Ontwikkelingspsychologie levensfasen hoofdstuk 6
Pubertijd en adolescentie
12-17 = puberteit
17-22= adolescentie
In veel culturen wordt deze overgang ritueel gevierd.
Lichamelijke veranderingen
• Verschillen jongens en meisjes wordt groter
• Primaire en secundaire geslachtsrijpheid
➔ Voorplanting = primaire (ovulaties)
➔ Niet voortplanting als doel = secundaire (baart in de keel)
• Melotinine → hormoon die helpt bij inslapen
➔ Wordt savonds afgegeven dus slapen pubers later maar ze hebben wel 2 uur langer slaap
nodig
Cognitieve ontwikkeling
• Brein in ontwikkeling
- Frontaalkwab (executieve functies): plannen, keuzes maken, oorzaak gevolg, prioriteiten
is nog niet volledig ontwikkeld.
- Amygdala (emoties): controle, empathisch vermogen, verplaatsen in anderen
• Informatieverwerking
- De cognitivistische visie:
➔ formeel operationeel denken: vanaf de pubertijd kan je abstracter denken
➔ hypothetisch deductief denken: je kan overzien wat er gebeurd als er iets gebeurd
- de informatietheoretische visie: brein is een computer en vanaf de pubertijd kan je
steeds meer informatie kan verwerken, ordenen en samenvatten.
Geweten en autonomie
• een eigen moraal ontwikkelen: eigen set van normen en waarden die bepalen hoe jij handelt
• verplaatsen in verschillende perspectieven
• ik ben autonoom
• uniek zijn en ruimte innemen (geven en nemen)
• identity achievement: jij weet dit ben ik
opvoedingsstijlen
• anti-autoritair ( laisserfaire): veel vrijheid, zoek het zelf uit, weinig sturing, gevolg; weinig
basis, iemand zoekt lang naar wat hij vindt, leidt tot lange onzekere processen
• autoritair: ouders geven veel sturing, veel regels en controle. Gevolg; afzet tegen ouders,
eigen set normen en waarden willen zoeken
• verwaarlozend: afwijzing, emotionele afwezigheid van ouders. Gevolg; onzeker, problemen
in contacten met andere mensen
• democratisch (autoritatieve stijl): ouders maken soms een punt, ruimte voor eigen
ontwikkeling. Gevolg; veel zelfvertrouwen
loskomen in 3 stappen
1. durven afgaan op eigen oordelen: vertrouw op je eigen normen en waarden
2. durven ingaan tegen sociale druk:
3. loskomen van emotionele binding met ouders