bij het kind dat het risico op
kindermishandeling vergroten.
Daarnaast externe of situationele problemen een factor leveren namelijk extra
stress op.
1.4.1 Factoren ouders en opvoeding
Intergenerationele overdracht = ouders die als kind zelf zijn mishandeld, gaan
vaker zelf ook tot kindermishandeling. Voor een groot deel doordat ze zelf
geen ander voorbeeld hebben gehad.
Ouders die mishandelen zijn alleen niet altijd zelf slachtoffer geweest.
Ouders die mishandelen, sturen en straffen hun kind niet op een corrigerende
manier. Veel gaat er fout bij regels en grenzen.
Ouders hebben onrealistische verwachtingen, negatief zelfbeeld, negatief over
kind.
Verslaving en psychische problemen, pedagogisch onvermogen en lage
intelligentie van de ouders kunnen een oorzaak zijn voor kindermishandeling.
1.4.2 Factoren kind
Zowel psychische kenmerken (ADHD, autisme of karakter) als fysieke
kenmerken (handicap, problemen (vroeg)geboorte) kunnen de opvoeding
bemoeilijken of het moeilijker maken voor het kind om te voldoen aan de
verwachtingen van zijn ouders en daardoor is het een risicofactor.
1.5 Beschermende factoren
Factoren bieden tegenwicht en verminderen de ernst van de situatie en de gevolgen.
Bestaan dus naast beschermende factoren.
Goede relatie tussen ouders/ partners
Sociale netwerk
Bij het kind: zelfwaardering, intelligentie, makkelijk temperament etc.
Locus of control = besef dat je zelf ook kunt bijdragen aan het voorkomen en
oplossen van problemen.
Omgevingsfactoren zoals steun van gezin, leeftijdsgenoten, goede band met
ouders, gezin dat een positief oplossingsvermogen heeft.
1.6 kindermishandeling door falsificatie
Specifieke vorm van kindermishandeling is kindermishandeling door falsificatie,
vroeger heette dat het syndroom van Münchhausen bij Proxy. Het is een
psychiatrische aandoening met waarschijnlijk een genetisch component. Het is een
psychiatrisch syndroom waarbij een familielid van een kind doet alsof het kind
lichamelijk ziek is. Het familielid maakt het kind zelf opzettelijk ziek om aandacht te
krijgen van hulpverleners.
MBP > Pediatric Condition Falsification (PCF).
, 3 gevolgen en signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld.
3.1 invloed van geweld
Kan gevolgen hebben op lichamelijk, psychisch, emotioneel, cognitief, gedragsmatig,
sociaal en maatschappelijk gebied.
Voelen zich veel vaker onveilig.
Hebben vaker gezondheidsklachten.
Meer last van gevoelens van minderwaardigheid.
Minder sociale contacten.
Gevolgen kunnen zich op meerdere manieren openbaren.
Het kan ook over meerdere generaties sporen achterlaten > intergenerationele
overdracht.
3.2 Gevolgen van mishandeling/huiselijk geweld voor kinderen
3.2.1
Als gevolg van kindermishandeling kunnen de slachtoffers directe fysiek
verwondingen en problemen hebben, zoals blauwe plekken, botbreuken,
hoofdpijn, vermoeidheid, te dik of te dun zijn of slechte hygiëne.
Daarnaast kan slachtoffer of getuige zijn ervan ook psychische gevolgen
hebben, zoals een laagzelfbeeld, depressieve klachten, slaapproblemen,
leerachterstanden en ontwikkelingsachterstanden.
Bij de meeste kinderen zijn er veranderingen in het gedrag merkbaar en is er
beïnvloeding van de ontwikkelingsfase. Op langere termijn blijvende moeite
met het aangaan, opbouwen en onderhouden van relaties.
In deze paragraaf lees je alles wat er kan gebeuren, even voor jezelf opnieuw lezen.
3.2.2 Internaliserend en externaliserend gedrag
Internaliserend gedrag: reactie van kind op het geweld/misbruik is vooral
gericht op zichzelf. Zij kunnen bijvoorbeeld last krijgen van extreme angsten,
ongunstig zelfbeeld, schuldgevoelens of depressie.
Externaliserend gedrag: reactie van het kind op geweld/misbruik is vooral
naar buiten toe gericht. Ze kunnen vluchten, proberen de eigen onmacht die
ze ten aanzien van het geweld/misbruik ervaren om te zetten naar macht door
negatief en acting-out gedrag vertonen.
3.2.3 invloed op de hersenen
Verbinding tussen de hersengebieden die een rol spelen bij cognitieve en
emotionele processen blijvend verstoord zijn en biologisch versneld ouder
worden. Bepaalde delen van de hersenen werken minder goed samen,
ontstaan stemmingswisselingen en mentale en fysieke problemen. Ook kan er
bepaald gedrag versterkt worden doordat bepaalde verbinding in de hersenen
meer aanwezig en toegankelijk worden. Minder ruimte om ook verbindingen
voor positief gedrag te leggen.
Geweld is ook stressvol en zorgt voor een continue staat van alertheid. Die
stress kost de hersenen energie en daardoor is er geen energie om andere
neurale verbindingen te leggen waardoor je geen nieuwe vaardigheden meer
leert.
3.2.4 Ontwikkeling stoornissen
Op lange termijn gaan veel kinderen die slachtoffer zijn geweest van geweld
symptomen van PTSS vertonen. Naarmate het geweld/misbruik langduriger is,