Science fiction
Wat is science fiction?
- Science fiction is geen fantasy en heeft betrekking op een ‘wat als’ scenario
- Harde science fiction: Technologisch
- Zachte science fiction: Maatschappelijke veranderingen
Eind 18e eeuw:
Aantal ontwikkelingen in het denken en uitvindingen die impact hadden op de maatschappij.
Vooral in kunst is goed te zien wat deze impact was.
Maatschappij:
Industriële revolutie – De stoommachine zorgde voor een enorme verandering in de
maatschappij. Dit begon in Engeland wegens veel mijnbouw en wat slimme uitvinders als
James Watt. Mijnbouw in Engeland werd gemakkelijker gemaakt door de uitvinding van de
stoommachine. Uiteindelijk wordt de stoommachine voor allerlei processen gebruikt.
Fabrieken werden rondom steden gebouwd wat zorgde voor urbanisatie: mensen trekken
van dorpen naar steden om hier te werken. Steden groeiden daardoor heel snel wat zorgde
voor problemen. Tekort aan huizen, veel ziektes.
De industriele revolutie leidde tot: verbetering productieprocessen, infrastructuur. Maar ook
urbanisatie en slechtere leefomstandigheden en experimenten met elektriciteit
Politiek:
Franse Revolutie (1789) – Bij de Franse revolutie was er sprake van absolute macht onder
vorsten. Een grote machtsafstand tussen de vorsten en de burgers. De burgers wouden de
macht wat leidde tot een staatsgreep. Ze verlangden naar vrijheid, gelijkheid en
broederschap. De mens moest centraal staan. De mensenrechten werden daarbij
vastgelegd.
Kunst:
Romantiek (1790-1850) - Stroming als reactie op industrialisatie. Mensen wilden graag
vluchten uit de samenleving oftewel escapisme (vluchten uit de realistische situatie). Vooral
vluchten in de natuur, mythologie en veel meer. ‘Saturnus verslindt zijn zoon’ is hier een
voorbeeld van. De romantiek idealiseerde alles en plaatste alles buiten het hier en nu
volgens sommige mensen. Ze wouden een realistischere voorstelling van de wereld
Realisme (1840-1880) - Om de (ideale) werkelijkheid vast te leggen (vooral in de zin van
arbeid). Het realisme is een reactie op de romantiek. ‘Arenleesters’ is hier een voorbeeld
van. Geen houdbare stroming. Het realisme bood vooral veel dezelfde thema’s en
onderwerpen.
Impressionisme (1860-1890) – Een reactie op het realisme en op technologische
ontwikkelingen. Wou een moment vastleggen. Het hoefde er niet uit te zien alsof het werk
af was. Er hoefde daarnaast ook geen boodschap achter te zitten. ‘ Le Balcon’ is hier een
voorbeeld van.
Conclusie: Uitvindingen en veranderingen in denken, veranderden de maatschappij. Dit was
terug te zien in kunst.
,Het beeld en de beweging
Trucjes met beeld komen van goochelaars.
Het stilstaande beeld:
- Thaumatroop (begin 19e eeuw): een beeldtrucje
- De eerste foto van een buitengezicht: 1826 – sluitertijd was 8 uur
- De eerste foto ooit: 1925
- Cyanotype: de kleur waarin het niet bedenkte deel van het papier verkleurde door
zonlicht
- Stereogram (1963)
Het bewegende beeld:
- Fenakistiscoop (1831): een soort draaimolen waardoor je een doorlopende beweging
ziet.
- Zoötroop (1834): soortgelijk, maar dan door middel van kijken door een trommel
- Gefascineerd door beweging: vanuit wetenschappelijk oogpunt.
- Chronofotografie: witte balletjes plaatsen op gewrichten om te begrijpen hoe de
mens zich voortbeweegt.
- Documenteren & analyseren
Belangrijk voor de wetenschap: de maan, lichamelijke aandoeningen
- Herinneren
- Entertainen
Science fiction
Sleutelfiguren:
- Mary Shelley: Onderdeel van de Romantiek in de tijd van de Industriële Revolutie
vanuit de elektriciteit.
- Jules Verne: Schreef veel science fiction romans. Fantaseert over wetenschappelijke
zaken die vaak pas een eeuw later werden gerealiseerd zoals bij het boek: van de
aarde naar de maan uit 1969.
, Hoorcollege 2 – Storytelling Beeld & Kunst: Filmgeschiedenis
Karl Marx
Communistisch manifest (het communisme)
Komt op voor de burgers tijdens de industriële revolutie. Het kapitaal bepaalt in welke klasse
je komt.
Bourgeoisie: hoogste klasse met fabriekseigenaren krijgen veel geld
Proletariaat: fabrieksarbeiders met weinig geld terwijl ze er hard voor werken.
Sprake van een ongelijke verdeling (klassenstrijd). Marx vindt dat het geld eerlijker verdeeld
moet worden. Proletariaat zou in opstand moeten komen volgens Marx.
Communisme wordt vaak in verband gebracht met revoluties.
Marx schreef het boek ‘Het kapitaal’ in 1867 met theorien waardoor mensen minder werk
hoefden te verrichten door de inzet van nieuwe apparaten. Bleek minder nuttig dan gedacht
omdat deze apparaten alsnog bestuurd moesten worden.
Karl Marx uit zijn frustraties over de wijze van de maatschappij. Kwam op voor het
proletariaat.
Veel positieve gevolgen aan de industriele revolutie, maar ook veel negatieve gevolgen voor
de burgerij die het geld niet had.
Belle Epoque (het mooie tijdperk) – loopt van 1880 tot 1914
Een tijd van veel uitvindingen en stadsvernieuwingen met enerzijds gevoel van vrijheid, maar
anderzijds ook angst voor de toekomst. Hoe zou het over een aantal jaar zijn?
Uitvindingen:
1876 – telefoon
1879 – gloeilamp (Edison)
1886 – de auto (Benz)
1903 – eerste aangedreven vliegtuig
In Parijs werden veel wereldtentoonstellingen gedaan waar vaak nieuwe uitvindingen
werden gepresenteerd. Dit bevordert de internationale handelsbetrekkingen. Er werden
hiervoor speciale gebouwen (vaak van glas) gebouwd.
De eerste metrolijn van Parijs werd in 1900 geopend (Parijs was een van de snelste en eerst
ontwikkelende landen). Er kwam een hele stadsvernieuwing door de aanleg van de
metrolijnen.
Kunststromingen
Kubisme (1907-1920):
- De brug tussen het impressionisme en het kubisme: fauvisme
Kunst die not done was voor kunstkenners in die tijd. Vrij wild kleurgebruik en veel
naakt. (Beestachtige kunst)
- Geometrisch kubisme (1907-1909): het onderwerp wordt uit elkaar gehaald. Vooral
veel hoeken en weinig ronde lijnen (geometrische vormen). Niet heel veel
kleurgebruik.