Systeemtheorie colleges
College 1
__________________________________________________________________________________
Circulaire causaliteit: onderdelen van een systeem beïnvloeden elkaar allemaal.
Operation CATDROP in Borneo: malariagif laat katten verdwijnen, veel meer muizen. Oplossing is
katten uit een helikopter te droppen. Laat zien dat als je in een systeem 1 verandering aanbrengt, het
gevolgen heeft voor het systeem die moeilijk te overzien zijn.
Verhaal is wel wat verfraaid: katten kregen gif niet binnen door eten van hagedissen maar door vacht
te likken waar gif op was gekomen. Rattenuitbraak en gevaar tyfus was maar in klein deel van Borneo.
Ons gedrag zit niet in een vacuüm. Context bepaald in hoeverre gedrag als normaal wordt gezien.
Daarom gedraag je je anders in bepaalde contexten. Wanneer is het gedrag van kinderen een
probleem? Als de context er last van heeft. Geeft niet het objectieve gedrag van kind weer maar de
perceptie van ouder/leerkracht.
We zijn erg geneigd om te denken in persoonlijkheid. Dit gebeurt al sinds 400 jaar v. Chr. Hippocrates
dacht bijvoorbeeld dat mensen hun persoonlijkheid bestond uit de verhouding van lichaamssappen.
De bekendste is de big five persoonlijkheidskenmerken: extraversie, emotionaliteit, consciënteusheid,
meegaandheid en openheid, maar je bent niet dezelfde persoon in de ene en andere situatie. Cultuur
bepaald welke dimensies als kenmerkend voor de persoonlijkheid worden gezien. En persoonlijkheid
is niet statisch.
We zijn behoorlijk gericht op het ‘ik’. Foto waar Hitler een toespraak geeft, 1 man doet niet de
Hitlergroet. Ook in de wetenschap zijn we erg gericht op ik, maar door de tweede wereldoorlog zijn
we meer aan het denken gezet. Heel veel mensen liepen mee met Adolf Hitler, bijna iedereen
conformeert zich aan Hitler.
Eerste onderzoek van Solomon Asch (1951). Welke lijn is even lang als de referentielijn? 9 mensen
geven verkeerd antwoord, proefpersoon moest toen antwoord geven. In 33% gingen ze met de groep
mee en gaven verkeerd antwoord. Kritiek op het onderzoek:
Ethische kant
Lage ecologische validiteit (ver af van dagelijks leven)
Effect: child of its time (conformisme verwacht)
Experiment van Milgram (1960) het toedienen van schokken omdat dokter het zegt. Acteur deed
alsof hij schokken kreeg. 65% ging langdurig door met toedienen van dodelijke schokken. Mensen
doen rare dingen onder gezag van autoriteit. Liet volgens van Milgram de systeemdwang zien.
Systeemdwang: gedragsbepalende invloed die van het systeem uit gaat persoonlijkheid. ‘IK’
afhankelijk van omgeving.
Milgram zag een verklaring voor de tweede wereldoorlog. Eichmann was een nazi. Die man leek heel
normaal maar was een fanatiek ideoloog. In zijn ogen was het goed wat hij had gedaan (systemisch
geweten).
,Rutger Brechman is er dieper op ingedoken. Milgram wou niks liever dan beroemd worden. Hij heeft
wel 23 varianten van het experiment gedaan. Hij heeft over die ene variant gepubliceerd. Vaak
gehoorzaamde de helft van de proefpersonen niet.
Hanna Arend dook ook in de tweede wereldoorlog. Filosoof Hanna Arend: banaliteit van het kwaad.
Werd opgevat dat mensen die kwaad doen, klakkeloos doen wat autoriteit doen. Eigenlijk bedoelt dat
het in hele kleine stapjes gebeurd, waardoor het steeds allemaal normaler wordt.
De banaliteit van het goede: in Denemarken ging men anders om met joden dan in Nederland. Hier
was geen stapsgewijs proces, en daarom werkte het daar niet.
Kortom
De meeste participanten van Milgram gehoorzaamden niet
Zij die het wel deden, deden het niet uit onderwerping aan autoriteit maar omdat ze dachten
dat ze het goede deden (de wetenschap vooruit helpen)
En Eichman was geen gedachteloze robot die alleen maar opdrachten uitvoerde, maar een
fanatieke ideoloog, die dacht dat hij het goede deed
In nazi Duitsland en in Nederland was het slechte langzaam maar zeker normaal geworden =
de banaliteit van het kwaad
Gezinnen bestaan en ontwikkelen zich langdurend en hebben hun eigen normaal.
Systeemdwang: systeem bepaalt deels gedrag. Wat betekent dit voor hulpverlening aan gezinnen?
Kind is onderdeel van (gezins)systeem
Oog voor functie gedrag binnen het systeem
Bijvoorbeeld
Anorexia als machtsmiddel in de strijd om autonomie. Ouders kunnen te controlerend zijn,
over eten heb je zelf controle.
Gedragsprobleem kind leidt af van huwelijksprobleem ouders. Als kind merkt dat ouders
bekvechten gaat het bepaald gedrag laten zien om dit te stoppen.
Innige band tussen moeder en dochter compenseert eenzaamheid moeder
Er is een bepaald evenwicht (homeostase) ontstaan, wat niet helemaal gezond is. Ook dit gaat in
kleine stapjes, het slijt erin.
H1: werkterrein systeemgerichte professional
Patronen in de tussenruimte
In die tussenruimte ontstaan waarden en omgangcodes
Verwikkeling van mensen en de geschiedenis die zij samen doormaken
Definitie systeem: Een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen, waarbij het niet alleen gaat om de
delen op zich of om het geheel, maar om doelgerichte circulaire betrekkingen tussen dit alles.
Systemen zijn open.
Omgeving geeft input (ik heb het koud)
Throughput (ik ga er wat aan doen)
, Output (ik krijg het minder koud)
Feedback (heb ik het nu wel warm?)
Entropie: niet gezond voor een systeem (gezin wat niet meer naar buiten gaat)
Negentropie (negatieve entropie): als je entropie opheft, is iets positiefs
Er zitten subsystemen in een systeem. Wie trekt naar wie? Vaak vader en moeder, en kind en kind. Je
probeert deze patronen in beeld te brengen.
Het suprafamiliaire systeem, bloedverwanten tot in de 4e lijn:
Eerste graad: (adoptie)ouders, (adoptie)kinderen.
Tweede graad: grootouders, kleinkinderen, broers en zussen.
Derde graad: overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten (kinderen van broers
of zussen), ooms en tantes (broers of zussen van de ouders).
Vierde graad: betovergrootouders, achterneven en achternichten (kleinkinderen van broers
of zussen), neven en nichten (kinderen van broers of zussen van de ouders), oudooms en
oudtantes (ooms en tantes van de ouders).
Intergenerationeel trauma: opa getraumatiseerd door oorlog, weerslag op vader, weerslag op
opvoeding kind.
De omgeving als systeem
Buurt, huis , sociale steun gezin
Systeempentagram: kijkt naar 5 vlakken. Geen
hiërarchisch onderscheid.
Oefenvraag 1 D
Oefenvraag 2 C
College 2
__________________________________________________________________________________
Terugblik
College 1
__________________________________________________________________________________
Circulaire causaliteit: onderdelen van een systeem beïnvloeden elkaar allemaal.
Operation CATDROP in Borneo: malariagif laat katten verdwijnen, veel meer muizen. Oplossing is
katten uit een helikopter te droppen. Laat zien dat als je in een systeem 1 verandering aanbrengt, het
gevolgen heeft voor het systeem die moeilijk te overzien zijn.
Verhaal is wel wat verfraaid: katten kregen gif niet binnen door eten van hagedissen maar door vacht
te likken waar gif op was gekomen. Rattenuitbraak en gevaar tyfus was maar in klein deel van Borneo.
Ons gedrag zit niet in een vacuüm. Context bepaald in hoeverre gedrag als normaal wordt gezien.
Daarom gedraag je je anders in bepaalde contexten. Wanneer is het gedrag van kinderen een
probleem? Als de context er last van heeft. Geeft niet het objectieve gedrag van kind weer maar de
perceptie van ouder/leerkracht.
We zijn erg geneigd om te denken in persoonlijkheid. Dit gebeurt al sinds 400 jaar v. Chr. Hippocrates
dacht bijvoorbeeld dat mensen hun persoonlijkheid bestond uit de verhouding van lichaamssappen.
De bekendste is de big five persoonlijkheidskenmerken: extraversie, emotionaliteit, consciënteusheid,
meegaandheid en openheid, maar je bent niet dezelfde persoon in de ene en andere situatie. Cultuur
bepaald welke dimensies als kenmerkend voor de persoonlijkheid worden gezien. En persoonlijkheid
is niet statisch.
We zijn behoorlijk gericht op het ‘ik’. Foto waar Hitler een toespraak geeft, 1 man doet niet de
Hitlergroet. Ook in de wetenschap zijn we erg gericht op ik, maar door de tweede wereldoorlog zijn
we meer aan het denken gezet. Heel veel mensen liepen mee met Adolf Hitler, bijna iedereen
conformeert zich aan Hitler.
Eerste onderzoek van Solomon Asch (1951). Welke lijn is even lang als de referentielijn? 9 mensen
geven verkeerd antwoord, proefpersoon moest toen antwoord geven. In 33% gingen ze met de groep
mee en gaven verkeerd antwoord. Kritiek op het onderzoek:
Ethische kant
Lage ecologische validiteit (ver af van dagelijks leven)
Effect: child of its time (conformisme verwacht)
Experiment van Milgram (1960) het toedienen van schokken omdat dokter het zegt. Acteur deed
alsof hij schokken kreeg. 65% ging langdurig door met toedienen van dodelijke schokken. Mensen
doen rare dingen onder gezag van autoriteit. Liet volgens van Milgram de systeemdwang zien.
Systeemdwang: gedragsbepalende invloed die van het systeem uit gaat persoonlijkheid. ‘IK’
afhankelijk van omgeving.
Milgram zag een verklaring voor de tweede wereldoorlog. Eichmann was een nazi. Die man leek heel
normaal maar was een fanatiek ideoloog. In zijn ogen was het goed wat hij had gedaan (systemisch
geweten).
,Rutger Brechman is er dieper op ingedoken. Milgram wou niks liever dan beroemd worden. Hij heeft
wel 23 varianten van het experiment gedaan. Hij heeft over die ene variant gepubliceerd. Vaak
gehoorzaamde de helft van de proefpersonen niet.
Hanna Arend dook ook in de tweede wereldoorlog. Filosoof Hanna Arend: banaliteit van het kwaad.
Werd opgevat dat mensen die kwaad doen, klakkeloos doen wat autoriteit doen. Eigenlijk bedoelt dat
het in hele kleine stapjes gebeurd, waardoor het steeds allemaal normaler wordt.
De banaliteit van het goede: in Denemarken ging men anders om met joden dan in Nederland. Hier
was geen stapsgewijs proces, en daarom werkte het daar niet.
Kortom
De meeste participanten van Milgram gehoorzaamden niet
Zij die het wel deden, deden het niet uit onderwerping aan autoriteit maar omdat ze dachten
dat ze het goede deden (de wetenschap vooruit helpen)
En Eichman was geen gedachteloze robot die alleen maar opdrachten uitvoerde, maar een
fanatieke ideoloog, die dacht dat hij het goede deed
In nazi Duitsland en in Nederland was het slechte langzaam maar zeker normaal geworden =
de banaliteit van het kwaad
Gezinnen bestaan en ontwikkelen zich langdurend en hebben hun eigen normaal.
Systeemdwang: systeem bepaalt deels gedrag. Wat betekent dit voor hulpverlening aan gezinnen?
Kind is onderdeel van (gezins)systeem
Oog voor functie gedrag binnen het systeem
Bijvoorbeeld
Anorexia als machtsmiddel in de strijd om autonomie. Ouders kunnen te controlerend zijn,
over eten heb je zelf controle.
Gedragsprobleem kind leidt af van huwelijksprobleem ouders. Als kind merkt dat ouders
bekvechten gaat het bepaald gedrag laten zien om dit te stoppen.
Innige band tussen moeder en dochter compenseert eenzaamheid moeder
Er is een bepaald evenwicht (homeostase) ontstaan, wat niet helemaal gezond is. Ook dit gaat in
kleine stapjes, het slijt erin.
H1: werkterrein systeemgerichte professional
Patronen in de tussenruimte
In die tussenruimte ontstaan waarden en omgangcodes
Verwikkeling van mensen en de geschiedenis die zij samen doormaken
Definitie systeem: Een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen, waarbij het niet alleen gaat om de
delen op zich of om het geheel, maar om doelgerichte circulaire betrekkingen tussen dit alles.
Systemen zijn open.
Omgeving geeft input (ik heb het koud)
Throughput (ik ga er wat aan doen)
, Output (ik krijg het minder koud)
Feedback (heb ik het nu wel warm?)
Entropie: niet gezond voor een systeem (gezin wat niet meer naar buiten gaat)
Negentropie (negatieve entropie): als je entropie opheft, is iets positiefs
Er zitten subsystemen in een systeem. Wie trekt naar wie? Vaak vader en moeder, en kind en kind. Je
probeert deze patronen in beeld te brengen.
Het suprafamiliaire systeem, bloedverwanten tot in de 4e lijn:
Eerste graad: (adoptie)ouders, (adoptie)kinderen.
Tweede graad: grootouders, kleinkinderen, broers en zussen.
Derde graad: overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten (kinderen van broers
of zussen), ooms en tantes (broers of zussen van de ouders).
Vierde graad: betovergrootouders, achterneven en achternichten (kleinkinderen van broers
of zussen), neven en nichten (kinderen van broers of zussen van de ouders), oudooms en
oudtantes (ooms en tantes van de ouders).
Intergenerationeel trauma: opa getraumatiseerd door oorlog, weerslag op vader, weerslag op
opvoeding kind.
De omgeving als systeem
Buurt, huis , sociale steun gezin
Systeempentagram: kijkt naar 5 vlakken. Geen
hiërarchisch onderscheid.
Oefenvraag 1 D
Oefenvraag 2 C
College 2
__________________________________________________________________________________
Terugblik