Organisatie = doelgerichte samenwerkingsverbanden = bedrijven + overige
samenwerkingsverbanden
Organisatiekunde = het systematisch en gestructureerd nadenken over organiseren en
organisaties
Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid = eenmanszaak, vennootschap onder firma,
Organisaties met rechtspersoonlijkheid = Besloten vennootschap, nv, vereniging
Scientific management (fredrick taylor) = wetenschappelijke benadering (klassieke theorie)
(lopende band)
General management theory (Fayol) = vaardigheden om een organisatie te leiden
Eenheid-van-bevelprincipe = iedere werknemer 1 baas
Hawthorne-experimenten (humanrelationsbenadering)= experiment met werknemers
zonder manager = positief!
Revisionisme (herziening) = mix van Hawthorne en scientific
1955-heden mensen raakte betrokken bij het bedrijf
Open systemen = systemen die invloed uitoefenen op hun omgeven (en worden beïnvloed)
Interdependentie = onderlinge afhankelijkheid
Interdisciplinair = iets dat verschillende vakgebieden betreft
Synergievoordelen = voordelen van samenwerking van bedrijven (intern of extern) (1+1=3)
Delegatie = overdragen van taken
Contingentiebenadering = er is niet een beste manier van leidinggeven en structuren
(basisconfiguraties). Henry mintzberg zegt dit nog een keer.
Michael porter vijfkrachtenmodel hulpmiddel bij het analyseren van de markt
Michael Hammer traditionele manier van structurering en verdeling van werkzaamheden
gaat verdwijnen, procesgerichter
Economisch kringloop model is de moter van de maatschappij
, Doel management = de inputfactoren
sturen om de effectiviteit van de
organisatie te vergroten
beleidsvorming, structurering en
uitvoering
Organisatie evenwicht = een organisatie
die erin slaagt haar externe en interne
stakeholders zodanig te belonen dat zij in
ruil voor hun bijdrage gemotiveerd blijven
om deel te nemen aan de organisatie
doughnot model
Beleidsvorming vindt op verschillende
plekken in een bedrijf plaats de top bvb
koerbepaling en marketing werkt het ondernemingsbeleid uit.
externe omgeving = kansen en bedreigingen
interne omgeving = sterkte-zwakteanaylse
constituerende beslissingen = het scheppen van een kader waarbinnen de daadwerkelijke
uitvoering kan plaats vinden (ruimte maken voor de uitvoering)
Structurering = het verdelen van functies, toekenning van bevoegdheden en
verantwoordelijkheden en het vaststellen van de communicatie structuur.
Dirigeren = het geven van opdrachten, controleren en bijsturen
Missie + visie = doelstellingen
De missie waar ben je nou? Wat van klanten heb je, normen en waarden, betekenis voor
de stakeholders
De visie wat wil je zijn? Toekomst gericht
SMART = specifiek, meetbaar, actiegericht, resultaatgericht en tijdsgebonden
Het 7s-model =
Strategy de strategie geeft in grote lijnen de route aan die de organisatie moet
volgen om haar doelstellingen te halen