,HOOFDSTUK 1: WETGEVING
gedragsregels zijn algemene regels die zijn opgesteld voor deelnemers aan het verkeer om:
● te zorgen dat het veilig blijft op de weg,
● weggebruikers en passagiers te beschermen,
● te zorgen dat de weg bruikbaar blijft,
● te zorgen dat het verkeer vrij kan blijven rijden,
● schade, overlast en hinder te voorkomen of te beperken,
● de negatieve gevolgen voor het milieu te beperken,
● fraude te voorkomen,
Weggebruikers zijn alle verschillende mensen die gebruik maken van de weg: hieronder
vallen niet alleen bestuurders, maar ook voetgangers. De weg bestaat namelijk ook uit
fietspaden, trottoirs en de berm die naast de rijstroken ligt.
bevoegde personen zijn mensen die het verkeer mogen regelen en naar officiële
documenten mogen vragen. hieronder vallen:
● politieagenten
● officieren van justitie
● militairen van de Koninklijke Marechaussee
● ambtenaren van de Rijksbelastingdienst
● ambtenaren van de Dienst Wegverkeer en verkeersinspecties
● ambtenaren van de Rijks- en provinciale waterstaat
● opsporingsambtenaren van verschillende ministeries
de 'officiële documenten' dienen iedere bestuurder verplicht bij zich te hebben en bevoegde
personen mogen hier altijd naar vragen: het rijbewijs, het kentekenbewijs (van het voertuig
waarmee je onderweg bent), de begeleiderspas (als je rijdt onder de 2toDrive regeling voor
rijden vanaf 17 jaar), een gehandicaptenparkeerkaart (als je deze nodig hebt voor het
voertuig dat je bestuurt of de plek waar je parkeert). Daarnaast mogen bevoegde personen
ook bestuurders verplichten om mee te werken aan een onderzoek naar alcohol- of
drugsgebruik zoals een blaastest, controle van oog- of spraakfuncties of speekselcontrole.
Het kapstokartikel: artikel 5 van de Wegenverkeerswet,
verbiedt bestuurders om hinder of gevaar te veroorzaken in het verkeer. Hierbij wordt er
geen letterlijk gevaarlijk gedrag genoemd, maar wanneer jouw gedrag hinder of gevaar
veroorzaakt kan het onder dit artikel bestraft worden.
Als er een ongeval of ongeluk is gebeurd, is het strafbaar om de plaats te verlaten en een
slachtoffer in een kritieke toestand achter te laten. Zelfs als je niet schuldig was, en zelfs je
alleen het ongeval hebt zien gebeuren en er verder niet bij betrokken was.
er zijn een aantal maatregelen die genomen kunnen worden bij wangedrag in het verkeer:
● invordering van het rijbewijs
○ het rijbewijs wordt ingenomen en er wordt hierna besloten wat er verder mee
gebeurt: wanneer de maximumsnelheid met 50 km/u of meer overschreden
wordt of wanneer je hinder of schade hebt veroorzaakt
, ● ontzegging van de rijbevoegdheid
○ verbod tot het besturen van motorrijtuigen, waarbij het afhankelijk van de
zwaarte van de overtreding langer of minder lang kan duren. het is een
misdrijf om toch te rijden wanneer je een ontzegging hebt.
● ongeldigverklaring rijbewijs
○ wanneer je niet meer wordt gezien als rijgeschikt of rijvaardig, wat meestal
onderzocht wordt door het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen).
Meldingen bij het CBR worden al gedaan wanneer: je bumperkleeft op de autosnelweg;
andere weggebruikers afsnijdt, door rood licht rijdt, meer dan 50 km/u te hard rijdt binnen de
bebouwde kom of meer dan 31 km/u te hard rijdt bij wegwerkzaamheden binnen de
bebouwde kom. Een aparte afdeling van het CBR is het BNOR: Bureau Nader Onderzoek
Rijvaardigheid.
Promille is een woord om de hoeveelheid alcohol in het bloed aan te geven, wat aangeduid
wordt in microgram per liter (de hoeveelheid alcohol per liter uitgeademde lucht).
alcoholhoudende dranken worden geschonken in standaardglazen: één glas wijn heeft
hierdoor evenveel alcohol als één glas sterke drank.
- bier: glazen van 25cl (5% alcohol)
- wijn: glazen van 10cl (12% alcohol)
- sterke drank 3,5cl (35% alcohol)
Als je voor het eerst een rijbewijs haalt, ben je de eerste vijf jaar een beginnend bestuurder.
Voor beginnende bestuurders gelden wat strengere maatregelen en regels dan voor ervaren
bestuurders, zoals op het gebied van de grenswaardes die gelden voor rijden onder invloed:
● beginnende bestuurders: maximaal 88 µg/l of 0,2 promille
(ongeveer 0,5 tot 1 standaardglas bier, wijn of sterke drank)
● ervaren bestuurders: maximaal 22 µg/l of 0,5 promille
(ongeveer 1,5 tot 2 standaardglazen bier, wijn of sterke drank)
voor drugs en medicijnen verschillen de grenswaardes per middel, maar voor drugs kan je
ervan uitgaan dat na één portie de grenswaarde overschreden wordt. Wanneer naast
alcohol ook drugs in het lichaam aangetroffen worden dan is dit strafbaar ongeacht de
hoeveelheid.
handhaving op rijden onder invloed:
bestuurders, zoals op het gebied van de grenswaardes die gelden voor rijden onder invloed:
● een rijverbod
○ dit kan al opgelegd worden voordat je in de auto stapt en duurt een aantal
uren, tot en met 24 uur. Tijdens dit verbod is het verboden om voertuigen te
besturen, dus ook fietsen.
● invordering van het rijbewijs
○ wanneer tijdens de blaastest blijkt dat het alcoholpercentage te hoog is wordt
het rijbewijs ingevorderd; autorijden en andere motorrijtuigen besturen is dan
verboden totdat je deze terug hebt.
○ de grenswaarden voor invordering bij alcohol zijn:
■ 0,8 promille (350µg/l) bij beginnende bestuurders
■ 1,3 promille (570µg/l) bij ervaren bestuurders)
● melding aan het CBR
, ○ boven bepaalde grenswaarden wordt er door de politie ook een melding
gedaan bij het CBR, waar dan extra maatregelen genomen kunnen worden.
■ 0,5 promille (220µg/l) bij beginnende bestuurders
■ 0,8 promille (350µg/l) bij ervaren bestuurders
rijvaardigheid heeft betrekking tot de vaardigheid om een voertuig te besturen, de
handigheid en de controle hierover. Dit kan verminderen door alcohol of drugsgebruik.
de rijgeschiktheid gaat over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid om een voertuig te
besturen. Hieronder vallen bijvoorbeeld aandoeningen, zoals problemen met ledematen of
aandoeningen aan de hersenen.
Bevoegde personen mogen, bij twijfel aan rijvaardigheid of rijgeschiktheid, een rijbewijs
invorderen (denk aan: asociaal rijgedrag, rijden onder invloed van alcohol of drugs, redenen
om te twijfelen aan de lichamelijke of psychische gezondheid of bij ouderdom). Wanneer dit
gebeurt, wordt het doorgegeven aan het CBR en daar worden dan verdere maatregelen
genomen om de rijvaardigheid en de rijgeschiktheid verder te onderzoeken. Het is verplicht
om aan zo'n onderzoekstraject mee te werken, anders wordt je rijbewijs ongeldig verklaard.
de onderzoeksmogelijkheden van het CBR:
● medisch onderzoek naar rijgeschiktheid
○ onderzoek door een onafhankelijke specialist, zoals een oogarts
● rijtest om rijvaardigheid of rijgeschiktheid te onderzoeken
○ kan volgen uit een medisch onderzoek om met een speciaal opgeleide
examinator samen een stuk te rijden om te onderzoeken of dit nog
verantwoord is
de verdere maatregelen (verplichte cursussen) die het CBR kan opleggen:
● LEMA (Licht Educatieve Maatregel Alcohol)
○ voor bestuurders die zijn aangehouden in verband met rijden onder invloed
■ tussen de 0,5 & 0,8 promille (220 - 350µg/l) bij beginnend bestuurders
■ tussen de 0,8 & 1,0 promille (350 - 440µg/l) bij ervaren bestuurders
● EMA (Educatieve Maatregel Alcohol)
○ voor zwaardere gevallen van rijden onder invloed, of personen die voor een
tweede keer gepakt worden voor rijden onder invloed
■ tussen de 0,8 & 1,3 promille (350 - 570µg/l) bij beginnend bestuurders
■ tussen de 1,0 & 1,8 promille (440 - 790µg/l) bij ervaren bestuurders
(eerste keer gepakt)
■ voor ervaren bestuurders die al een LEMA gehad hebben en weer
dezelfde fout maken
● EMG (Educatieve Maatregel Gedrag)
○ voor bestuurders die asociaal en gevaarlijk rijgedrag hebben vertoond zoals;
■ bumperkleven op de autosnelweg
■ andere weggebruikers afsnijden
■ door rood licht rijden
■ meer dan 50 km/u te snel rijden binnen de bebouwde kom
■ meer dan 31 km/u te snel rijden binnen de bebouwde kom bij
wegwerkzaamheden
, al deze cursussen zijn verplicht en volledig voor eigen rekening, en daarnaast wordt er ook
meestal een hoge boete opgelegd. Bij onvolledige medewerking wordt het rijbewijs ongeldig
verklaard.
motorrijtuigen zijn alle voertuigen die zich door middel van een motor voortbewegen en niet
langs de rails (zoals een trein, tram of metro). Elektrische fietsen of fietsen met
trapondersteuning vallen hier niet onder, en trolleybussen en speed-pedelecs wel.
de bestuurder van een motorrijtuig is degene die het motorrijtuig bestuurt, of degene die
de verantwoordelijkheid draagt voor het besturen.
iemand die een motorrijtuig of aanhangwagen voor een langere tijd huurt of leent, is de
houder maar niet de eigenaar van het voertuig. De eigenaar is in principe nog steeds
verantwoordelijk voor het voertuig, tenzij dit in het kentekenregister wordt veranderd.