100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

people in groups - samenvatting

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
59
Geüpload op
05-09-2025
Geschreven in
2024/2025

people in groups - samenvatting












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
5 september 2025
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Theme 1: how do you feel today?

Arousal en emoties
Voordat de verschillende theorieën over arousal en emoties worden behandeld, gaan we
in op wat arousal eigenlijk is. Arousal is een staat van fysieke opwinding, een
fysiologisch geactiveerde toestand. Dit uit zich bijvoorbeeld door een hogere hartslag,
trillende handen of zweten. Daarnaast heeft arousal e@ect op onze emoties, zoals de
hieronder genoemde experimenten zullen aantonen. Arousal kan emoties versterken, en
dit kan zowel positief als negatief zijn. Het kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat iemand
een aantrekkelijk persoon als nóg aantrekkelijker beoordeelt, maar ook dat iemand een
niet aantrekkelijk persoon beoordeelt als nog minder aantrekkelijk.

Theorieën over arousal en emoties
Er zijn verschillende theorieën ontwikkeld over de relatie tussen arousal en emoties:

Ten eerste is er de common sense theorie. Volgens deze theorie veroorzaakt een
stimulus een emotie, wat vervolgens een lichamelijke verandering veroorzaakt. Iemand
ziet bijvoorbeeld een beer (stimulus), voelt hierdoor angst (emotie) en begint vervolgens
te trillen (arousal).

Simpel gezegd: stimulus->emotie->arousal




Een tweede theorie is de theory of emotion van James Lange.
Deze theorie stelt dat we ons eerst bewust moeten zijn van een lichamelijke verandering
voordat we een emotie voelen. Een stimulus veroorzaakt dus eerst een lichamelijke
verandering en dit veroorzaakt een emotie. In dit geval ziet iemand een beer en gaat
hierdoor trillen, wordt zich bewust van de verandering in het lichaam, wat de emotie
angst veroorzaakt. Dus je voelt angst, omdat je gaat trillen.

Simpel gezegd is dit: stimulus → arousal → interpretatie van arousal → emotie.

,Cannon Bard had kritiek op de theorie van James Lange.
Bij de theorie van James Lange is er namelijk geen sprake van cognitieve evaluatie van
de stimulus. Om een emotie te voelen zou namelijk niet alleen een lichamelijke
verandering, maar ook een cognitieve interpretatie nodig zijn. Cannon Bard kwam hierop
met zijn eigen theorie.

Volgens de theorie van Cannon Bard veroorzaakt een stimulus breinactiviteit, die
tegelijkertijd lichamelijke veranderingen en de emotie zelf veroorzaakt. Volgens deze
theorie is het niet makkelijk om onderscheid te maken in de verschillende lichamelijke
reacties die worden geassocieerd met verschillende emoties. Je kunt bijvoorbeeld trillen
uit angst, maar ook uit blijdschap. In dit geval zorgt het zien van een beer voor
breinactiviteit, wat vervolgens tegelijkertijd angst en trillen veroorzaakt. In deze theorie
ontstaan arousal en emoties dus onafhankelijk van elkaar.

Simpel gezegd is dit: stimulus → breinactiviteit → arousal én emotie.




Het verschil tussen de James Lange theorie en de Canon Bard theorie is dat de Canon
Bard theorie niet stelt dat je een emotie voelt door arousal. Bij de James Lange theorie is
emotie afhankelijk van arousal en bij Canon Bard zijn arousal en emotie onafhankelijk
van elkaar.

Andere kritiek op de James Lange theorie komt van een studie waarbij de deelnemers
een adrenaline- injectie kregen. De deelnemers die wisten dat zij een adrenaline-injectie
kregen en geïnformeerd waren over de mogelijke e@ecten op het lichaam, voelden zich
niet angstig of boos op het moment dat zij zich bewust werden van hun lichamelijke
arousal. Ze wisten namelijk waar de arousal vandaan kwam. Dit onderzoek werd
uitgevoerd door Schachter en Singer. Zij stelden dat emoties niet alleen afhankelijk zij
van lichamelijke reacties, maar ook van iemands oordeel over waarom deze lichamelijke
reacties ontstaan (persoonlijke interpretatie van arousal). Zoals eerder genoemd, moet
iemand dus niet alleen arousal ervaren, maar moet dit ook interpreteren voordat er een
emotie ontstaat. Deze interpretatie wordt gemaakt via cognitie, dus is er sprake van
cognitieve evaluatie. Verschillende stimuli kunnen volgens Schachter en Singer dezelfde
lichamelijke reactie hebben (iemand kan trillen door angst of door blijdschap), maar de
persoon 'kiest' zelf welke emotie wordt gevoeld aan de hand van de omstandigheden en
eerdere ervaringen. In dit geval zorgt het zien van een beer dus voor trillen, waarna een
interpretatie wordt gemaakt (aan de hand van de omgeving: een beer kan gevaarlijk zijn),
die vervolgens leidt tot angst.

,Simpel gezegd is dit: stimulus → arousal → cognitieve evaluatie (over de arousal) →
emotie.




Een nuancering op de theorie van Schachter en Singer is dat mensen niet altijd de
omgeving gebruiken bij het interpreteren van hun emoties.

Two-factor theory of emotion van Schachter en Singer
De theorie van Schachter en Singer over emoties noemden zij de two-factor theory of
emotion. Deze theorie houdt in dat er twee factoren zijn die noodzakelijk zijn voor een
emotie. Ten eerste moet de persoon symptomen ervaren van fysiologische 'arousal'.
Voorbeelden van symptomen hiervan zijn overmatig transpireren en een verhoogde
hartslag. Ten tweede moet de persoon een cognitieve interpretatie maken die de bron
van de arousal verklaart. De persoon moet dus de symptomen (zoals een hogere
hartslag) koppelen aan iets wat volgens hen deze symptomen zou veroorzaken. Een
gebeurtenis zorgt dus voor symptomen van arousal, de persoon interpreteert dit op een
bepaalde manier naar aanleiding van de cognitieve interpretatie van omgevingsfactoren
en dit leidt tot het voelen van een bepaalde emotie.
Het probleem hierbij is dat het kan leiden tot misattributie. Dit houdt in dat de persoon
de bron van de emotie verkeerd interpreteert. Dit laatste toonden Schachter en Singer
aan in hun experiment, waarin ze mensen injecteerden met adrenaline, en zo arousal
veroorzaakten. In het experiment wist een deel van de groep wel wat de oorzaak was van
hun hogere adrenaline, en een ander deel wist dit niet. Na de adrenaline-injectie werd
bepaald of het gedrag van andere mensen invloed had op het gedrag van de
proefpersonen. Uit de resultaten bleek dat de mensen die niet wisten wat de oorzaak
voor hun arousal was, meer werden beïnvloed door het gedrag van anderen. Als de
andere mensen zich bijvoorbeeld blij gedroegen, gedroegen de proefpersonen zich ook
blij. Schachter en Singer verklaarden dit als volgt: wanneer mensen zich onzeker voelen
over hun emotionele staat, interpreteren ze soms hoe ze zich voelen door naar anderen
te kijken.


Marshall en Zimbardo hadden kritiek op de Two-Factor theorie. In de gerepliceerde
onderzoeken van Marshall en Zimbardo was ontdekt dat euforie zelf weinig invloed had
op de participanten. Euforische personen maakten niet meer euforie aan dan een
neutraal persoon. Dit laat zien dat de deelnemers die adrenaline geïnjecteerd hadden
gekregen niet gevoeliger waren dan de placebo-participanten.
Andere kritiekpunten waren dat uit onderzoek was gebleken dat onverklaarbare fysieke
opwinding eerder negatieve emoties opwekt, ongeacht de toestand van de participant.

, Ook toont onderzoek aan dat voordat de fysieke opwinding optreedt, andere mensen
aanwezig moeten zijn voor interpretatie. Ondanks dat het onderzoek van de Two-Factor
theory veel kritiekpunten heeft, blijft het relevant als herinnering dat lichamelijke
reacties deels invloed hebben op hoe emoties ervaren worden.

Een ander voorbeeld van misattributie werd aangetoond in het Capilano bridge
experiment, wat kan worden gelezen in het artikel van Dutton en Aron (1974). In dit
experiment moesten mannelijke deelnemers ofwel over een hoge, gevaarlijke brug lopen
(de Capilano brug), ofwel over een lage, veilige brug. Vervolgens moesten ze een test
doen, en kregen daarna het telefoonnummer van de vrouw die de test afnam. Er werd
gekeken hoeveel van de deelnemers de vrouw na het onderzoek belden. Uit de
resultaten bleek dat de mannen die over de gevaarlijke brug moesten lopen, de vrouw
vaker belden dan de mannen die over de veilige brug moesten lopen. Dit is te verklaren
door misattributie van arousal. De hogere brug veroorzaakte meer arousal, en de
mannen schreven dit ten onrechte toe aan de vrouw, waardoor ze zich meer tot haar
aangetrokken voelden.

Zillman kwam met het begrip excitation transfer. Dit houdt in dat overgebleven arousal
van één stimulus (residu) kan worden overgedragen of toegevoegd aan de arousal van
een tweede stimulus. Vervolgens denkt de persoon die de arousal ervaart dat deze enkel
wordt veroorzaakt door de tweede stimulus.

Dit werd aangetoond in een experiment, beschreven in het artikel van Meston en
Frohlich, 2003, waarin deelnemers een foto moesten beoordelen van iemand van het
andere geslacht (van gemiddelde aantrekkelijkheid), ofwel voordat ze in een achtbaan
gingen, ofwel na de achtbaanrit. Zij moesten de persoon op de foto beoordelen op
aantrekkelijkheid, en dating desirability.

Uit de resultaten bleek dat deelnemers de mensen op de foto's ná de achtbaanrit
aantrekkelijker vonden. In dit geval zijn de symptomen van arousal veroorzaakt door de
achtbaan (de eerste stimulus), maar werden toegewezen aan de mensen op de foto's
(de tweede stimulus). Er was dus sprake van excitation transfer. Dit gold echter voor
mensen die in de achtbaan gingen met iemand die geen romantische partner was. Als
mensen mét een romantische partner in de achtbaan gingen, was er geen significant
verschil in hoe ze de persoon op de foto beoordeelden. Het feit dat overgebleven arousal
van een voorafgaande stimulus een latere emotionele staat kan versterken, komt
doordat de arousal niet abrupt verdwijnt, maar langzaam afneemt. Of excitation transfer
plaatsvindt, hangt ervan af of omgevingsfactoren van de originele bron van arousal nog
duidelijk aanwezig zijn. Wanneer iemand namelijk gemakkelijk zijn arousal kan koppelen
aan de voorgaande stimulus, zal excitation transfer minder snel ontstaan.

Verschil tussen misattributie en excitation transfer
Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen misattributie (van Schachter en
Singer) en excitation transfer (van Zillmann). Het belangrijkste verschil is de tijd. Bij
misattributie veroorzaakt de ene stimulus arousal op hetzelfde moment als de tweede
stimulus, en wordt dit toegewezen aan de tweede stimulus (voorbeeld: het
€16,16
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
amberpijpers
5,0
(1)

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
2 maanden geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
amberpijpers Hogeschool InHolland
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
1 maand geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen