College 1
Jaren 50; individueel georiënteerde therapeuten liepen tegen probleemverschuiving (ene probleem
behandelen, maar dan verschuiving naar een ander probleem) aan: ontstaan systeemdenken
Circulaire causaliteit: in systemen beïnvloeden alle onderdelen elkaar. Verandering in één onderdeel
heeft vaak onverwachte gevolgen voor het geheel.
Voorbeeld: Operation CATDROP op Borneo – bestrijding van malaria leidde tot kattensterfte →
muizenplaag → katten per helikopter teruggebracht.
Gedrag ontstaat niet in een vacuüm, maar in een bepaalde context.
Gedrag van kinderen is pas “een probleem” als de omgeving er last van heeft
Onze waarneming bepaalt wat we als normaal of afwijkend zien
We denken snel in vaste persoonlijkheden (al sinds Hippocrates: lichaamssappen). Persoonlijkheid
verschilt per situatie en cultuur; het is niet statisch.
Onderzoek toont dat mensen zich sterk aanpassen aan anderen of autoriteit:
Asch (1951): In een groep moesten mensen zeggen welke lijn even lang was als de
voorbeeldlijn. 33% gaf expres fout antwoord omdat anderen (acteurs) het ook deden. Kritiek:
o Ethische kant
o Lage ecologische validiteit (ver af van dagelijks leven)
o Effect child of its time (conformisme werd verwacht)
Milgram (1960): Proefpersonen moesten iemand (een acteur) schokken geven als hij fouten
maakte. 65% bleef doorgaan tot (vermeend) dodelijke schokken, omdat een autoriteit het zei.
Liet volgens van Milgram de systeemdwang zien.
Systeemdwang: gedragsbepalende invloed die van het systeem uit gaat. Je doet dingen niet alleen
vanuit je persoonlijkheid, maar ook omdat het systeem je ertoe aanzet. In het Milgram-experiment
gehoorzaamden mensen omdat het systeem (de onderzoekssituatie + autoriteit) ze die kant op
duwde. Milgram zag een verklaring voor de WOII.
Artikel Rutger Brechman: Milgram wou niks liever dan beroemd worden. Hij heeft wel 23 varianten
van het experiment gedaan. Hij heeft over die ene variant gepubliceerd. Vaak gehoorzaamde de helft
van de proefpersonen niet (57%).
Diegenen die zich met succes verzetten, maakten steevast gebruikt van drie tactieken: (1) praten
tegen het slachtoffer, (2) de man in de grijze jas op zijn verantwoordelijkheid aanspreken en (3)
meerdere keren weigeren om verder te gaan.
Na de ophef kwamen er nieuwe richtlijnen voor experimenten, het Milgram-experiment kon niet
herhaalt worden. Milgram heeft 2 schokkende varianten nooit openbaar gemaakt: mishandeling van
zoon door vader, en man moest zijn buurman elektrocuteren. Ook had hij na het experiment niet
vertelt dat de schokken nep waren.
Duwtjes over wetenschappelijke doeleinden het effectiefst: experiment vereist dat u doorgaat.
Filosoof Hannah Arendt niet goed begrepen:
,Banaliteit van het kwaad: slechte dingen gebeuren stap voor stap en worden normaal. Nazi-Duitsland
werd steeds strenger voor joden, mensen gingen mee in het systeem zonder er bij stil te staan.
Eichmann, een nazi-officier, dacht zelfs dat hij goed bezig was. Hij was geen monster, maar geloofde
in het systeem.
Banaliteit van het goede: ook goed gedrag kan vanzelfsprekend voelen en onderdeel worden van de
normale cultuur. In Denemarken hielpen veel mensen Joden. Niet omdat ze helden wilden zijn, maar
omdat het in hun cultuur en samenleving normaal voelde om goed te doen.
Hoofdstuk 1
Boeckhorst: een systemische benadering legt de nadruk op patronen in de tussenruimte. In die
tussenruimte ontstaan waarden en omgangcodes. Verwikkeling van mensen en de geschiedenis die
zij samen doormaken.
Definitie systeem volgens boek: Een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen, waarbij het niet
alleen gaat om de delen op zich of om het geheel, maar om doelgerichte circulaire betrekkingen
tussen dit alles.
Systeemgericht werken heeft betrekking op:
Therapievorm: niet alleen cliënt maar ook personen uit omgeving bij de behandeling
Inhoud/doel van behandeling: onderlinge relaties vormen belangrijkste aandachtspunt
Circulariteit, i.p.v. lineairiteit.
Systemen zijn open: continu in interactie met hun omgeving.
(aangegeven met stippellijn)
Input: informatie passeert de grens van een systeem
Throughput: informatie wordt in systeem bewerkt
Output: informatie wordt uitgewisseld met omgeving
Feedback: systeem krijgt informatie om het systeem te
veranderen/verbeteren
Neuman wijst op de wederkerigheid in een relatie. Omgeving beïnvloed systeem en andersom. Het
proces van input, throughput en output zorgt voor circulaire interacties.
De benadering van mens als open systeem wordt door Van Bertalanffy als ‘wholeness’ gezien.
Bij gesloten systemen is er geen uitwisseling met de omgeving. Strikt genomen bestaan er geen
gesloten systemen, het geeft (symbolisch) een beperkte interactie met omgeving aan. De mate van
interactie kan veranderen.
Entropie: open systeem wordt meer gesloten door afname van interactie. Sprake van energie-
uitputting (geen input meer) en desorganisatie omdat de subsystemen in disbalans raken.
Meer energie nodig dan dat beschikbaar is. ziek
Negentropie: er is energie beschikbaar waardoor de gezondheid toeneemt. Meer uitwisseling
met omgeving. gezond
Zelfstabilisatie: mechanisme waarbij mens zicht aanpast aan omgeving (jas aan) of
aanpassingen in omgeving bewerkstelligt (vuur maken).
, Zelforganisatie: mechanisme waarin een systeem zich structureel wijzigt. (lichaam is gewend
aan de kou)
Kleinste subsysteem is dyadisch: bestaat uit 2 personen.
Om bij een subsysteem te horen moet je deelnemen aan de communicatie en interacties. Er zijn
ongeschreven regels over wie er lid is. Een subsysteem heeft eigen regels, normen en waarden.
Subsystemen kunnen generationeel bepaald worden (kinderen, ouders, grootouders).
Subsystemen hebben ook een gezinsfunctie:
Partner-subsysteem vervult de functie intimiteit en seksualiteit
Opvoeder-subsysteem vervult de functie van opvoeden
Kind-subsysteem vervult de functie van ‘geven’
Syprafamiliaire systeem: bloedverwanten tot in 4e lijn betovergrootouders, achterneven, neven
Intergenerationeel trauma: opa getraumatiseerd door oorlog, weerslag op vader, weerslag op
opvoeding kind.
Definitie omgeving boek: bestaat uit alle interne en externe factoren die het gezinssysteem omgeven.
De relatie tussen gezinssysteem en omgeving is wederkerig. De uitwisseling is in de vorm van input,
throughput en output, en daarmee circulair.
Systeempentagram: de 5 systemen als werkgebied van de social worker. Allemaal even belangrijk.
Cliënt
Omgeving
Suprafamiliaar
Gezin
Ouders/opvoeders
De sterkte van werkalliantie is afhankelijk van de relatie en mate van samenwerking tussen cliënt en
therapeut, gericht op de taak en doel van de behandeling.
De social worker neemt een centrale positie in bij het hulpverleningsproces. Het gevaar hier is dat
cliënten afhankelijk worden van jou. De plek van hulpverlener schuift gedurende het proces van
boven naast buiten.
Ontwikkelingen met betrekking tot inbreng van het familiare systeem: invoer van eigen kracht
conferenties. De verantwoordelijkheid voor een probleem en de oplossing wordt bij de cliënt gelaten.
Kernprincipes:
De cliënt is eigen van het probleem
De cliënt is eigenaar van de conferentie en het plan
De cliënt houdt de regie over de uitvoering van het plan
In het werken met de omgeving van de cliënt is integratie een onderdeel. Iemand is geïntegreerd als:
Gelijke juridische positie is
Gelijkwaardige deelname op sociaaleconomisch terrein
Kennis over Nederlandse taal
Jaren 50; individueel georiënteerde therapeuten liepen tegen probleemverschuiving (ene probleem
behandelen, maar dan verschuiving naar een ander probleem) aan: ontstaan systeemdenken
Circulaire causaliteit: in systemen beïnvloeden alle onderdelen elkaar. Verandering in één onderdeel
heeft vaak onverwachte gevolgen voor het geheel.
Voorbeeld: Operation CATDROP op Borneo – bestrijding van malaria leidde tot kattensterfte →
muizenplaag → katten per helikopter teruggebracht.
Gedrag ontstaat niet in een vacuüm, maar in een bepaalde context.
Gedrag van kinderen is pas “een probleem” als de omgeving er last van heeft
Onze waarneming bepaalt wat we als normaal of afwijkend zien
We denken snel in vaste persoonlijkheden (al sinds Hippocrates: lichaamssappen). Persoonlijkheid
verschilt per situatie en cultuur; het is niet statisch.
Onderzoek toont dat mensen zich sterk aanpassen aan anderen of autoriteit:
Asch (1951): In een groep moesten mensen zeggen welke lijn even lang was als de
voorbeeldlijn. 33% gaf expres fout antwoord omdat anderen (acteurs) het ook deden. Kritiek:
o Ethische kant
o Lage ecologische validiteit (ver af van dagelijks leven)
o Effect child of its time (conformisme werd verwacht)
Milgram (1960): Proefpersonen moesten iemand (een acteur) schokken geven als hij fouten
maakte. 65% bleef doorgaan tot (vermeend) dodelijke schokken, omdat een autoriteit het zei.
Liet volgens van Milgram de systeemdwang zien.
Systeemdwang: gedragsbepalende invloed die van het systeem uit gaat. Je doet dingen niet alleen
vanuit je persoonlijkheid, maar ook omdat het systeem je ertoe aanzet. In het Milgram-experiment
gehoorzaamden mensen omdat het systeem (de onderzoekssituatie + autoriteit) ze die kant op
duwde. Milgram zag een verklaring voor de WOII.
Artikel Rutger Brechman: Milgram wou niks liever dan beroemd worden. Hij heeft wel 23 varianten
van het experiment gedaan. Hij heeft over die ene variant gepubliceerd. Vaak gehoorzaamde de helft
van de proefpersonen niet (57%).
Diegenen die zich met succes verzetten, maakten steevast gebruikt van drie tactieken: (1) praten
tegen het slachtoffer, (2) de man in de grijze jas op zijn verantwoordelijkheid aanspreken en (3)
meerdere keren weigeren om verder te gaan.
Na de ophef kwamen er nieuwe richtlijnen voor experimenten, het Milgram-experiment kon niet
herhaalt worden. Milgram heeft 2 schokkende varianten nooit openbaar gemaakt: mishandeling van
zoon door vader, en man moest zijn buurman elektrocuteren. Ook had hij na het experiment niet
vertelt dat de schokken nep waren.
Duwtjes over wetenschappelijke doeleinden het effectiefst: experiment vereist dat u doorgaat.
Filosoof Hannah Arendt niet goed begrepen:
,Banaliteit van het kwaad: slechte dingen gebeuren stap voor stap en worden normaal. Nazi-Duitsland
werd steeds strenger voor joden, mensen gingen mee in het systeem zonder er bij stil te staan.
Eichmann, een nazi-officier, dacht zelfs dat hij goed bezig was. Hij was geen monster, maar geloofde
in het systeem.
Banaliteit van het goede: ook goed gedrag kan vanzelfsprekend voelen en onderdeel worden van de
normale cultuur. In Denemarken hielpen veel mensen Joden. Niet omdat ze helden wilden zijn, maar
omdat het in hun cultuur en samenleving normaal voelde om goed te doen.
Hoofdstuk 1
Boeckhorst: een systemische benadering legt de nadruk op patronen in de tussenruimte. In die
tussenruimte ontstaan waarden en omgangcodes. Verwikkeling van mensen en de geschiedenis die
zij samen doormaken.
Definitie systeem volgens boek: Een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen, waarbij het niet
alleen gaat om de delen op zich of om het geheel, maar om doelgerichte circulaire betrekkingen
tussen dit alles.
Systeemgericht werken heeft betrekking op:
Therapievorm: niet alleen cliënt maar ook personen uit omgeving bij de behandeling
Inhoud/doel van behandeling: onderlinge relaties vormen belangrijkste aandachtspunt
Circulariteit, i.p.v. lineairiteit.
Systemen zijn open: continu in interactie met hun omgeving.
(aangegeven met stippellijn)
Input: informatie passeert de grens van een systeem
Throughput: informatie wordt in systeem bewerkt
Output: informatie wordt uitgewisseld met omgeving
Feedback: systeem krijgt informatie om het systeem te
veranderen/verbeteren
Neuman wijst op de wederkerigheid in een relatie. Omgeving beïnvloed systeem en andersom. Het
proces van input, throughput en output zorgt voor circulaire interacties.
De benadering van mens als open systeem wordt door Van Bertalanffy als ‘wholeness’ gezien.
Bij gesloten systemen is er geen uitwisseling met de omgeving. Strikt genomen bestaan er geen
gesloten systemen, het geeft (symbolisch) een beperkte interactie met omgeving aan. De mate van
interactie kan veranderen.
Entropie: open systeem wordt meer gesloten door afname van interactie. Sprake van energie-
uitputting (geen input meer) en desorganisatie omdat de subsystemen in disbalans raken.
Meer energie nodig dan dat beschikbaar is. ziek
Negentropie: er is energie beschikbaar waardoor de gezondheid toeneemt. Meer uitwisseling
met omgeving. gezond
Zelfstabilisatie: mechanisme waarbij mens zicht aanpast aan omgeving (jas aan) of
aanpassingen in omgeving bewerkstelligt (vuur maken).
, Zelforganisatie: mechanisme waarin een systeem zich structureel wijzigt. (lichaam is gewend
aan de kou)
Kleinste subsysteem is dyadisch: bestaat uit 2 personen.
Om bij een subsysteem te horen moet je deelnemen aan de communicatie en interacties. Er zijn
ongeschreven regels over wie er lid is. Een subsysteem heeft eigen regels, normen en waarden.
Subsystemen kunnen generationeel bepaald worden (kinderen, ouders, grootouders).
Subsystemen hebben ook een gezinsfunctie:
Partner-subsysteem vervult de functie intimiteit en seksualiteit
Opvoeder-subsysteem vervult de functie van opvoeden
Kind-subsysteem vervult de functie van ‘geven’
Syprafamiliaire systeem: bloedverwanten tot in 4e lijn betovergrootouders, achterneven, neven
Intergenerationeel trauma: opa getraumatiseerd door oorlog, weerslag op vader, weerslag op
opvoeding kind.
Definitie omgeving boek: bestaat uit alle interne en externe factoren die het gezinssysteem omgeven.
De relatie tussen gezinssysteem en omgeving is wederkerig. De uitwisseling is in de vorm van input,
throughput en output, en daarmee circulair.
Systeempentagram: de 5 systemen als werkgebied van de social worker. Allemaal even belangrijk.
Cliënt
Omgeving
Suprafamiliaar
Gezin
Ouders/opvoeders
De sterkte van werkalliantie is afhankelijk van de relatie en mate van samenwerking tussen cliënt en
therapeut, gericht op de taak en doel van de behandeling.
De social worker neemt een centrale positie in bij het hulpverleningsproces. Het gevaar hier is dat
cliënten afhankelijk worden van jou. De plek van hulpverlener schuift gedurende het proces van
boven naast buiten.
Ontwikkelingen met betrekking tot inbreng van het familiare systeem: invoer van eigen kracht
conferenties. De verantwoordelijkheid voor een probleem en de oplossing wordt bij de cliënt gelaten.
Kernprincipes:
De cliënt is eigen van het probleem
De cliënt is eigenaar van de conferentie en het plan
De cliënt houdt de regie over de uitvoering van het plan
In het werken met de omgeving van de cliënt is integratie een onderdeel. Iemand is geïntegreerd als:
Gelijke juridische positie is
Gelijkwaardige deelname op sociaaleconomisch terrein
Kennis over Nederlandse taal