100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Mechanisms of disease 1 thema 3 (zelf een 9 mee gehaald)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
50
Geüpload op
07-07-2025
Geschreven in
2024/2025

Hierbij de aantekeningen van thema 3 van het blok mechanisme of disease 1. Zelf heb ik hiermee een 9 gehaald, dus ik hoop jullie te kunnen helpen, ook een goed cijfer te halen!

Voorbeeld van de inhoud

HC14: invader (virulence factors)
Pathogenese
Pathogenese
• Kolonisatie = bacteriën die altijd bij ons zijn (bv darmen)
• Dragerschap = bacteriën die binnenkomen maar geen schade aanrichten (bv keel)
• Latentie = micro-organisme blijft aanwezig – geen problemen maar kan reactiveren
→ geen tekenen & symptomen

Wel tekenen & symptomen:
- Gastheer responses: gastheer inflammatie door micro-organisme weefselschade
- Micro-organismen (bv toxinen)

Virulentiefactoren
Host defence = afweermechanismen om virulentiefactoren & micro-organismen te stoppen
Viruelentiefactor = alles bijdraagt aan mogelijkheid voor micro-organisme om ziekte te veroorzaken
• Structurele componenten - ENTER
o Overleven in nadelige milieus
o Binden aan menselijke structuren
o Binnengaan van menselijk lichaam
o Binnengaan menselijke cel
o Veroorzaken inflammatoire reacties → schade
• Producten - KICK
o Toxinen
o Enzymen (‘ – ases’)
• Tricks – HIDE
o Vernietigen van een cel → schade
o Verminderen normale immuunrespons
o Vermijden normale immuunrespons
o Latentie
o Verstopmechanismen

Gram-positief vs gram-negatief
Gram-positief: peptidoglycan laag + lipoteicnoic acid → TLR op fagocyten → cytokinen → inflammatie
Gram-negatief: dunne peptidoglycaan laag + LPS → TLR op fagocyten → cytokinen → inflammatie

Viruelentiefactoren - ENTER
• Adhesie-proteïnen of glycoproteïnen
• Endocytose (geïnduceerd door micro-organismen)
• Fimbriae/pili
• Hyphae
• (lipo)teichoïnezuur

Viruelentiefactoren - KICK
• Porteïnen die aan ijzer binnen
• Enzymen die synthese van DNA en/of mRNA inhiberen
• Enzymen die weefsel vernietigen
• Glycoproteïnen die aanmaak syncytium induceren
• Hyphae
• Lipopolysaccharide (endotoxine)
• (lipo)teichoïnezuur
• Peptidoglycaan
• Toxinen die adenylaat cyclase activeren (schade immuuncel functie host)
• Toxinen die werken als superantigen
• Toxinen die afgifte neurotransmitters inhiberen
• Toxinen met cytotoxische activiteit
• Vermogen om geïnfecteerde gastheercellen tot lyse te stimuleren

,Viruelentiefactoren - HIDE
• Antigeen shift
• Antigeen variatie
• Biofilm
• Proteïne inhiberende opsonisatie (proteïne A s. aureus)
• Intracellulaire overleving
• Capsule
• Moleculaire mimicry (overeenkomsten pathogeen en gastheer)
• Vermogen om latent aanwezig te blijven in gastheer

Capsule
Capsule = heeft factor H = degradatie C3b → geen opsonisatie door complementsysteem →
antilichamen nodig → C3b binden → opsonisatie
→ streptococcus pneumoniae, neisseria meningitids & haemophilus influenzae B (vaccinatie)

Streptococcus pyogenes
• Groep A bèta hemolytische streptococcus
• Primair pathogeen
• Dragers vaak in de keel
→ lokale of verspreidde infecties: tonsillitis (keelamandelen), otitis media (middenoor), impetigo
(krentenbaard), erysipelas (huid), kraamvrouwenkoorts (child bed fever), sepsis, fasciitis necroticans
→ exotoxine gemedieerd: roodvonk (scarlet fever), streptococcaal toxisch shock syndroom
→ immunologische effecten: acute reumatische koorts & acute glomerulonephritis

Enter
- Pili & Protein F = adhesie aan epitheliale cellen
Kick
- Inflammatie
o Peptidoglycanen & lipoteichnozuur
- Toxinen
o Streptolysine = poriën vormend exotoxine – micro-organisme in poriën delen →
cel zwelt op door poriën (osmose) → lysis → bacteriën vrij → sepsis
o Streptococcal pyrogen exotoxine = superantigeen → streptococcaal toxische
syndroom = superantigeen maakt crosslink met elke MHC-factor → alle APC’s
binden aan T cellen → cytokines → vasodilatatie → shock – ook s. aureus (te
lang tampon in)
o Erythrogeen toxine → roodvonk (scarlet fever)
- Enzymen
o Streptokinase = lyse van klonten → stolling tegengaan
o Hyaluronidase = remt hyaluronan (cellen bij elkaar) → cellen losser →
verspreiden bacteriën in weefsel
o C5a peptidase = inmengen met chemotaxis
o DNA-ase
Hide
- M-eiwitten = inmenging met fagocytose → opsonisatie niet effectief
- C5a peptidase

,Influenza. A virus
Influenza A
• Primair pathogeen
• Mild-ernstig (dood: comorbiditeit (card-,pulmon-,renaal), zwak immuunsysteem, jong/oud)
• Enveloppe virus + RNA
• 2 spikes
o Hemagglutinine = vast aan epitheelcelen bij binnendringen lichaam → budding →
stukje membraan weg → vast aan bloedcellen → klonteren
o Neuraminidase = schaar om virus los te knippen (niet voor altijd vast) - overgeven
• RNA polymerase zonder proofreading → veel mutaties

Antigeen drift & shift
Influenza A muteert zeer frequent → mutaties N-antigenen & H-antigenen op virus oppervlakte neemt
toe → lichaam herkent minder goed of niet → antilichamen passen niet → influenza treedt elk jaar
weer op = antigeen drift (hervaccinatie)




Antigeen shift = elke 1 of 2 jaar anders = onderdelen van verschillende virussen onderling
verwisselen = bv dierlijk influenza en menselijk influenza kunnen recombineren
Hyperviruelente virulentie = er zijn geen antilichamen tegen → pandemie




Ziektemechanismen en bijbehorende viruelentiefactoren van influenza A
• Adhesie: hemagglutinine
• Cel dood: intracellulaire replicatie
• Enzymen: neuraminidase
• Immuun ontwijking: antigeen drift en shift

Humaan immunodeficientie virus (HIV)
HIV = enveloppe virus dat eigen RNA inbrengt
• Reverse transcriptase = RNA → enkelstrengs DNA → dupliceren → dubbelstrengs DNA
• Integrase = dubbelstrengs DNA opnemen in humaan genoom → blijft tot cel dood gaat
• Latente periode tot stimulus dat messenger RNA inschakelt
• Polyproteïne = lange streng die onbruikbaar is → bruikbare stukjes knippen HIV-protease
→ 3 virulentiefactoren: reverse transcriptase, integrase & HIV-protease
→ tropisme voor (CD4) T-helpercellen → vernietigen → immuunsysteem verzwakken

, HC15 – host versus invader
Steriel vs niet-steriel
Niet-steriele gebieden: huid, neus, oren, keel & tractus digestivus
Steriele gebieden: binnenkant lichaam (spieren & bindweefsel), diepe delen respiratoire tractus,
maag & tractus urogenitalis
10^15 bacteriën, maar 10^13 lichaamscellen → groot deel in darmen

Commensalen
Commensale bacteriën = normaal in mens & niet schadelijk/symptomen – symbiose met mens =
opportunistisch (niet schadelijk tot een zwak immuunsysteem)
Kolonisatieresistentie = commensalen huid & mucosa → voorkomt hechten schadelijke bacteriën

Huid: gram-positieve bacteriën (goed tegen omgevingsfactoren zoals droogheid)
Tractus digestivus & urogenitalis: gram-negatieve bacteriën & gram positieve-bacteriën

Steriliteit bereiken
• Fysiek:
o Barrières: huid en mucosa
o Luchtwegen: cilia, mucus & hoesten
o Urogenitale tractus: voiding (mictie) & antimicrobiële stoffen
• Chemisch: maagzuur & enzymen (bv lysozym in tranen)
• Immunologisch = ‘binnen’ steriel houden

Infectie
Infectie = structurele of functionele VERANDERING veroorzaakt door
• Micro-organismen of bijbehorende componenten/producten
• Gastheerrespons (bv inflammatie)
• Beide

Koorts
Niet per se infectie, andere oorzaken: allergie, auto-immuunziekten, maligniteiten, trauma, trombose,
infarct, oververhitting of intoxicaties

Hoe ontstaat koorts? - hypothalamus
LPS interactie met macrofaag (met een TLR) → macrofaag cytokines & PGE2 produceren → binden
aan epitheelcellen & gespecialiseerde celen → oa COX2 (enzym) → PGE2 aanmaken → EP3 →
setpoint in hypothalamus voor temperatuur verhogen → bruin vet: produceren warmte, bloedvaten:
vasoconstrictie (warmte vasthouden), spieren: rillen




Kolonisatie vs infectie – primaire pathogeen
• Kolonisatie
o Geen symptomen
o Commensalen of primaire pathogenen
o Voorbijgaand of permanent
o Competitie voor voedsel en bindingsplekken
• Infectie
o Vaak, maar niet altijd symptomen

Documentinformatie

Geüpload op
7 juli 2025
Aantal pagina's
50
Geschreven in
2024/2025
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Dr. h. scheper dr. d. cohen
Bevat
Alle colleges

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ninaschouten2 Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
36
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
89
Laatst verkocht
2 weken geleden

3,0

2 beoordelingen

5
0
4
0
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen