Oefententamen Ontwikkelingsstoornissen
2025
1. Casus: Lisa is 22 jaar en meldt zich aan bij de GGZ. Ze heeft onlangs een
periode gehad waarin ze zich extreem energiek voelde, weinig sliep,
extreem veel geld uitgaf en risicovol gedrag vertoonde. De periode duurde
bijna een week. Na deze periode volgde een zware depressieve episode.
Welke diagnose is het meest waarschijnlijk?
a) Bipolaire-stoornis type II
b) Bipolaire-stoornis type I
c) Cyclothymie
d) Major depressive disorder
2. Wat blijkt uit onderzoek over ADHD in relatie tot beloning en straf
a) Personen met ADHD zijn gevoeliger voor straf, maar niet gevoeliger voor
beloning dan een persoon zonder ADHD
b) Personen met ADHD zijn overgevoelig voor beloning, maar niet gevoeliger
voor straf dan een persoon zonder ADHD
c) Personen met ADHD zijn gevoeliger voor zowel straf als beloning dan een
persoon zonder ADHD
d) Personen met ADHD zijn even gevoelig voor straf en beloning als een
persoon zonder ADHD
3. Welke vorm van angststoornis kent meestal geen duidelijke
biologische kwetsbaarheid?
a) Gegeneraliseerde angststoornis
b) Separatieangststoornis
c) Specifieke fobieën
d) Paniekstoornis
4. Wat betekent heterotypische continuïteit
a) Symptomen van een stoornis veranderen over de tijd en nemen andere
vormen aan
b) Symptomen verdwijnen volledig na de kindertijd
c) Er is altijd comorbiditeit met een andere stoornis
d) De stoornis blijft exact hetzelfde doorheen het leven
5. Welke van onderstaande stoornissen is géén voorbeeld van
heterotypische continuïteit?
a) ADHD
, b) Autismespectrumstoornis
c) Separatieangststoornis
d) Specifieke fobie
6. Wat hoort bij het orthografische stadium van lezen?
a) Letter-klankkoppeling (bv. "h-a-p")
b) Lezen op basis van betekenis
c) Directe herkenning van woordbeelden (bv. herkennen van "boom"
als geheel)
d) Fonemisch ontleden van klanken
7. Welke verstandelijke beperking is genetisch, maar niet erfelijk?
a) Fragiele-X syndroom
b) Rett-syndroom
c) Downsyndroom
d) PKU
8. Bij wie komt een verstandelijke beperking vaker voor?
a) Mannen
b) Vrouwen
c) Kinderen
d) Ouderen
9. Wat meet de DALY (disability Adjusted Life Years)?
a) Levensverwachting van mensen met psychische stoornissen
b) Aantal mensen dat overlijdt door een stoornis
c) Jaren van leven met ziekte en verloren levensjaren
d) Jaren dat iemand volledig gezond is geweest
10. Wat is het doel van het FINGER-model bij dementie
a) Cognitieve achteruitgang medicamenteus behandelen
b) Preventie van dementie via leefstijlinterventies
c) Genetische screening op Alzheimer
d) Gedragsproblemen verminderen
11. Hoe kun je Alzheimer genezen?
a) Vroegtijdige medicatie
b) Vroegtijdige cognitieve therapie
c) Het hebben van een hoge cognitieve reserve
d) Alzheimer is niet te genezen
2025
1. Casus: Lisa is 22 jaar en meldt zich aan bij de GGZ. Ze heeft onlangs een
periode gehad waarin ze zich extreem energiek voelde, weinig sliep,
extreem veel geld uitgaf en risicovol gedrag vertoonde. De periode duurde
bijna een week. Na deze periode volgde een zware depressieve episode.
Welke diagnose is het meest waarschijnlijk?
a) Bipolaire-stoornis type II
b) Bipolaire-stoornis type I
c) Cyclothymie
d) Major depressive disorder
2. Wat blijkt uit onderzoek over ADHD in relatie tot beloning en straf
a) Personen met ADHD zijn gevoeliger voor straf, maar niet gevoeliger voor
beloning dan een persoon zonder ADHD
b) Personen met ADHD zijn overgevoelig voor beloning, maar niet gevoeliger
voor straf dan een persoon zonder ADHD
c) Personen met ADHD zijn gevoeliger voor zowel straf als beloning dan een
persoon zonder ADHD
d) Personen met ADHD zijn even gevoelig voor straf en beloning als een
persoon zonder ADHD
3. Welke vorm van angststoornis kent meestal geen duidelijke
biologische kwetsbaarheid?
a) Gegeneraliseerde angststoornis
b) Separatieangststoornis
c) Specifieke fobieën
d) Paniekstoornis
4. Wat betekent heterotypische continuïteit
a) Symptomen van een stoornis veranderen over de tijd en nemen andere
vormen aan
b) Symptomen verdwijnen volledig na de kindertijd
c) Er is altijd comorbiditeit met een andere stoornis
d) De stoornis blijft exact hetzelfde doorheen het leven
5. Welke van onderstaande stoornissen is géén voorbeeld van
heterotypische continuïteit?
a) ADHD
, b) Autismespectrumstoornis
c) Separatieangststoornis
d) Specifieke fobie
6. Wat hoort bij het orthografische stadium van lezen?
a) Letter-klankkoppeling (bv. "h-a-p")
b) Lezen op basis van betekenis
c) Directe herkenning van woordbeelden (bv. herkennen van "boom"
als geheel)
d) Fonemisch ontleden van klanken
7. Welke verstandelijke beperking is genetisch, maar niet erfelijk?
a) Fragiele-X syndroom
b) Rett-syndroom
c) Downsyndroom
d) PKU
8. Bij wie komt een verstandelijke beperking vaker voor?
a) Mannen
b) Vrouwen
c) Kinderen
d) Ouderen
9. Wat meet de DALY (disability Adjusted Life Years)?
a) Levensverwachting van mensen met psychische stoornissen
b) Aantal mensen dat overlijdt door een stoornis
c) Jaren van leven met ziekte en verloren levensjaren
d) Jaren dat iemand volledig gezond is geweest
10. Wat is het doel van het FINGER-model bij dementie
a) Cognitieve achteruitgang medicamenteus behandelen
b) Preventie van dementie via leefstijlinterventies
c) Genetische screening op Alzheimer
d) Gedragsproblemen verminderen
11. Hoe kun je Alzheimer genezen?
a) Vroegtijdige medicatie
b) Vroegtijdige cognitieve therapie
c) Het hebben van een hoge cognitieve reserve
d) Alzheimer is niet te genezen