Paragraaf 1:
Heterotrofe organismen nemen voedsel op voor handhaven assimilatie en dissimilatie.
Paragraaf 2:
Voedingsmiddelen = alles wat je eet of drinkt → bevatten voedingsstoffen, 6 belangrijkste:
Eiwitten (proteïnen) polymeren van groot aantal aminozuurmoleculen → naar
Bouwstof cellen en organen vervoerd → aan elkaar gekoppeld door eiwitsynthese.
weefsels - helpen bij 20 verschillende aminozuren → 12 zelf maken
transport - brandstof bij (transaminering) → 8 essentiële aminozuren via voeding.
overschot aminozuren Aminozuren niet bij synthese gebruikt, worden gedissimileerd
en onvoldoende glucose. → ontstaat ureum.
Koolhydraten monosachariden - disachariden - polysachariden.
Brandstof → energie. Voedingsvezel = stof niet door enzymen uit verteringsstelsel
Bouwstof bij DNA. wordt verteerd → belangrijk voor darmwerking en stoelgang.
Vetten (lipiden) opgebouwd uit glycerol en 3 vetzuren (triglyceriden) →
Brandstof → energie en verzadigd (max aantal H en rechte keten) of onverzadigd (niet
warmte. Bouwstof → max aantal H en 1 of meer dubbele bindingen). Cholesterol =
bestanddeel membranen vet dat voorkomt in celmembranen en bloedplasma. Essentiële
fosfolipiden. vetzuren moeten in voeding voorkomen.
Water Volwassen mens bevat 60% water. Regelt lichaamstemperatuur
Bouwstof - oplosmiddel door zweten of water vasthouden. Raakt water kwijt oor urine,
- transportmiddel. zweet, ontlasting en uitgeademde lucht.
Mineralen (zouten) Spoorelement = element wat je in zeer geringe hoeveelheid
Bouwstof → ionen. nodig hebt → bestanddelen enzymen en hormonen.
Vitaminen co-enzym en in lichaam gemaakt. Gebreksziekten bij te weinig
vitaminen. Provitamine = stof in voedsel war lichaam vitamine
uit maakt. Vitamine-B-complex = verzameling vitamine B.
Paragraaf 3:
In sommige voedingsmiddelen additieven (toegevoegde stoffen).
Paragraaf 4:
Conserveren = voedingsmiddelen langer houdbaar door omstandigheden micro-organismen
ongunstig maken → conserveringsmiddelen toevoegen.
- Kleurstoffen: aantrekkelijker aanzien.
- Emulgatoren: maken mogelijk water met vet te mengen (frietsaus).
- Antioxidanten: beschermen voedingsmiddel tegen aantasting door O2.
- Smaakversterkers: kruiden of kunstmatige toevoegen die smaak versterken.
→ kunnen schadelijk zijn → aanvaardbare dagelijkse inname (ADI).