Recht in het algemeen
§1 Inleiding
Het recht heeft twee functies in de samenleving. Het recht ordent menselijk gedrag door het
stellen van regels. Daarnaast zorgt het recht dat die regels worden gehandhaafd door
geschilbeslechting.
§2 De rechtsbronnen
Positief recht
Onder de term ‘recht’ verstaan we het geheel van geldende rechtsregels. (positief recht,
objectief recht). Voorbeeld: het positieve recht betreft dus alle nu in Nederland geldende
rechtsregels.
Objectief recht
De rechtsregels van het objectieve recht ordenen de verhouding tussen personen door aan hen
bevoegdheden en verplichtingen toe te kennen. Ze dienen ertoe om in de concrete
werkelijkheid steeds te worden toegepast zodra het in de regel beschreven geval zich voordoet.
Bijv. In art. 4 Grondwet staat dat iedere Nederlander kiesgerechtigd is. Dat is een regel van
objectief recht.
Subjectief recht
Onder subjectief recht verstaan we de bevoegdheid die iemand in een concreet geval aan een
regel van objectief recht ontleent. Bijv. Er zijn dus op grond van art. 4 Grondwet enkele
miljoenen Nederlanders op een bepaald moment stemgerechtigd. Ieder van hen heeft een
subjectief recht om te mogen stemmen.
Kort: objectief recht wordt subjectief als het wordt toegepast op een persoon (of andere entiteit);
subjectieve rechten ontstaan pas wanneer het objectieve recht wordt vertaald naar een
concrete aanspraak van een individu of organisatie.
Twee betekenissen van recht
Een recht is een aan het objectieve recht ontleende, individuele bevoegheid. Het woord recht
heeft dus twee betekenissen: algemene regels(s) (objectief recht (law)) en individuele
bevoegdheid (subjectief recht (right))
, De rechtsbronnen
Wanneer is een regel een rechtsregel? Voor het antwoord op de vraag maken we gebruik van
rechtsbronnen. Daarbij gaat het niet om de inhoud van de regels maar om de vorm waarin
rechtsregels zich voordoen. In de wet (vorm) verschijnen dus bijv. Rechtsregels.
De wet
Onder wet (één van de rechtsbronnen) wordt verstaan: elke algemeen geldende geschreven
rechtsregel (deel van het positief recht) die afkomstig is van een tot wetgeving bevoegd
overheidsorgaan. In het Nederlandse recht worden tegenwoordig als rechtsbron beschouwd:
1. De wet;
2. De jurisprudentie;
3. De gewoonte;
4. Verdragen en sommige besluiten van internationale organisaties;
5. Algemene rechtsbeginselen;
6. Gepubliceerde beleidsregels
De rechtspraak
Jurisprudentie heeft de iure niet dezelfde rechtskracht als het wettelijk recht, maar de facto wel.
De rechter is namelijk niet formeel aan de rechtspraak als rechtsbron gebonden, zoals hij dat
wel is aan de wet.
De gewoonte
De rechter kan de geldigheid van een rechtsregel uit het gewoonterecht beoordelen, en als hij
tot de slotsom komt dat een bepaalde regel van gewoonterecht bestaat, kan hij die in zijn vonnis
onder woorden brengen en hem toepassen in het geschil.
Verdragen
In beginsel hebben verdragen in ons recht dezelfde werking als gewone wetten en daarom
behoren ook zij tot het positieve recht.
Algemene rechtsbeginselen
Algemene rechtsbeginselen zijn algemeen erkende basisprincipes die ten grondslag liggen aan
wet- en regelgeving en op die manier het fundament vormen van een rechtssysteem.