Module 1
Command Betekenis Toepassing (Syntax) Voorbeeld
Levels Geeft de unieke `levels(factor_var)` `levels(factor(c("low",
niveaus van een "medium", "high")))`
factorvariabele. geeft "low", "medium",
"high".
labels Wijzigt of geeft `factor(var, labels = `factor(c(1, 2, 1), labels
namen aan de c("label1", "label2", ...))` = c("Yes", "No"))` geeft
niveaus van een een factor met labels
factorvariabele. "Yes" en "No".
addmargins Voegt marges toe `addmargins(table)` `addmargins(table(c(1,
aan een tabel (rij- en 1, 2, 2, 3)))` voegt rij- en
kolomsommen). kolomtotaal toe aan de
tabel.
ChisqSig Controleert de `chisq.test(table) `chisq.test(co(c(10, 20,
significantie van een $p.value` 30, 40), nrow = 2))
chi-kwadraattoets. $p.value` geeft de p-
waarde van de test.
fisher.test Voert een exacte `fisher.test(table)` `fisher.test(matrix(c(1,
toets van Fisher uit 9, 11, 3), nrow = 2))`
voor kleine voert de toets uit op
steekproeven. een 2x2-
contingentietabel.
CrossTable Geeft een kruistabel `CrossTable(x, y, ...)` `CrossTable(iris$Species,
met percentages, iris$Sepal.Width > 3)`
aantallen en toont een uitgebreide
marges. kruistabel.
str Geeft de structuur `str(object)` `str(iris)` toont de
van een object weer structuur van het
(bijv. variabelen en ingebouwde `iris`-
datatypes). dataset.
1-pnorm(z) Geeft de kans dat `1 - pnorm(z)` `1 - pnorm(1.96)` geeft
een waarde groter is de kans dat een waarde
dan de z-score in groter is dan een z-score
een normale van 1.96 (≈ 0.025).
verdeling.
, Module 2
Command Betekenis Toepassing (Syntax) Voorbeeld
cor Bereken correlatie cor(x, y, method = cor(c(1,2,3), c(4,5,6))
tussen twee 'pearson') geeft 1
numerieke
variabelen.
cov Bereken covariantie cov(x, y) cov(c(1,2,3), c(4,5,6))
tussen twee geeft 0.5
numerieke
variabelen.
cor.test Statistische test voor cor.test(x, y, method cor.test(c(1,2,3),
correlatie. = 'pearson') c(4,5,6))
rcorr Bereken rcorr(as.matrix(data)) rcorr(as.matrix(mtcars))
correlatiematrix en
bijbehorende p-
waarden.
subset Subset data subset(data, subset(mtcars, mpg >
selecteren op basis condition) 20)
van voorwaarden.
r.all Verkrijg alle r.all(data) r.all(mtcars)
correlaties in een
dataset.
pdf Open een PDF- pdf(file = 'file.pdf') pdf('plot.pdf');
bestand om plots op plot(1:10); dev.off()
te slaan.
ifelse Return waarden ifelse(test, yes, no) ifelse(c(TRUE, FALSE),
gebaseerd op een 'Yes', 'No')
logische test.
sapply Functie toepassen op sapply(X, FUN) sapply(1:5, sqrt) geeft
elke element van een wortels van 1-5
lijst of vector.
sprintf Format strings met sprintf(fmt, ...) sprintf('%.2f', 3.14159)
specifieke stijl. geeft '3.14'
gsub Patronen vervangen gsub(pattern, gsub('a', 'b', 'cat') geeft
in tekst. replacement, x) 'cbt'
rTable Maak een tabel van rTable(data) rTable(mtcars)
waarden.
corrTable Correlatietabel corrTable(data) corrTable(mtcars)
genereren met p-
waarden.
pcor.test Partiële correlatie en pcor.test(x, y, z) pcor.test(c(1,2,3),
p-waarde berekenen. c(4,5,6), c(7,8,9))
Command Betekenis Toepassing (Syntax) Voorbeeld
Levels Geeft de unieke `levels(factor_var)` `levels(factor(c("low",
niveaus van een "medium", "high")))`
factorvariabele. geeft "low", "medium",
"high".
labels Wijzigt of geeft `factor(var, labels = `factor(c(1, 2, 1), labels
namen aan de c("label1", "label2", ...))` = c("Yes", "No"))` geeft
niveaus van een een factor met labels
factorvariabele. "Yes" en "No".
addmargins Voegt marges toe `addmargins(table)` `addmargins(table(c(1,
aan een tabel (rij- en 1, 2, 2, 3)))` voegt rij- en
kolomsommen). kolomtotaal toe aan de
tabel.
ChisqSig Controleert de `chisq.test(table) `chisq.test(co(c(10, 20,
significantie van een $p.value` 30, 40), nrow = 2))
chi-kwadraattoets. $p.value` geeft de p-
waarde van de test.
fisher.test Voert een exacte `fisher.test(table)` `fisher.test(matrix(c(1,
toets van Fisher uit 9, 11, 3), nrow = 2))`
voor kleine voert de toets uit op
steekproeven. een 2x2-
contingentietabel.
CrossTable Geeft een kruistabel `CrossTable(x, y, ...)` `CrossTable(iris$Species,
met percentages, iris$Sepal.Width > 3)`
aantallen en toont een uitgebreide
marges. kruistabel.
str Geeft de structuur `str(object)` `str(iris)` toont de
van een object weer structuur van het
(bijv. variabelen en ingebouwde `iris`-
datatypes). dataset.
1-pnorm(z) Geeft de kans dat `1 - pnorm(z)` `1 - pnorm(1.96)` geeft
een waarde groter is de kans dat een waarde
dan de z-score in groter is dan een z-score
een normale van 1.96 (≈ 0.025).
verdeling.
, Module 2
Command Betekenis Toepassing (Syntax) Voorbeeld
cor Bereken correlatie cor(x, y, method = cor(c(1,2,3), c(4,5,6))
tussen twee 'pearson') geeft 1
numerieke
variabelen.
cov Bereken covariantie cov(x, y) cov(c(1,2,3), c(4,5,6))
tussen twee geeft 0.5
numerieke
variabelen.
cor.test Statistische test voor cor.test(x, y, method cor.test(c(1,2,3),
correlatie. = 'pearson') c(4,5,6))
rcorr Bereken rcorr(as.matrix(data)) rcorr(as.matrix(mtcars))
correlatiematrix en
bijbehorende p-
waarden.
subset Subset data subset(data, subset(mtcars, mpg >
selecteren op basis condition) 20)
van voorwaarden.
r.all Verkrijg alle r.all(data) r.all(mtcars)
correlaties in een
dataset.
pdf Open een PDF- pdf(file = 'file.pdf') pdf('plot.pdf');
bestand om plots op plot(1:10); dev.off()
te slaan.
ifelse Return waarden ifelse(test, yes, no) ifelse(c(TRUE, FALSE),
gebaseerd op een 'Yes', 'No')
logische test.
sapply Functie toepassen op sapply(X, FUN) sapply(1:5, sqrt) geeft
elke element van een wortels van 1-5
lijst of vector.
sprintf Format strings met sprintf(fmt, ...) sprintf('%.2f', 3.14159)
specifieke stijl. geeft '3.14'
gsub Patronen vervangen gsub(pattern, gsub('a', 'b', 'cat') geeft
in tekst. replacement, x) 'cbt'
rTable Maak een tabel van rTable(data) rTable(mtcars)
waarden.
corrTable Correlatietabel corrTable(data) corrTable(mtcars)
genereren met p-
waarden.
pcor.test Partiële correlatie en pcor.test(x, y, z) pcor.test(c(1,2,3),
p-waarde berekenen. c(4,5,6), c(7,8,9))