augustus 2025
Vakdidactiek:
Vraag 1
Gegeven
TVO (taalgericht vakonderwijs) en Taalbeleid worden vaak in één adem genoemd.
Gevraagd
Wat is de relatie tussen deze twee begrippen?
Antwoord: TVO is een onderdeel van taalbeleid
Vraag 2
Gegeven
Bij (v)mbo-opleidingen wordt onderscheid gemaakt tussen vaktaal en schooltaal.
Gevraagd
Welke van de onderstaande woordrijen bevat alleen schooltaalwoorden?
Antwoord: adequaat, complex, toevallig
Vraag 3
Gegeven
Ik kan teksten voor een algemeen lezerspubliek schrijven, waarbij mijn taalgebruik past
binnen de context en consistent is met het schrijfdoel en genre.
Gevraagd
Van welk referentieniveau is sprake?
Antwoord: 3F
Vraag 4
Gegeven
Vanaf de jaren 70 van de twintigste eeuw werd de focus bij het onderwijs van het schoolvak
Nederlands verlegd.
Gevraagd
Welk onderdeel kreeg voortaan minder aandacht?
Antwoord: Grammaticaonderwijs
,Periode Kenmerken / Focus Wat minder aandacht kreeg
Kennisgericht:
grammatica/taalbeschouwing,
Tot 1970 literatuurgeschiedenis Taalvaardigheden
(chronologie, auteurs,
stromingen).
Verschuiving naar
Grammatica en
Jaren ’70 taalvaardigheden (lezen,
literatuurgeschiedenis
schrijven, spreken, luisteren).
Communicatieve benadering:
taal in functionele context, Traditionele kennis en formele
Jaren ’80
nadruk op communicatieve grammatica
competentie.
Referentiekader Taal in
opkomst, centrale examens Literatuurgeschiedenis en
Jaren ’90
(vooral leesvaardigheid), esthetische vorming
invoering PTA.
Meer aandacht voor schooltaal
Klassieke literatuur en
Na 2000 en taalbeleid (ook in andere
grammatica
vakken).
Referentieniveaus (1F–4F) en
ERK vastgelegd; nadruk op
functionele vaardigheden én Diepgaande grammatica,
2010 – nu digitale geletterdheid. Nieuwe traditionele
aandacht voor literatuurgeschiedenis
leesbevordering en literaire
vorming.
Kenmerken / Belangrijke
Periode / Stroming Jaartallen (globaal)
Thema’s namen
Religie,
Hadewijch,
ridderidealen,
Middeleeuwen 1100–1500 Jacob van
hoofse liefde,
Maerlant
didactiek
Humanisme,
klassieke Anna Bijns,
Renaissance / Rederijkers 1500–1600
invloeden, P.C. Hooft
rederijkerskamers
Klassieke regels, Vondel,
Gouden Eeuw
1600–1700 emblemen, toneel, Hooft,
(Barok/Classicisme)
religie & politiek Bredero
Rede, nut & Betje Wolff &
deugd, Aagje
Verlichting 1700–1780 opvoedkunde, Deken,
spectatoriale Justus van
geschriften Effen
Gevoel,
Bilderdijk,
verbeelding,
Romantiek 1780–1830/1850 Piet
natuur, vlucht uit
Paaltjens
werkelijkheid
Realisme 1830–1880 Alledaagse Hildebrand
werkelijkheid, (Camera
objectieve Obscura),
beschrijving Multatuli
, Periode Kenmerken / Focus Wat minder aandacht kreeg
(Max
Havelaar)
Determinisme
(erfelijkheid, Emants, Van
Naturalisme 1880–1900
milieu), Deyssel
pessimisme
L’art pour l’art,
Willem
“allerindividueelste
Tachtigers (fin de Kloos,
vanaf 1880 expressie van de
siècle)/Negentigers Herman
allerindividueelste
Gorter
emotie”
Mystiek, hogere
werkelijkheid
(symbolisme);
Rond 1900 – Gorter (Mei),
1890–1910 stemmingen en
Symbolisme/Impressionisme Leopold
zintuiglijke
indrukken
(impressionisme)
Zakelijke stijl,
Nescio,
sobere toon,
Interbellum (Nieuwe Menno ter
1918–1940 nadruk op
Zakelijkheid, Forum) Braak, Du
persoonlijkheid
Perron
van de auteur
Vrije versvorm,
associatief, taal
Vijftigers (Experimentele Lucebert,
vanaf 1950 als autonoom
poëzie) Kouwenaar
middel, invloed
Cobra
Alledaagse Remco
werkelijkheid, Campert, J.
Zestigers / Nieuw Realisme jaren ’60–’70
popcultuur, anti- Bernlef, K.
elitarisme Schippers
Ronald
Ironisch, speels,
Giphart,
provocerend,
Generatie Nix jaren ’90 Arnon
thema’s als seks &
Grunberg,
popcultuur
Brusselmans
Ironie, P.F.
intertekstualiteit, Thomése,
Postmodernisme vanaf jaren ’80–’90
nadruk op A.F.Th. van
fictioneel karakter der Heijden