Tentamen Bestuursrecht: Rechtsbescherming, 2024-2025, eerste kans
(Deze verkorte standaardantwoorden zijn een zo betrouwbaar mogelijke weergave van de juiste antwoorden op
de vragen van het tentamen. Niettemin kunt u geen rechten ontlenen aan eventuele onjuistheden)
Vraag 1
Harrie Groen uit de gemeente Bloemendaal (provincie Noord-Holland) heeft een belangrijke afspraak
bij DUO in de stad Groningen. Hoewel hij tijdig van huis is vertrokken, is hij aan de late kant door
diverse wegwerkzaamheden en files onderweg. Harrie heeft daarom het gaspedaal stevig ingetrapt en
heeft gemerkt dat hij minimaal twee keer is geflitst voor overschrijding van de maximumsnelheid.
Eenmaal in Groningen aangekomen, parkeert Harrie zijn auto snel op de eerste de beste vrije parkeer-
plaats. Wanneer hij terugkomt bij zijn auto ziet hij achter zijn voorruit een briefje met een parkeeraanslag
met naheffing van € 82,80 (op grond van art. 12 van de Verordening op de heffing en invordering van
parkeerbelastingen gemeente Groningen 2025). In zijn haast is Harrie vergeten het parkeergeld te vol-
doen. Harrie laat het er niet bij zitten en maakt tegen de parkeeraanslag tijdig en conform alle vereisten
bezwaar bij het college van B&W van Groningen. Het bezwaar wordt door het college van B&W onge-
grond verklaard. Daarop gaat Harrie in beroep.
1. Leg uit welke bestuursrechter bevoegd is om in eerste aanleg over dit besluit te oordelen. Bespreek
ook, mocht het mogelijk zijn om daarna verder te procederen, bij welke instantie hoger beroep kan
worden ingesteld. (5 punten)
Op grond van artikel 8:1 jo. artikel 8:6, eerste lid van de Awb is de rechtbank absoluut bevoegd om in
eerste aanleg over het beroep tegen de naheffing parkeeraanslag te oordelen. Er is in casu geen bijzon-
dere bestuursrechter aangewezen in hoofdstuk 2 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (Bb)
voor de Verordening (...) parkeerbelastingen gemeente Groningen.
De relatieve competentie volgt uit artikel 8:7, eerste lid, van de Awb. De rechtbank in het rechtsgebied
waar het bestuursorgaan zijn zetel heeft, is bevoegd. In deze valt het college van B&W onder de in het
eerste lid genoemde bestuursorganen. Het betreft het college B&W van Groningen, daarom is rechtbank
Noord-Nederland bevoegd om over het beroep te oordelen (zie ook artikel. 9 van de Wet op de Rechter-
lijke indeling). Er is geen specifieke rechtbank aangewezen in hoofdstuk 3 van de Bb.
In hoger beroep is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegd, op grond van artikel
8:104 en 8:105 van de Awb. Er is geen ander rechtscollege aangewezen in hoofdstuk 4 van de Bb voor
de (lagere) wetgeving waarop het besluit is gebaseerd.
Puntenverdeling:
Absolute competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: noemen art. 8:1 j. 8:6 lid 1 Awb
• 0,5 punt: H2 Bb. niet van toepassing
Relatieve competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: art. 8:7 lid 1 Awb – besluit van een b.o. van een gemeente
• 0,5 punt: art. 8:7 lid 3 Awb / H3 Bb niet van toepassing
Conclusie 1e aanleg
• 1 punt: Rb Noord-Nederland is bevoegd.
Hoger beroep
• 0,5 punt: noemen art. 8:104 j. 8:105 Awb
• 0,5 punt: H4 Bb. niet van toepassing
• 1 punt: Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevoegd.
, NB: Bij deze vraag was niet expliciet vermeld dat een naheffing parkeerbelasting een belasting betreft
waarbij op grond van de Gemeentewet artikel 26 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) van
toepassing is. Dit hoefde dus niet bij de beantwoording te worden betrokken. Een aantal studenten heeft
dit wel gesignaleerd en in die gevallen is het gegeven antwoord conform het van toepassing zijn van
artikel 26 AWR beoordeeld zoals onderstaand:
De verordening parkeerbelasting gemeente Groningen is een belasting als bedoeld in art. 225 Gemeen-
tewet waarop art. 230 en 231 Gemeentewet van toepassing zijn. Dit betekent dat zij onder het regime
van art. 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) vallen. Op grond van art. 26 AWR is tegen een
‘ingevolge de belastingweg genomen besluit’ beroep bij de bestuursrechter mogelijk indien het gaat om
een voor bezwaar vatbare beschikking (art. 26 lid 1 sub b AWR). Dat is hier het geval. Op grond van
artikel 8:6, eerste lid van de Awb is de rechtbank absoluut bevoegd om in eerste aanleg over het beroep
tegen de naheffing parkeeraanslag te oordelen. Er is in casu geen bijzondere bestuursrechter aangewe-
zen in hoofdstuk 2 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (Bb) voor de Verordening (...) par-
keerbelastingen gemeente Groningen.
De relatieve competentie volgt uit artikel 8:7, eerste lid, van de Awb. De rechtbank in het rechtsgebied
waar het bestuursorgaan zijn zetel heeft, is bevoegd. In deze valt het college van B&W onder de in het
eerste lid genoemde bestuursorganen. Het betreft het college B&W van Groningen, daarom is rechtbank
Noord-Nederland bevoegd om over het beroep te oordelen. Er is geen specifieke rechtbank aangewezen
in hoofdstuk 3 van de Bb.
In hoger beroep is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegd, op grond van artikel
8:104 en 8:105 van de Awb., tenzij er een ander rechtscollege aangewezen in hoofdstuk 4 van de Bb.
Dat is hier het geval, in art. 12 Bb. is bepaald dat tegen besluiten die genomen zijn op grond van art. 26
AWR beroep openstaat bij een gerechtshof. Op basis van art. 8:105 lid 2 en art. 15 van de wet op de
Rechterlijke Indeling is in dit geval het Hof Arnhem-Leeuwarden bevoegd om kennis te nemen van het
hoger beroep.
Puntenverdeling:
Absolute competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: noemen art. 8:1 j. 8:6 lid 1 Awb
• 0,5 punt: H2 Bb. niet van toepassing
Relatieve competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: art. 8:7 lid 1 Awb – besluit van een b.o. van een gemeente
• 0,5 punt: art.8:7 lid 3 Awb / H3 Bb niet van toepassing
Conclusie 1e aanleg
• 1 punt: Rb Noord-Nederland is bevoegd.
Hoger beroep
• 0,5 ptn: noemen art. 8:104 j. 8:105 Awb
• 0,5 ptn: H4 Bb. wel van toepassing
• 1 punt: Hof Arnhem-Leeuwarden is bevoegd.
Lees onderstaande (veelgemaakte fouten) goed door (!):
Art. 8:7 lid 3 Awb
• Veruit de meeste studenten vergeten te kijken of art. 8:7 lid 3 Awb. van toepassing is (of schrijven
dit niet op). Uw antwoord is daarmee incompleet.
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
• De Wet Mulder (wahv) is niet van toepassing. U krijgt geen punten als u dit uitwerkt.
(Deze verkorte standaardantwoorden zijn een zo betrouwbaar mogelijke weergave van de juiste antwoorden op
de vragen van het tentamen. Niettemin kunt u geen rechten ontlenen aan eventuele onjuistheden)
Vraag 1
Harrie Groen uit de gemeente Bloemendaal (provincie Noord-Holland) heeft een belangrijke afspraak
bij DUO in de stad Groningen. Hoewel hij tijdig van huis is vertrokken, is hij aan de late kant door
diverse wegwerkzaamheden en files onderweg. Harrie heeft daarom het gaspedaal stevig ingetrapt en
heeft gemerkt dat hij minimaal twee keer is geflitst voor overschrijding van de maximumsnelheid.
Eenmaal in Groningen aangekomen, parkeert Harrie zijn auto snel op de eerste de beste vrije parkeer-
plaats. Wanneer hij terugkomt bij zijn auto ziet hij achter zijn voorruit een briefje met een parkeeraanslag
met naheffing van € 82,80 (op grond van art. 12 van de Verordening op de heffing en invordering van
parkeerbelastingen gemeente Groningen 2025). In zijn haast is Harrie vergeten het parkeergeld te vol-
doen. Harrie laat het er niet bij zitten en maakt tegen de parkeeraanslag tijdig en conform alle vereisten
bezwaar bij het college van B&W van Groningen. Het bezwaar wordt door het college van B&W onge-
grond verklaard. Daarop gaat Harrie in beroep.
1. Leg uit welke bestuursrechter bevoegd is om in eerste aanleg over dit besluit te oordelen. Bespreek
ook, mocht het mogelijk zijn om daarna verder te procederen, bij welke instantie hoger beroep kan
worden ingesteld. (5 punten)
Op grond van artikel 8:1 jo. artikel 8:6, eerste lid van de Awb is de rechtbank absoluut bevoegd om in
eerste aanleg over het beroep tegen de naheffing parkeeraanslag te oordelen. Er is in casu geen bijzon-
dere bestuursrechter aangewezen in hoofdstuk 2 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (Bb)
voor de Verordening (...) parkeerbelastingen gemeente Groningen.
De relatieve competentie volgt uit artikel 8:7, eerste lid, van de Awb. De rechtbank in het rechtsgebied
waar het bestuursorgaan zijn zetel heeft, is bevoegd. In deze valt het college van B&W onder de in het
eerste lid genoemde bestuursorganen. Het betreft het college B&W van Groningen, daarom is rechtbank
Noord-Nederland bevoegd om over het beroep te oordelen (zie ook artikel. 9 van de Wet op de Rechter-
lijke indeling). Er is geen specifieke rechtbank aangewezen in hoofdstuk 3 van de Bb.
In hoger beroep is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegd, op grond van artikel
8:104 en 8:105 van de Awb. Er is geen ander rechtscollege aangewezen in hoofdstuk 4 van de Bb voor
de (lagere) wetgeving waarop het besluit is gebaseerd.
Puntenverdeling:
Absolute competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: noemen art. 8:1 j. 8:6 lid 1 Awb
• 0,5 punt: H2 Bb. niet van toepassing
Relatieve competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: art. 8:7 lid 1 Awb – besluit van een b.o. van een gemeente
• 0,5 punt: art. 8:7 lid 3 Awb / H3 Bb niet van toepassing
Conclusie 1e aanleg
• 1 punt: Rb Noord-Nederland is bevoegd.
Hoger beroep
• 0,5 punt: noemen art. 8:104 j. 8:105 Awb
• 0,5 punt: H4 Bb. niet van toepassing
• 1 punt: Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevoegd.
, NB: Bij deze vraag was niet expliciet vermeld dat een naheffing parkeerbelasting een belasting betreft
waarbij op grond van de Gemeentewet artikel 26 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) van
toepassing is. Dit hoefde dus niet bij de beantwoording te worden betrokken. Een aantal studenten heeft
dit wel gesignaleerd en in die gevallen is het gegeven antwoord conform het van toepassing zijn van
artikel 26 AWR beoordeeld zoals onderstaand:
De verordening parkeerbelasting gemeente Groningen is een belasting als bedoeld in art. 225 Gemeen-
tewet waarop art. 230 en 231 Gemeentewet van toepassing zijn. Dit betekent dat zij onder het regime
van art. 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) vallen. Op grond van art. 26 AWR is tegen een
‘ingevolge de belastingweg genomen besluit’ beroep bij de bestuursrechter mogelijk indien het gaat om
een voor bezwaar vatbare beschikking (art. 26 lid 1 sub b AWR). Dat is hier het geval. Op grond van
artikel 8:6, eerste lid van de Awb is de rechtbank absoluut bevoegd om in eerste aanleg over het beroep
tegen de naheffing parkeeraanslag te oordelen. Er is in casu geen bijzondere bestuursrechter aangewe-
zen in hoofdstuk 2 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (Bb) voor de Verordening (...) par-
keerbelastingen gemeente Groningen.
De relatieve competentie volgt uit artikel 8:7, eerste lid, van de Awb. De rechtbank in het rechtsgebied
waar het bestuursorgaan zijn zetel heeft, is bevoegd. In deze valt het college van B&W onder de in het
eerste lid genoemde bestuursorganen. Het betreft het college B&W van Groningen, daarom is rechtbank
Noord-Nederland bevoegd om over het beroep te oordelen. Er is geen specifieke rechtbank aangewezen
in hoofdstuk 3 van de Bb.
In hoger beroep is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegd, op grond van artikel
8:104 en 8:105 van de Awb., tenzij er een ander rechtscollege aangewezen in hoofdstuk 4 van de Bb.
Dat is hier het geval, in art. 12 Bb. is bepaald dat tegen besluiten die genomen zijn op grond van art. 26
AWR beroep openstaat bij een gerechtshof. Op basis van art. 8:105 lid 2 en art. 15 van de wet op de
Rechterlijke Indeling is in dit geval het Hof Arnhem-Leeuwarden bevoegd om kennis te nemen van het
hoger beroep.
Puntenverdeling:
Absolute competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: noemen art. 8:1 j. 8:6 lid 1 Awb
• 0,5 punt: H2 Bb. niet van toepassing
Relatieve competentie eerste aanleg
• 0,5 punt: art. 8:7 lid 1 Awb – besluit van een b.o. van een gemeente
• 0,5 punt: art.8:7 lid 3 Awb / H3 Bb niet van toepassing
Conclusie 1e aanleg
• 1 punt: Rb Noord-Nederland is bevoegd.
Hoger beroep
• 0,5 ptn: noemen art. 8:104 j. 8:105 Awb
• 0,5 ptn: H4 Bb. wel van toepassing
• 1 punt: Hof Arnhem-Leeuwarden is bevoegd.
Lees onderstaande (veelgemaakte fouten) goed door (!):
Art. 8:7 lid 3 Awb
• Veruit de meeste studenten vergeten te kijken of art. 8:7 lid 3 Awb. van toepassing is (of schrijven
dit niet op). Uw antwoord is daarmee incompleet.
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
• De Wet Mulder (wahv) is niet van toepassing. U krijgt geen punten als u dit uitwerkt.