,
,
,Leerdoel 1: De soorten rechtsregels en rechtsbronnen van het privaatrecht benoemen
Rechtsregels zijn bindende normen die door bevoegde autoriteiten, zoals de rechterlijke macht en bestuursorganen,
worden erkend en gehandhaafd. Zij onderscheiden zich van morele of maatschappelijke normen doordat zij
afdwingbaar zijn.
Dit betekent dat burgers en organisaties verplicht zijn zich eraan te houden, waarbij de rechter sancties kan opleggen
indien de naleving achterwege blijft (Paauwe, 2025).
Voorbeelden van rechtsregels zijn:
Het verplicht rechts houden in het verkeer op de openbare weg.
Het voldoen van een koopprijs bij de totstandkoming van een koopovereenkomst.
De mogelijkheid om geschillen aan de rechter voor te leggen.
Het recht op sociale bijstand conform de Participatiewet.
Deze regels vormen samen het Nederlandse rechtssysteem en worden onderscheiden van niet-juridische normen
zoals fatsoensregels of morele opvattingen. Binnen het geheel van rechtsregels kan een aantal belangrijke indelingen
worden gemaakt:
Publiekrecht en privaatrecht. Het publiekrecht regelt de verhouding tussen overheid en burger, terwijl het
privaatrecht de rechtsbetrekkingen tussen burgers onderling omvat.
Dwingend recht en aanvullend recht. Dwingende rechtsregels laten geen ruimte voor afwijkende afspraken,
terwijl aanvullend recht slechts geldt voor zover partijen niets anders zijn overeengekomen.
Materieel recht en formeel recht. Het materieel recht geeft aan welke rechten en plichten burgers hebben,
terwijl het formeel recht de procedures regelt waarmee deze rechten kunnen worden afgedwongen.
Objectief recht en subjectief recht. Objectief recht omvat het geheel van geldende rechtsregels, terwijl
subjectief recht ziet op de individuele aanspraken die burgers daaraan ontlenen.
, 1.1 Rechtsbronnen kennen!!
De kern van het privaatrecht is terug te vinden in de rechtsbronnen, die richtinggevend zijn voor de rechtspraktijk:
1. De wet.
Wetten bevatten algemeen bindende regels en worden in formele zin vastgesteld door de regering en Staten-
Generaal gezamenlijk (art. 81 Grondwet). Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar de inhoud
(materieel recht, dat gedragsregels formuleert) en naar de wijze van totstandkoming (formeel recht, dat de
procedurele kant van wetgeving regelt).
2. Internationale regelingen.
Nederland is gebonden aan internationale verdragen en verordeningen, zoals het EU-recht en
mensenrechtenverdragen. Deze verdragen hebben vaak voorrang boven nationale wetgeving (Van der
Heijden, 2024).
3. Jurisprudentie.
Jurisprudentie betreft de interpretatie en toepassing van het recht door rechters. Op grond van art. 112 en
113 Grondwet zijn rechters bevoegd geschillen over burgerlijke rechten en strafbare feiten te beslechten.
Recente jurisprudentie speelt een cruciale rol in de dynamiek van het privaatrecht, met name bij open normen
zoals redelijkheid en billijkheid.
4. Gewoonterecht.
Dit betreft gedragsregels die door langdurige toepassing en overtuiging als bindend worden beschouwd.
Gewoonterecht speelt met name een rol in handelspraktijken en wordt erkend wanneer het consistent en
breed gedragen is.
5. Ongeschreven recht.
Dit omvat rechtsbeginselen en maatschappelijke normen die niet letterlijk in de wet zijn vastgelegd, maar door
de rechter worden toegepast, zoals de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW). In recente literatuur wordt
benadrukt dat ongeschreven recht steeds belangrijker wordt in het privaatrecht, met name in kwesties
rondom duurzaamheid en maatschappelijke zorgvuldigheid (SKOA, 2025).