Biologie
Erfelijkheid | 7
, 7
Verschillen tussen mensen
Het DNA en de omstandigheden bepalen de eigenschappen van een mens. Ieder mens is daarom
uniek.
Fenotype: Uiterlijke en eigenschappen die te maken hebben met het functioneren van het lichaam.
Genotype: Genen op DNA. Bepalend voor het fenotype.
Genoom: Verzamelnaam voor al het DNA en DNA in de mitochondriën.
Sommige eigenschappen worden beïnvloed door de omgeving. Soms kunnen die veranderen tijdens
je leven. Bijvoorbeeld gezichtsvermogen of haarkleur.
Cholesterol
Verhoging van het cholesterolgehalte geeft een risico op hartfalen.
- Cholesterol komt via voedsel het lichaam binnen (beïnvloedbaar).
- Levercellen scheiden cholesterol af. Bepaalde genen hebben hier invloed op.
Receptoren, onder invloed van genen, verwijderen cholesterol uit het bloed.
Chromosomen
Het genoom bestaat uit 23 paren chromosomen. Het DNA bevat gegevens voor eiwitten en andere
onderdelen. Het DNA van mensen komt onderling grotendeels overeen.
Mutatie: Verandering in DNA en dus in het genoom.
Op sommige plaatsen zijn er variant mogelijk van een gen, bijvoorbeeld die de oogkleur bepaald.
Allel: Variant van een gen.
Haplotype: Combinatie van allelen op één chromosoom.
Elke chromosoom maakt deel uit van een chromosomenpaar. Beide chromosomen verschillen,
waardoor er binnen een chromosomenpaar twee haplotypes zijn.
Erfelijkheid | 7
, 7
Verschillen tussen mensen
Het DNA en de omstandigheden bepalen de eigenschappen van een mens. Ieder mens is daarom
uniek.
Fenotype: Uiterlijke en eigenschappen die te maken hebben met het functioneren van het lichaam.
Genotype: Genen op DNA. Bepalend voor het fenotype.
Genoom: Verzamelnaam voor al het DNA en DNA in de mitochondriën.
Sommige eigenschappen worden beïnvloed door de omgeving. Soms kunnen die veranderen tijdens
je leven. Bijvoorbeeld gezichtsvermogen of haarkleur.
Cholesterol
Verhoging van het cholesterolgehalte geeft een risico op hartfalen.
- Cholesterol komt via voedsel het lichaam binnen (beïnvloedbaar).
- Levercellen scheiden cholesterol af. Bepaalde genen hebben hier invloed op.
Receptoren, onder invloed van genen, verwijderen cholesterol uit het bloed.
Chromosomen
Het genoom bestaat uit 23 paren chromosomen. Het DNA bevat gegevens voor eiwitten en andere
onderdelen. Het DNA van mensen komt onderling grotendeels overeen.
Mutatie: Verandering in DNA en dus in het genoom.
Op sommige plaatsen zijn er variant mogelijk van een gen, bijvoorbeeld die de oogkleur bepaald.
Allel: Variant van een gen.
Haplotype: Combinatie van allelen op één chromosoom.
Elke chromosoom maakt deel uit van een chromosomenpaar. Beide chromosomen verschillen,
waardoor er binnen een chromosomenpaar twee haplotypes zijn.