,Compacte samenvatting zonder overbodige info. Alleen wat docent zei dat belangrijk was voor tentamen.
, Hoofdstuk 1 – Overheidsfinanciën
1.1 – Overheidsfinanciën: een vak apart
De overheid onderscheidt zich door haar wettelijk vastgelegde recht om burgers en bedrijven verplicht
financiële bijdragen op te leggen, zoals belastingen. In Nederland bedragen de overheidsuitgaven
ongeveer de helft van het bruto binnenlands product (bbp), dat de economische omvang van het land
weergeeft.
1.2 – Overheid en collectieve sector
De centrale overheid, oftewel het Rijk, vormt het hoogste bestuursniveau in Nederland. Hieronder vallen
lagere overheden zoals provincies, gemeenten en waterschappen, die vaak samenwerken via gezamenlijke
regelingen.
Budgetmechanisme: het proces waarbij politieke besluitvorming bepaalt welke publieke taken
worden uitgevoerd en welk bedrag daarvoor beschikbaar is. Tevens wordt vastgesteld of dit
gefinancierd wordt via belastingen, niet-belastingmiddelen of staatsleningen.
Collectieve sector: deze omvat alle instellingen die voornamelijk gefinancierd worden via publieke
middelen zoals belastingen, premies en leningen. Denk aan onderwijsinstellingen en ziekenhuizen.
Collectieve-uitgavenquote: dit percentage geeft aan hoeveel collectieve uitgaven er zijn in
verhouding tot de totale productie in het land.
Quartaire sector: bestaat uit instellingen zonder winstoogmerk die wel publieke diensten leveren,
maar niet collectief gefinancierd zijn, zoals kerken en vakbonden.
Marktsector: de economische activiteiten in deze sector worden bekostigd via marktprijzen.
Het bbp bestaat uit de totale toegevoegde waarde van alle productieprocessen binnen de landsgrenzen.
Het grootste deel van het nationaal inkomen vloeit naar arbeid (werknemers), de rest naar
kapitaalverschaffers. Sociale en pensioenuitkeringen tellen hierbij niet mee.
1.3 – Overheidsingrijpen: drie functies
De overheid grijpt in bij marktfalen, onder meer door regelgeving, belastingbeleid of
informatievoorziening. Tentamen!!!
Ze hanteert drie hoofdfuncties:
1. Stimuleren van macro-economische stabiliteit
2. Beïnvloeden van de productiestructuur
3. Herverdelen van inkomens
1.3.1 – Stabilisatiefunctie
Om de conjunctuurgolven af te vlakken, probeert de overheid economische schommelingen te dempen.
Tijdens een hoogconjunctuur groeit de economie tijdelijk sneller dan duurzaam is, terwijl tijdens een
laagconjunctuur de groei tijdelijk vertraagt.
Bij een tweekwartalen durende krimp spreken we van recessie.