Leerdoelen AVV blok 1
1. Praktijkgericht onderzoek onderscheiden van praktijkgericht wetenschappelijk
onderzoek en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek;
Praktijkgericht onderzoek: type onderzoek dat niet gericht is op kennisvermeerdering maar op ondersteuning
van besluitvorming, bij dit type onderzoek hoef je je niet te houden aan wetenschappelijke spelregels alleen
aan praktijkvormen. Dit type onderzoek is niet generaliseerbaar omdat de uitkomsten gericht zijn op
praktijkervaring.
Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat zowel gericht is op kennisvermeerdering en
ondersteuning biedt voor besluitvorming. Dit wordt toegepast op praktijksituaties en soortgelijke waardoor het
deels generaliseerbaar is.
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat primair gericht is op kennisvermeerdering, de
uitkomsten zijn generaliseerbaar en zouden evt ter ondersteuning voor besluitvorming kunnen bieden. Hierbij
moet gehouden worden aan de spelregels van wetenschappelijk onderzoek.
2. Verschillende typen vraagstellingen (beschrijvend, verklarend, voorspellend,
ontwerpgericht) binnen gezondheidszorgonderzoek opstellen;
Beschrijvend onderzoek: in kaart brengen van meningen, gedragingen of kenmerken binnen een populatie.
Kenmerkend is dat dit onderzoek antwoord geeft op wat en hoe vragen. Bijvoorbeeld: hoeveel procent van de
studenten sport?
Definiërend onderzoek: het doel van dit type onderzoek is om begrippen te verduidelijken en afbakenen.
Kenmerkend is het vastleggen van wat een begrip betekent en hoe dit meetbaar is. Bijvoorbeeld: wat verstaan
we onder ‘werkdruk’ bij verpleegkundigen?
Vergelijkend onderzoek: het vastleggen van overeenkomsten en verschillen tussen groepen en situaties. Geeft
antwoord op onderzoeksvragen zoals wie is meer/minder of wat verschilt. Bijvoorbeeld: Verschillen jongens en
meisjes in hun sociale mediagebruik?
Verklarend onderzoek: onderzoek gericht op het achterhalen van oorzaken kenmerkend is het beantwoorden
van waarom vragen. Bijvoorbeeld: heeft studie-uren een effect op het tentamen cijfer?
Voorspellend onderzoek: onderzoek dat gericht is op wat er in de toekomst zal gebeuren op basis van
patronen. Kenmerkend is het gebruiken van verbanden om de toekomstige uitkomsten te voorspellen.
Bijvoorbeeld: kunnen we tentamen cijfers voorspellen op basis van aanwezigheid?
Ontwerpend onderzoek: gaat om het ontwikkelen en testen van oplossingen of interventies voor een
praktijkprobleem. Dit is een cyclisch type van onderzoek: ontwerpen -> testen -> verbeteren. Bijvoorbeeld: het
ontwikkelen van een nieuw lesprogramma om motivatie te verhogen.
Evaluerend onderzoek: onderzoek dat nagaat of een interventie of maatregel daadwerkelijk effectief is
geweest. Kenmerkend is het beoordelen hoe goed dat iets werkt. Bijvoorbeeld: heeft bijles geleid tot beter
cijfers?
3. Uitleggen wat theorie, deductie en inductie zijn;
Theorie: een samenhangend stelsel van uitspraken waarmee verschijnselen beschreven, verklaard en
voorspeld.
Theorie vormt het kader binnen de empirische cyclus door via inductie en observaties een nieuwe theorie te
vormen of d.m.v deductie en toetsing bestaande theorie te verfijnen en beoordelen.
Kortom: theorie koppelt begrippen en verschijnselen aan elkaar en maakt wetenschappelijk redeneren
mogelijk.
Deductie: vanuit een algemene theorie of regel afleiden wat je in een concrete situatie zou moeten doen.
Deductie wordt gebruikt bij toetsend onderzoek, er is dus al een bestaande theorie die je wilt controleren.
Kortom: van algemeen naar bijzonder, hypothesen zijn toetsbaar en concreet.
Inductie: vanuit concrete gegevens en observaties kom je tot een algemenere uitspraak of regelmaat.
Dit wordt gebruikt bij explorerend onderzoek, er is nog weinig over dit onderwerp bekend.
Kortom: hierbij ga je van bijzonder naar algemeen, hypothesen worden wel opgesteld maar er uiteindelijk nog
geen zekerheid.
, 4. De stappen van het onderzoeksplan herkennen in een casus.
Probleemstelling: wat en waarom?
1. Vraagstelling -> wat wil je onderzoeken?
2. Doelstelling -> waarom wil je dit onderzoeken, en voor wie?
3. Theoretisch raamwerk -> vanuit welk perspectief bekijk je dit en zijn er al bestaande theorieën?
Onderzoeksontwerp: hoe?
4. Opzet -> welk onderzoeksopzet ga je gebruiken, denk aan literatuurstudie, experiment, vragenlijsten,
etc.
5. Dataverzamelingsplan -> welke data heb je nodig en hoe maak je onduidelijke begrippen meetbaar
(operationaliseren)?
6. Steekproefplan -> bij wie/wat ga je je data verzamelen en hoe selecteer je je steekproef?
7. Wanneer -> in welke periode vindt de dataverzameling zich plaats?
8. Waar -> op welke locatie en vanuit welke context vindt de dataverzameling plaats?
9. Data-analyseplan -> hoe je de verkregen data verwerken en analyseren, denk aan kwantitatief en
kwalitatief.
10. Rapportageplan -> hoe en voor wie rapporteer je de resultaten van je resultaten?
5. Kenmerken van kwantitatief en kwalitatief onderzoek uitleggen
Kwantitatief onderzoek: onderzoek waarbij gegevens en resultaten uitgedrukt worden in cijfers. Het doel is om
uitspraken te doen over aantallen, verhoudingen of verbanden die statistisch onderbouwt zijn.
Kenmerken:
- Meetbare gegevens (percentages, gemiddelden, frequenties, etc);
- Uitgevoerd bij grote steekproeven;
- Data wordt verzameld d.m.v enquetes, vragenlijsten, bestaande statistieken;
- Analyse gebeurt met statische methoden;
- Gericht op beschrijven, vergelijken, verklaren of voorspellende onderzoeksvragen;
- Resultaten zijn generaliseerbaar naar grotere populaties.
Kwalitatief onderzoek: onderzoek waarbij gegevens worden uitgedrukt in woorden, interpretaties, beelden of
ervaringen. Het doel is om diepgaande inzichten te krijgen in betekenissen, motieven en processen.
Kenmerken:
- Gedetailleerd beschrijvend materiaal;
- Uitgevoerd bij kleinere groepen of cases;
- Data wordt verzameld via interviews, observaties, focusgroepen of documentanlayses;
- Analyse gaat via thema’s, patronen en voornamelijk interpretaties;
- Het onderzoek is gericht op begrijpen i.p.v meten;
- Resultaten zijn vaak contextgebonden en niet generaliseerbaar maar wel diepgaand.
6. Beargumenteren welk type onderzoek (kwantitatief, kwalitatief) en welke
dataverzamelingsmethoden.
Dataverzamelingsmethoden met type onderzoek:
1. Enquetes/vragenlijsten => gestandaardiseerd vragen, geschikt voor kwantitatief onderzoek;
2. Interviews => veel diepgang, geschikt voor kwalitatief onderzoek;
3. Observatie => participerend (onderzoeker doet mee) en niet participerend, gedrag registreren in
natuurlijke omgeving. Maak je gebruik van het turven van bepaalde gedragingen dan is het geschikt
voor kwantitatief onderzoek, gebruik je de observaties om te begrijpen waarom mensen bepaalde
gedragingen vertonen dan gaat het om kwalitatief onderzoek;
4. Experiment => onderzoeker manipuleert een variabele en meet het effect op een andere variabele in
een gecontroleerde omgeving, geschikt voor kwantitatief onderzoek;
5. Inhoudsanalyse => systematisch analyseren van teksten, beelden of media. Is het doel tellen dan is het
geschikt voor kwantitatief onderzoek, is het doel interpreteren dan is het geschikt voor kwalitatief
onderzoek;
1. Praktijkgericht onderzoek onderscheiden van praktijkgericht wetenschappelijk
onderzoek en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek;
Praktijkgericht onderzoek: type onderzoek dat niet gericht is op kennisvermeerdering maar op ondersteuning
van besluitvorming, bij dit type onderzoek hoef je je niet te houden aan wetenschappelijke spelregels alleen
aan praktijkvormen. Dit type onderzoek is niet generaliseerbaar omdat de uitkomsten gericht zijn op
praktijkervaring.
Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat zowel gericht is op kennisvermeerdering en
ondersteuning biedt voor besluitvorming. Dit wordt toegepast op praktijksituaties en soortgelijke waardoor het
deels generaliseerbaar is.
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat primair gericht is op kennisvermeerdering, de
uitkomsten zijn generaliseerbaar en zouden evt ter ondersteuning voor besluitvorming kunnen bieden. Hierbij
moet gehouden worden aan de spelregels van wetenschappelijk onderzoek.
2. Verschillende typen vraagstellingen (beschrijvend, verklarend, voorspellend,
ontwerpgericht) binnen gezondheidszorgonderzoek opstellen;
Beschrijvend onderzoek: in kaart brengen van meningen, gedragingen of kenmerken binnen een populatie.
Kenmerkend is dat dit onderzoek antwoord geeft op wat en hoe vragen. Bijvoorbeeld: hoeveel procent van de
studenten sport?
Definiërend onderzoek: het doel van dit type onderzoek is om begrippen te verduidelijken en afbakenen.
Kenmerkend is het vastleggen van wat een begrip betekent en hoe dit meetbaar is. Bijvoorbeeld: wat verstaan
we onder ‘werkdruk’ bij verpleegkundigen?
Vergelijkend onderzoek: het vastleggen van overeenkomsten en verschillen tussen groepen en situaties. Geeft
antwoord op onderzoeksvragen zoals wie is meer/minder of wat verschilt. Bijvoorbeeld: Verschillen jongens en
meisjes in hun sociale mediagebruik?
Verklarend onderzoek: onderzoek gericht op het achterhalen van oorzaken kenmerkend is het beantwoorden
van waarom vragen. Bijvoorbeeld: heeft studie-uren een effect op het tentamen cijfer?
Voorspellend onderzoek: onderzoek dat gericht is op wat er in de toekomst zal gebeuren op basis van
patronen. Kenmerkend is het gebruiken van verbanden om de toekomstige uitkomsten te voorspellen.
Bijvoorbeeld: kunnen we tentamen cijfers voorspellen op basis van aanwezigheid?
Ontwerpend onderzoek: gaat om het ontwikkelen en testen van oplossingen of interventies voor een
praktijkprobleem. Dit is een cyclisch type van onderzoek: ontwerpen -> testen -> verbeteren. Bijvoorbeeld: het
ontwikkelen van een nieuw lesprogramma om motivatie te verhogen.
Evaluerend onderzoek: onderzoek dat nagaat of een interventie of maatregel daadwerkelijk effectief is
geweest. Kenmerkend is het beoordelen hoe goed dat iets werkt. Bijvoorbeeld: heeft bijles geleid tot beter
cijfers?
3. Uitleggen wat theorie, deductie en inductie zijn;
Theorie: een samenhangend stelsel van uitspraken waarmee verschijnselen beschreven, verklaard en
voorspeld.
Theorie vormt het kader binnen de empirische cyclus door via inductie en observaties een nieuwe theorie te
vormen of d.m.v deductie en toetsing bestaande theorie te verfijnen en beoordelen.
Kortom: theorie koppelt begrippen en verschijnselen aan elkaar en maakt wetenschappelijk redeneren
mogelijk.
Deductie: vanuit een algemene theorie of regel afleiden wat je in een concrete situatie zou moeten doen.
Deductie wordt gebruikt bij toetsend onderzoek, er is dus al een bestaande theorie die je wilt controleren.
Kortom: van algemeen naar bijzonder, hypothesen zijn toetsbaar en concreet.
Inductie: vanuit concrete gegevens en observaties kom je tot een algemenere uitspraak of regelmaat.
Dit wordt gebruikt bij explorerend onderzoek, er is nog weinig over dit onderwerp bekend.
Kortom: hierbij ga je van bijzonder naar algemeen, hypothesen worden wel opgesteld maar er uiteindelijk nog
geen zekerheid.
, 4. De stappen van het onderzoeksplan herkennen in een casus.
Probleemstelling: wat en waarom?
1. Vraagstelling -> wat wil je onderzoeken?
2. Doelstelling -> waarom wil je dit onderzoeken, en voor wie?
3. Theoretisch raamwerk -> vanuit welk perspectief bekijk je dit en zijn er al bestaande theorieën?
Onderzoeksontwerp: hoe?
4. Opzet -> welk onderzoeksopzet ga je gebruiken, denk aan literatuurstudie, experiment, vragenlijsten,
etc.
5. Dataverzamelingsplan -> welke data heb je nodig en hoe maak je onduidelijke begrippen meetbaar
(operationaliseren)?
6. Steekproefplan -> bij wie/wat ga je je data verzamelen en hoe selecteer je je steekproef?
7. Wanneer -> in welke periode vindt de dataverzameling zich plaats?
8. Waar -> op welke locatie en vanuit welke context vindt de dataverzameling plaats?
9. Data-analyseplan -> hoe je de verkregen data verwerken en analyseren, denk aan kwantitatief en
kwalitatief.
10. Rapportageplan -> hoe en voor wie rapporteer je de resultaten van je resultaten?
5. Kenmerken van kwantitatief en kwalitatief onderzoek uitleggen
Kwantitatief onderzoek: onderzoek waarbij gegevens en resultaten uitgedrukt worden in cijfers. Het doel is om
uitspraken te doen over aantallen, verhoudingen of verbanden die statistisch onderbouwt zijn.
Kenmerken:
- Meetbare gegevens (percentages, gemiddelden, frequenties, etc);
- Uitgevoerd bij grote steekproeven;
- Data wordt verzameld d.m.v enquetes, vragenlijsten, bestaande statistieken;
- Analyse gebeurt met statische methoden;
- Gericht op beschrijven, vergelijken, verklaren of voorspellende onderzoeksvragen;
- Resultaten zijn generaliseerbaar naar grotere populaties.
Kwalitatief onderzoek: onderzoek waarbij gegevens worden uitgedrukt in woorden, interpretaties, beelden of
ervaringen. Het doel is om diepgaande inzichten te krijgen in betekenissen, motieven en processen.
Kenmerken:
- Gedetailleerd beschrijvend materiaal;
- Uitgevoerd bij kleinere groepen of cases;
- Data wordt verzameld via interviews, observaties, focusgroepen of documentanlayses;
- Analyse gaat via thema’s, patronen en voornamelijk interpretaties;
- Het onderzoek is gericht op begrijpen i.p.v meten;
- Resultaten zijn vaak contextgebonden en niet generaliseerbaar maar wel diepgaand.
6. Beargumenteren welk type onderzoek (kwantitatief, kwalitatief) en welke
dataverzamelingsmethoden.
Dataverzamelingsmethoden met type onderzoek:
1. Enquetes/vragenlijsten => gestandaardiseerd vragen, geschikt voor kwantitatief onderzoek;
2. Interviews => veel diepgang, geschikt voor kwalitatief onderzoek;
3. Observatie => participerend (onderzoeker doet mee) en niet participerend, gedrag registreren in
natuurlijke omgeving. Maak je gebruik van het turven van bepaalde gedragingen dan is het geschikt
voor kwantitatief onderzoek, gebruik je de observaties om te begrijpen waarom mensen bepaalde
gedragingen vertonen dan gaat het om kwalitatief onderzoek;
4. Experiment => onderzoeker manipuleert een variabele en meet het effect op een andere variabele in
een gecontroleerde omgeving, geschikt voor kwantitatief onderzoek;
5. Inhoudsanalyse => systematisch analyseren van teksten, beelden of media. Is het doel tellen dan is het
geschikt voor kwantitatief onderzoek, is het doel interpreteren dan is het geschikt voor kwalitatief
onderzoek;