CONSUMENTENRECHT 2024-2025
HARMONISATIE VAN HET CONSUMEN-
TENRECHT
(OMZETTING) EU-RECHT
Meeste regelen inzake consumentenrecht zijn de omzetting van EU-Richtlijnen: Europese wetgever
gestart in jaren 90 met harmoniseren van consumentenrechten.
Hoofdzakelijk door richtlijnen uit te vaardigen: Europese richtlijnen moeten worden omgezet in
het interne nationale recht.
o Vooral omgezet in WER: vooral boek 6 en 7
Omzetting geschiedde in:
(hoofdzakelijk) Boek VI WER
o voorheen Wet Handelspraktijken (1991) / Wet Marktpraktijken (2010)
oud BW (toekomstig boek 7 BW): de regelen met betrekking tot de wettelijke garantie
o wettelijke garantie voor lichamelijke roerende zaken maar ook bijzondere wettelijke
garantieregeling voor digitale inhoud en digitale diensten
bv. e-book kopen
o nieuw boek 7 op komst: er loop een publieke consultatieronde met betrekking tot de
voorgestelde bepalingen (koop, lastgeving, huur, leasing,…)
zal niet veel wijzingen aan wettelijke garantieregeling omdat deze vanuit Europa komt
en grotendeels geharmoniseerd is
Afzonderlijke wetgeving
o Bv. pakketreizen: doel om de zwakkere partij (de reiziger) te gaan beschermen
Omzetting van Europese regelgeving maar niet in WER
Belgische recht grotendeels een omzetting van Europese consumentenrecht/Europese richtlijnen =
belangrijke rol weggelegd voor Hof van Justitie
Interpretatie: prejudiciële vragen met betrekking tot de interpretatie van een bepaling in de
Europese richtlijn
o Creatief mee omgegaan: onder mom van interpretatie heeft HvJ nieuwe regelen
gecreëerd.
Zeer activistisch om consumenten te gaan beschermen: bv. rechten van een passagier
op compensatie bij langdurige vertraging van een vlucht => HvJ heeft geoordeeld dat
een dergelijk recht op compensatie aanwezig moest zijn in de Europese verordening
omwille van het feit dat passagiers die het SO worden van een langdurige vertraging
zich in een vergelijkbare situatie bevinden als passagiers die het SO zijn van een
annulering van hun vlucht.
= onder mom van interpretatie + inroepen gelijkheidsbeginsel hebben ze recht voor
de consument gecreëerd.
1
,Voorbeeld van een regel die we niet terugvinden op Europees niveau, maar wel in ons Belgisch
Wetboek economisch recht:
Contract gesloten van bepaalde duur, dit bevat een ‘clausule van stilzwijgende verlening’ (bv.
een fitnescontract van één jaar), duur van een jaar verstreken dan wordt het contract
automatisch verlengd voor een nieuwe periode. Niet op tijd verzetten? Opnieuw voor een jaar
verbonden
o Eens de stilzwijgende verlening heeft plaatsgevonden = overeenkomst altijd kosteloos
beëindigen MAAR opzegtermijn van twee maanden in acht nemen
De meeste bepalingen komen vanuit Europa maar ook Belgische initiatieven binnen boek 6
o Volledige boek 19 is een Belgisch initiatief
HOOG BESCHERMINGSNIVEAU
Waar haalt Europa de bevoegdheid om regelen inzake consumentenrecht te gaan harmoniseren?
Europese rechtsgrond regelen consumentenbescherming: twee belangrijke gronden die wetgever
toelaten om regelen van consumentenrecht te harmoniseren
Harmonisatie met het oog op de realisatie van de interne markt (art. 114 VWEU): Europese
wetgever ziet harmonisatie van het consumentenrecht als een voorwaarde voor de realisatie
van de interne markt.
o Waarom gaat een eenmaking van regelen van consumentenrecht de interne markt beter
laten functioneren?
Door te zorgen voor een gelijke bescherming voor de consument gaan we het vertrouwen
van de consument in grensoverschrijdend aankopen van goederen en diensten gaan
vergroten.
= confident consumer argument: waar hij ook koop binnen interne markt, zal
eenzelfde/vergelijkbare bescherming genieten.
o Hoe kan de harmonisatie bijdragen tot grensoverschrijdende handel binnen de interne
markt voor ondernemingen?
Kostenreductie: Consumenten gaan meer bereid zijn om bij buitenlandse ondernemingen
te gaan kopen. Men moet zich geen zorgen maken over de inhoud van het
consumentenrecht in de andere lidstaten want als het geharmoniseerd is dan volstaat het
om de eigen reels te gaan volgen.
Heel beperkt aantal Europese verordeningen inzake consumentenbescherming: de meeste
regelen van Europees recht zijn Europese richtlijnen en deze moeten omgezet worden.
Bepaalde van de Europese RL die minimaal geharmoniseerd zijn: een lidstaat kan nog een
laagje consumentenrecht gaan toevoegen = additionele bescherming bieden (‘gold
plating’).
Bescherming van de economische belangen van consument (art. 169 VWEU): rechtsgrond die
de mogelijkheid biedt om regelen uit te vaardigen die tot doel hebben om de zwakkere partij
(de consument) te gaan beschermen.
o Als Europa een regel van CR maximaal wil harmoniseren dan kan dit alleen op basis van
art. 114 VWEU en niet op basis van art. 169 VWEU = enkel op basis van interne markt
argument.
Bescherming van de zwakkere partij is zeker niet de enige doelstelling van harmonisatie van regelen
inzake CR. De doelstelling is realiseren van de interne markt MAAR niet afleiden dat
2
,consumentenbescherming geen prioriteit zou zijn van de Unie: blijkt uit de artikelen van VWEU +
Europese Handvest.
Vereiste van een hoog beschermingsniveau: betekent NIET hoogst mogelijke beschermingsniveau
Artikel 12 + 114 VWEU
o art. 114: bij vaststellen van geharmoniseerde regelen moet een hoog beschermingsniveau
in acht worden genomen
o art. 12: op vlak van CR wordt gestreefd naar een hoog beschermingsniveau.
Artikel 38 Handvest Grondrechten EU
Herhaald in Europese Richtlijnen
Basisbeginsel in de rechtspraak van het Hof van Justitie: in arresten heel vaak bij de
interpretatie van regelen zeggen ‘gelet op de doelstelling om een hoog beschermingsniveau te
gaan bereiken’.
HARMONISATIE
Verordeningen (zelden) en Richtlijnen
We zien een tendens van minimale naar maximale harmonisatie.
Minimale harmonisatie
Minimale bescherming, doch additionele bescherming is mogelijk
Nadeel minimale bescherming vanuit interne markt gedacht: de bescherming is toch niet gelijk
Verenigbaarheid met Europees recht beoordelen op grond van het primaire verdragsrecht
(desgevallend Dienstenrichtlijn)
o !! BELANGRIJK Minimale harmonisatie biedt de mogelijkheid om additionele bescherming
te voorzien, maar niet zonder enige beperking. Lidstaten kunnen niet om het even welke
regel van consumentenbescherming gaan invoeren omdat een dergelijke regel van CR
gerechtvaardigd moet worden op basis van het primaire verdragsrecht.
De regel mag geen ongeoorloofde inperking uitmaken van het vrij verkeer van
goederen of het vrij verkeer van diensten.
Hoe gaat men dit gaan toetsen op Europese niveau? HvJ gaat onderzoeken of
nationale regelen in overeenstemming zijn met Europees recht. HvJ kan oordelen of
een additionele bescherming op nationaal niveau verenigbaar is met het primaire
verdragsrecht.
Inperking van vrij verkeer (door bijkomende bescherming op nationaal niveau) enkel
gerechtvaardigd indien:
Doelstelling van algemeen belang: HvJ vindt de bescherming van de consument
ALTIJD van algemeen belang.
Pertinentiecriterium: de regel die men voorziet moet pertinent zijn, moet
noodzakelijk zijn, moet bijdragen aan de bescherming van de consument.
Proportionaliteitstoets: de beperking van de interne markt van het vrij verkeer
die gecreëerd wordt door die additionele bescherming te voorzien, mag niet
verder gaan dan noodzakelijk. Er mogen geen minder beperkende maatregelen
3
, bestaan om dezelfde doelstelling van de bescherming van de consument te gaan
realiseren.
Illustratie van de criteria: HvJ 16 december 2008, C-205/07, Lodewijk Gysbrechts
Oude richtlijn verkoop op afstand: een RL gebaseerd op minimale harmonisatie, de huidige RL-
consumentenrechten is gebaseerd op maximale harmonisatie.
De RL voorzag dat bij overeenkomsten op afstand de consument beschikte over een
herroepingsrecht (nog het geval) + bedenktermijn van 7 werkdagen (vandaag 14 kalenderdagen).
Bij de omzetting van de RL wilde de BE-wetgever de consumenten bijkomend beschermen door te
bepalen dat er binnen de herroepingstermijn (7 werkdagen) geen betaling van de consument kon
worden geëist.
Wat betekent de regel voor ondernemingen? Eerst leveren en dan pas kan men pas betaling
vragen. 7 werkdagen wachten na levering en pas nadien kon men betaling gaan eisen. Voor
ondernemingen nadelig en ondernemingen in andere lidstaten werden hiermee niet
geconfronteerd omdat die daar niet bestond.
Prejudiciële vraag aan HvJ: is de additionele bescherming in overeenstemming met het primair
verdragsrecht (de principes inzake vrij verkeer).
Voldaan aan de vereiste van algemeen belang? Ja want consumentenbescherming is altijd
het algemeen belang
Pertinent: draagt het bij aan de bescherming van de consument? Ja
Proportioneel: de regel op zich vond het Hof proportioneel maar de wijze waarop hij door de
economische inspectie wordt toegepast vinden ze disproportioneel. De inspectie ging
argumenteren dat het verbod impliceerde dat het voor ondernemingen verboden was om
een kredietkaartnummer ten titel van garantie te gaan vragen.
=> Arrest HvJ: het Belgische verbod was op zich niet in strijd met primaire verdragsrecht maar
wanneer verbod zo ruim interpreteren dat het verboden is om ten titel van garantie een
kredietkaartnummer te gaan verkrijgen dan gaat men als lidstaat te ver, dan wordt dat
disproportioneel ten aanzien van het beoogde doel.
Ondertussen vervangen door RL-consumentenrechten die maximaal geharmoniseerd is en deze
laat geen additionele bescherming toe dus niet meer mogelijk voor België om in een dergelijke
verbodsbepaling te gaan voorzien. Ondernemingen kunnen dus wel betaling eisen vooraleer de
herroepingstermijn is verstreken.
Voorbeeld: Richtlijn Oneerlijke Bedingen (1993) = minimaal geharmoniseerd: toelaat om op vlak van
onrechtmatige bedingen op nationaal niveau in een grote bescherming te gaan voorzien.
(Veel) lidstaten hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, ook BE.
o BE: lijsten opgenomen met per se verboden bedingen = bedingen die onder alle
omstandigheden onevenwichtig en verboden
Kritiek op maximale harmonisatie: als lidstaat kan men niet de keuze maken om bijkomende
bescherming te voorzien. Als nationale wetgever vindt dat consumenten onvoldoende beschermd
zijn, kunnen ze geen bijkomende bescherming creëren.
MAXIMALE HARMONISATIE
Geharmoniseerde gebied: geen additionele bescherming mogelijk (HvJ 23 april 2009, C-261/07, VTB-
VAB)
4
HARMONISATIE VAN HET CONSUMEN-
TENRECHT
(OMZETTING) EU-RECHT
Meeste regelen inzake consumentenrecht zijn de omzetting van EU-Richtlijnen: Europese wetgever
gestart in jaren 90 met harmoniseren van consumentenrechten.
Hoofdzakelijk door richtlijnen uit te vaardigen: Europese richtlijnen moeten worden omgezet in
het interne nationale recht.
o Vooral omgezet in WER: vooral boek 6 en 7
Omzetting geschiedde in:
(hoofdzakelijk) Boek VI WER
o voorheen Wet Handelspraktijken (1991) / Wet Marktpraktijken (2010)
oud BW (toekomstig boek 7 BW): de regelen met betrekking tot de wettelijke garantie
o wettelijke garantie voor lichamelijke roerende zaken maar ook bijzondere wettelijke
garantieregeling voor digitale inhoud en digitale diensten
bv. e-book kopen
o nieuw boek 7 op komst: er loop een publieke consultatieronde met betrekking tot de
voorgestelde bepalingen (koop, lastgeving, huur, leasing,…)
zal niet veel wijzingen aan wettelijke garantieregeling omdat deze vanuit Europa komt
en grotendeels geharmoniseerd is
Afzonderlijke wetgeving
o Bv. pakketreizen: doel om de zwakkere partij (de reiziger) te gaan beschermen
Omzetting van Europese regelgeving maar niet in WER
Belgische recht grotendeels een omzetting van Europese consumentenrecht/Europese richtlijnen =
belangrijke rol weggelegd voor Hof van Justitie
Interpretatie: prejudiciële vragen met betrekking tot de interpretatie van een bepaling in de
Europese richtlijn
o Creatief mee omgegaan: onder mom van interpretatie heeft HvJ nieuwe regelen
gecreëerd.
Zeer activistisch om consumenten te gaan beschermen: bv. rechten van een passagier
op compensatie bij langdurige vertraging van een vlucht => HvJ heeft geoordeeld dat
een dergelijk recht op compensatie aanwezig moest zijn in de Europese verordening
omwille van het feit dat passagiers die het SO worden van een langdurige vertraging
zich in een vergelijkbare situatie bevinden als passagiers die het SO zijn van een
annulering van hun vlucht.
= onder mom van interpretatie + inroepen gelijkheidsbeginsel hebben ze recht voor
de consument gecreëerd.
1
,Voorbeeld van een regel die we niet terugvinden op Europees niveau, maar wel in ons Belgisch
Wetboek economisch recht:
Contract gesloten van bepaalde duur, dit bevat een ‘clausule van stilzwijgende verlening’ (bv.
een fitnescontract van één jaar), duur van een jaar verstreken dan wordt het contract
automatisch verlengd voor een nieuwe periode. Niet op tijd verzetten? Opnieuw voor een jaar
verbonden
o Eens de stilzwijgende verlening heeft plaatsgevonden = overeenkomst altijd kosteloos
beëindigen MAAR opzegtermijn van twee maanden in acht nemen
De meeste bepalingen komen vanuit Europa maar ook Belgische initiatieven binnen boek 6
o Volledige boek 19 is een Belgisch initiatief
HOOG BESCHERMINGSNIVEAU
Waar haalt Europa de bevoegdheid om regelen inzake consumentenrecht te gaan harmoniseren?
Europese rechtsgrond regelen consumentenbescherming: twee belangrijke gronden die wetgever
toelaten om regelen van consumentenrecht te harmoniseren
Harmonisatie met het oog op de realisatie van de interne markt (art. 114 VWEU): Europese
wetgever ziet harmonisatie van het consumentenrecht als een voorwaarde voor de realisatie
van de interne markt.
o Waarom gaat een eenmaking van regelen van consumentenrecht de interne markt beter
laten functioneren?
Door te zorgen voor een gelijke bescherming voor de consument gaan we het vertrouwen
van de consument in grensoverschrijdend aankopen van goederen en diensten gaan
vergroten.
= confident consumer argument: waar hij ook koop binnen interne markt, zal
eenzelfde/vergelijkbare bescherming genieten.
o Hoe kan de harmonisatie bijdragen tot grensoverschrijdende handel binnen de interne
markt voor ondernemingen?
Kostenreductie: Consumenten gaan meer bereid zijn om bij buitenlandse ondernemingen
te gaan kopen. Men moet zich geen zorgen maken over de inhoud van het
consumentenrecht in de andere lidstaten want als het geharmoniseerd is dan volstaat het
om de eigen reels te gaan volgen.
Heel beperkt aantal Europese verordeningen inzake consumentenbescherming: de meeste
regelen van Europees recht zijn Europese richtlijnen en deze moeten omgezet worden.
Bepaalde van de Europese RL die minimaal geharmoniseerd zijn: een lidstaat kan nog een
laagje consumentenrecht gaan toevoegen = additionele bescherming bieden (‘gold
plating’).
Bescherming van de economische belangen van consument (art. 169 VWEU): rechtsgrond die
de mogelijkheid biedt om regelen uit te vaardigen die tot doel hebben om de zwakkere partij
(de consument) te gaan beschermen.
o Als Europa een regel van CR maximaal wil harmoniseren dan kan dit alleen op basis van
art. 114 VWEU en niet op basis van art. 169 VWEU = enkel op basis van interne markt
argument.
Bescherming van de zwakkere partij is zeker niet de enige doelstelling van harmonisatie van regelen
inzake CR. De doelstelling is realiseren van de interne markt MAAR niet afleiden dat
2
,consumentenbescherming geen prioriteit zou zijn van de Unie: blijkt uit de artikelen van VWEU +
Europese Handvest.
Vereiste van een hoog beschermingsniveau: betekent NIET hoogst mogelijke beschermingsniveau
Artikel 12 + 114 VWEU
o art. 114: bij vaststellen van geharmoniseerde regelen moet een hoog beschermingsniveau
in acht worden genomen
o art. 12: op vlak van CR wordt gestreefd naar een hoog beschermingsniveau.
Artikel 38 Handvest Grondrechten EU
Herhaald in Europese Richtlijnen
Basisbeginsel in de rechtspraak van het Hof van Justitie: in arresten heel vaak bij de
interpretatie van regelen zeggen ‘gelet op de doelstelling om een hoog beschermingsniveau te
gaan bereiken’.
HARMONISATIE
Verordeningen (zelden) en Richtlijnen
We zien een tendens van minimale naar maximale harmonisatie.
Minimale harmonisatie
Minimale bescherming, doch additionele bescherming is mogelijk
Nadeel minimale bescherming vanuit interne markt gedacht: de bescherming is toch niet gelijk
Verenigbaarheid met Europees recht beoordelen op grond van het primaire verdragsrecht
(desgevallend Dienstenrichtlijn)
o !! BELANGRIJK Minimale harmonisatie biedt de mogelijkheid om additionele bescherming
te voorzien, maar niet zonder enige beperking. Lidstaten kunnen niet om het even welke
regel van consumentenbescherming gaan invoeren omdat een dergelijke regel van CR
gerechtvaardigd moet worden op basis van het primaire verdragsrecht.
De regel mag geen ongeoorloofde inperking uitmaken van het vrij verkeer van
goederen of het vrij verkeer van diensten.
Hoe gaat men dit gaan toetsen op Europese niveau? HvJ gaat onderzoeken of
nationale regelen in overeenstemming zijn met Europees recht. HvJ kan oordelen of
een additionele bescherming op nationaal niveau verenigbaar is met het primaire
verdragsrecht.
Inperking van vrij verkeer (door bijkomende bescherming op nationaal niveau) enkel
gerechtvaardigd indien:
Doelstelling van algemeen belang: HvJ vindt de bescherming van de consument
ALTIJD van algemeen belang.
Pertinentiecriterium: de regel die men voorziet moet pertinent zijn, moet
noodzakelijk zijn, moet bijdragen aan de bescherming van de consument.
Proportionaliteitstoets: de beperking van de interne markt van het vrij verkeer
die gecreëerd wordt door die additionele bescherming te voorzien, mag niet
verder gaan dan noodzakelijk. Er mogen geen minder beperkende maatregelen
3
, bestaan om dezelfde doelstelling van de bescherming van de consument te gaan
realiseren.
Illustratie van de criteria: HvJ 16 december 2008, C-205/07, Lodewijk Gysbrechts
Oude richtlijn verkoop op afstand: een RL gebaseerd op minimale harmonisatie, de huidige RL-
consumentenrechten is gebaseerd op maximale harmonisatie.
De RL voorzag dat bij overeenkomsten op afstand de consument beschikte over een
herroepingsrecht (nog het geval) + bedenktermijn van 7 werkdagen (vandaag 14 kalenderdagen).
Bij de omzetting van de RL wilde de BE-wetgever de consumenten bijkomend beschermen door te
bepalen dat er binnen de herroepingstermijn (7 werkdagen) geen betaling van de consument kon
worden geëist.
Wat betekent de regel voor ondernemingen? Eerst leveren en dan pas kan men pas betaling
vragen. 7 werkdagen wachten na levering en pas nadien kon men betaling gaan eisen. Voor
ondernemingen nadelig en ondernemingen in andere lidstaten werden hiermee niet
geconfronteerd omdat die daar niet bestond.
Prejudiciële vraag aan HvJ: is de additionele bescherming in overeenstemming met het primair
verdragsrecht (de principes inzake vrij verkeer).
Voldaan aan de vereiste van algemeen belang? Ja want consumentenbescherming is altijd
het algemeen belang
Pertinent: draagt het bij aan de bescherming van de consument? Ja
Proportioneel: de regel op zich vond het Hof proportioneel maar de wijze waarop hij door de
economische inspectie wordt toegepast vinden ze disproportioneel. De inspectie ging
argumenteren dat het verbod impliceerde dat het voor ondernemingen verboden was om
een kredietkaartnummer ten titel van garantie te gaan vragen.
=> Arrest HvJ: het Belgische verbod was op zich niet in strijd met primaire verdragsrecht maar
wanneer verbod zo ruim interpreteren dat het verboden is om ten titel van garantie een
kredietkaartnummer te gaan verkrijgen dan gaat men als lidstaat te ver, dan wordt dat
disproportioneel ten aanzien van het beoogde doel.
Ondertussen vervangen door RL-consumentenrechten die maximaal geharmoniseerd is en deze
laat geen additionele bescherming toe dus niet meer mogelijk voor België om in een dergelijke
verbodsbepaling te gaan voorzien. Ondernemingen kunnen dus wel betaling eisen vooraleer de
herroepingstermijn is verstreken.
Voorbeeld: Richtlijn Oneerlijke Bedingen (1993) = minimaal geharmoniseerd: toelaat om op vlak van
onrechtmatige bedingen op nationaal niveau in een grote bescherming te gaan voorzien.
(Veel) lidstaten hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, ook BE.
o BE: lijsten opgenomen met per se verboden bedingen = bedingen die onder alle
omstandigheden onevenwichtig en verboden
Kritiek op maximale harmonisatie: als lidstaat kan men niet de keuze maken om bijkomende
bescherming te voorzien. Als nationale wetgever vindt dat consumenten onvoldoende beschermd
zijn, kunnen ze geen bijkomende bescherming creëren.
MAXIMALE HARMONISATIE
Geharmoniseerde gebied: geen additionele bescherming mogelijk (HvJ 23 april 2009, C-261/07, VTB-
VAB)
4