Zelfstudie-01: Domesticatie
- Bekijk de Powerpoint-presentatie op BlackBoard
- Maak de vragen bij het artikel. De antwoorden zijn ook te vinden op BlackBoard. -> ik heb alleen
vraag antw gelezen, niet het artikel
- Maak de Voorbeeldvragen in de ‘bijlagen studiewijzer’ -> staan ook antw van bij de antwoorden
Powerpoint slides -> hh helemaal, vooral die tabel en de begrippen!!
Bekijk ze, hieronder aantek:
Niet alle individuen uit het nageslacht komen tot voortplanting => Dus omvangrijke ‘pool’ nodig -> dus je
groep moet groot genoeg zijn zodat er duidelijk dieren zijn die niet of minder goed kunnen voortplanten.
Als de groep zo klein is, dat alle dieren uiteindelijk wel evenveel de kans krijgen om voort te planten, heb
je geen natuurlijke selectie van genen.
Verschil tussen domesticatie en fokken!!
Vragen artikel + antw
Promiscue = Met veel seksuele partners
Domesticatie is dus ook iets wat de mens doet, bewust of niet
⇒ Maak de onderstaande zelfstudievragen
1. Het feit dat honden vaker blaffen en dit doen in meer contexten dan wolven is een voorbeeld
van ...
De drempelwaarde voor een bepaald gedrag wordt soms verlaagd door domesticatie, waardoor het
gedrag in frequentie toeneemt. Bij het blaffen van honden lijkt dit te komen door een combinatie van ->
1. Selectie van mensen voor waaksheid; 2. Selectie voor het behouden van juveniel gedrag (wolvenpups
blaffen we regelmatig) en 3. Gerelaxeerde selectie voor “stil zijn” noodzakelijk in het wild voor een
predator (4. evt. versterkt door bekrachtiging door de mens, dus aangeleerde aspecten per individu).
2. Geef 3 belangrijke effecten van domesticatie.
Dit kunnen er vele zijn. Enkele voorbeelden zijn:
- Lagere algehele reactiviteit op omgevingstimuli,
- Minder angst naar de mens
- Beter herstel na schrikmoment
- Geringere vluchtafstand t.o.v. de mens
- Vele morfologische aanpassingen (snuit, staarten, oren, vachtkleuren –witte vlekken-),
- Aanpassingen voortplantingscyclus.
- Mogelijk HPA-as systeem aanpassingen
- Er zijn zelfs aanwijzingen dat socialisatieperiodes meer flexibel kunnen zijn (langer).
, 3. In welke mate helpt domesticatie bij het aanpassen aan de door ons opgedrongen
huisvestingscondities? ->
Door domesticatie veranderen fysieke en gedragsmatige kenmerken van dieren dusdanig zodat zij
kunnen overleven in de door ons opgedrongen huisvestingscondities.
4. Betekent gedomesticeerd zijn dat gedomesticeerde dieren sneller een aanvaardbare welzijnsgraad
behalen? ->
Vermoedelijk niet. Het gedomesticeerde dier kan misschien met bepaalde omstandigheden beter
omgaan dan niet gedomesticeerde dieren, maar dat betekent niet dat alle individuen zich kunnen
aanpassen in de leefomgeving die wij aan hen te bieden hebben. Bovendien passen wij die leefomgeving
ook nog steeds aan en stellen wij de doelen bij waarvoor wij die dieren willen houden (domesticatie is
nooit afgerond). Afhankelijk van de situatie (ruimte, etc.) kunnen zelfs stereotypieën ontwikkelen (kijk
maar naar varkens, paarden, nertsen, maar ook honden, etc.), en dat is een teken aan de wand dat het
dier niet om kan of kon gaan/aanpassen met/aan zijn leefomgeving.
5. Wat betekent een huisvesting in een relatief kleine ruimte voor sociale organisatie? En welke risico’s
brengt dat voor de betrokkenen met zich mee? ->
De sociale organisatie kan veranderen. Een structuur kan van territoriaal naar een dominantie hiërarchie
veranderen. Het feit dat submissieve dieren niet kunnen vluchten, kan zorgen voor extreem
gepolariseerde sociale hiërarchieën.
6. Wat moet iemand doen, die een door de moeder verstoten dier zelf opvoedt, om latere problemen
met soortgenoten te voorkomen? ->
Zorgen dat het dier dagelijks in contact met soortgenoten van beide geslachten, voldoende ruimte heeft
en voldoende gestimuleerd wordt. Vooral het contact met soortgenoten is belangrijk om op deze
manier natuurlijk gedrag van andere soortgenoten te leren (spel speelt hierbij een belangrijke rol).
Contact met soortgenoten (beide geslachten) is belangrijk in de imprintingsfases (filial en sexual
imprinting). Voldoende ruimte voor het uitvoeren van gedragingen en voldoende stimulatie en uitdaging
is noodzakelijk.
7. Hoe definieert Price ‘tameness’? ->
De mate waarin dieren door mensen gehandled kunnen worden.
1. Wat is “natuurlijke selectie”? ->
Wanneer er geen artificiële selectie plaatsvindt dan zorgt natuurlijke selectie voor het basale
selectiemechanisme voor genetische veranderingen in (gehouden) populaties, waarbij individuen met
de voor die situatie meest gunstige eigenschappen (vastgelegd op de genen) meer kans hebben om tot
voortplanting te komen dan de individuen met minder gunstige eigenschappen op dat moment
(uiteraard kan dit veranderen op andere momenten en in andere situaties). Zo zullen bepaalde
eigenschappen of aanpassingen vastgelegd op genenmateriaal dus in bepaalde situaties een grotere
- Bekijk de Powerpoint-presentatie op BlackBoard
- Maak de vragen bij het artikel. De antwoorden zijn ook te vinden op BlackBoard. -> ik heb alleen
vraag antw gelezen, niet het artikel
- Maak de Voorbeeldvragen in de ‘bijlagen studiewijzer’ -> staan ook antw van bij de antwoorden
Powerpoint slides -> hh helemaal, vooral die tabel en de begrippen!!
Bekijk ze, hieronder aantek:
Niet alle individuen uit het nageslacht komen tot voortplanting => Dus omvangrijke ‘pool’ nodig -> dus je
groep moet groot genoeg zijn zodat er duidelijk dieren zijn die niet of minder goed kunnen voortplanten.
Als de groep zo klein is, dat alle dieren uiteindelijk wel evenveel de kans krijgen om voort te planten, heb
je geen natuurlijke selectie van genen.
Verschil tussen domesticatie en fokken!!
Vragen artikel + antw
Promiscue = Met veel seksuele partners
Domesticatie is dus ook iets wat de mens doet, bewust of niet
⇒ Maak de onderstaande zelfstudievragen
1. Het feit dat honden vaker blaffen en dit doen in meer contexten dan wolven is een voorbeeld
van ...
De drempelwaarde voor een bepaald gedrag wordt soms verlaagd door domesticatie, waardoor het
gedrag in frequentie toeneemt. Bij het blaffen van honden lijkt dit te komen door een combinatie van ->
1. Selectie van mensen voor waaksheid; 2. Selectie voor het behouden van juveniel gedrag (wolvenpups
blaffen we regelmatig) en 3. Gerelaxeerde selectie voor “stil zijn” noodzakelijk in het wild voor een
predator (4. evt. versterkt door bekrachtiging door de mens, dus aangeleerde aspecten per individu).
2. Geef 3 belangrijke effecten van domesticatie.
Dit kunnen er vele zijn. Enkele voorbeelden zijn:
- Lagere algehele reactiviteit op omgevingstimuli,
- Minder angst naar de mens
- Beter herstel na schrikmoment
- Geringere vluchtafstand t.o.v. de mens
- Vele morfologische aanpassingen (snuit, staarten, oren, vachtkleuren –witte vlekken-),
- Aanpassingen voortplantingscyclus.
- Mogelijk HPA-as systeem aanpassingen
- Er zijn zelfs aanwijzingen dat socialisatieperiodes meer flexibel kunnen zijn (langer).
, 3. In welke mate helpt domesticatie bij het aanpassen aan de door ons opgedrongen
huisvestingscondities? ->
Door domesticatie veranderen fysieke en gedragsmatige kenmerken van dieren dusdanig zodat zij
kunnen overleven in de door ons opgedrongen huisvestingscondities.
4. Betekent gedomesticeerd zijn dat gedomesticeerde dieren sneller een aanvaardbare welzijnsgraad
behalen? ->
Vermoedelijk niet. Het gedomesticeerde dier kan misschien met bepaalde omstandigheden beter
omgaan dan niet gedomesticeerde dieren, maar dat betekent niet dat alle individuen zich kunnen
aanpassen in de leefomgeving die wij aan hen te bieden hebben. Bovendien passen wij die leefomgeving
ook nog steeds aan en stellen wij de doelen bij waarvoor wij die dieren willen houden (domesticatie is
nooit afgerond). Afhankelijk van de situatie (ruimte, etc.) kunnen zelfs stereotypieën ontwikkelen (kijk
maar naar varkens, paarden, nertsen, maar ook honden, etc.), en dat is een teken aan de wand dat het
dier niet om kan of kon gaan/aanpassen met/aan zijn leefomgeving.
5. Wat betekent een huisvesting in een relatief kleine ruimte voor sociale organisatie? En welke risico’s
brengt dat voor de betrokkenen met zich mee? ->
De sociale organisatie kan veranderen. Een structuur kan van territoriaal naar een dominantie hiërarchie
veranderen. Het feit dat submissieve dieren niet kunnen vluchten, kan zorgen voor extreem
gepolariseerde sociale hiërarchieën.
6. Wat moet iemand doen, die een door de moeder verstoten dier zelf opvoedt, om latere problemen
met soortgenoten te voorkomen? ->
Zorgen dat het dier dagelijks in contact met soortgenoten van beide geslachten, voldoende ruimte heeft
en voldoende gestimuleerd wordt. Vooral het contact met soortgenoten is belangrijk om op deze
manier natuurlijk gedrag van andere soortgenoten te leren (spel speelt hierbij een belangrijke rol).
Contact met soortgenoten (beide geslachten) is belangrijk in de imprintingsfases (filial en sexual
imprinting). Voldoende ruimte voor het uitvoeren van gedragingen en voldoende stimulatie en uitdaging
is noodzakelijk.
7. Hoe definieert Price ‘tameness’? ->
De mate waarin dieren door mensen gehandled kunnen worden.
1. Wat is “natuurlijke selectie”? ->
Wanneer er geen artificiële selectie plaatsvindt dan zorgt natuurlijke selectie voor het basale
selectiemechanisme voor genetische veranderingen in (gehouden) populaties, waarbij individuen met
de voor die situatie meest gunstige eigenschappen (vastgelegd op de genen) meer kans hebben om tot
voortplanting te komen dan de individuen met minder gunstige eigenschappen op dat moment
(uiteraard kan dit veranderen op andere momenten en in andere situaties). Zo zullen bepaalde
eigenschappen of aanpassingen vastgelegd op genenmateriaal dus in bepaalde situaties een grotere