Inhoud
ABCDE.....................................................................................................................................................1
Klinisch redeneren..................................................................................................................................3
ASA-classificatie......................................................................................................................................4
Farmacologie..........................................................................................................................................5
Infuusvloeistoffen...................................................................................................................................6
Inleiding
ABCDE
De primaire onderzoeksfase beschrijven.
De eerste fase waarin je direct levensbedreigende aandoeningen op een systematische wijze
identificeert en behandelt. Hierbij kan aanvullend onderzoek gebruikt worden. De vitale functies
moeten onder controle zijn om naar de volgende fase te kunnen. Hiervoor kun je de ABCDE
methodiek gebruiken.
De secundaire onderzoeksfase beschrijven.
Resterende letsels en aandoeningen in kaart brengen. Anamnese en lichamelijk onderzoek staan in
deze fase centraal. Meer onderzoek in detail. Andere dingen: documentatie, differentiaal diagnose,
behandeling bepalen, comfort bieden. Belangrijke gegevens verzamelen door middel van AMPLE:
Allergieën, medicatie, privious diseases (voorgeschiedenis) last meal, event.
Lichamelijk onderzoek:
- Hoofd: bloed, oedemen, hematomen, wonden, asymmetrie, pijn, crepitaties, botfragmenten
- Ogen: pupilreactie, brilhematoom, visus/gezichtsvermogen, oedeem, bloeding, compressie,
pijn, onregelmatigheden, crepitatie
- Mond/neus/oor: obstructie, infectie, losse tanden, scheve mond, bloedverlies, liquorverlies,
- Nek/hals: stuwing halsvenen, excorciaties, oedemen, hematomen, wonden, bloed, trachea,
subcutaan emfyseem, pijn
- Thorax: diepte, frequentie, symmetrie, hulpademhalingsspieren, oedemen, hematomen,
wonden, bloed, losse botfragmenten, ademgeruis, harttonen, subcutaan emfyseem, pijn,
crepitaties
- Abdomen: buikcountouren, oedemen, hematomen, wonden, bloed, vierbuikkwadranten op
peristaltiek (drukpijn/loslaatpijn, weerstanden, massa’s, soepel/gespannen)
- Bekken: bloedverlies, incontinentie, hematurie
- Extremiteiten: stand, excoriaties, oedemen, hematomen, wonden, bloed, huidskleur,
motoriek, bewegelijkheid, sensibiliteit, temperatuur
De observatiepunten in de verschillende fasen benoemen.
Kijken: zonder hulpmiddel. Evt. spatel of lampje
Luisteren: evt. met stethoscoop of dmv percussie
Voelen:
- Luchtstroom (passage van lucht)
- Beweging (ademhaling, symetrie)
- Abnormale consistentie (subcutaan emfyseem)
- Temperatuur van de huid
- Afwijkende vorm of beweeglijkheid (fracturen)
1
, - Pijn bij palpatie
Monitoren: eigenlijk kunnen alle observaties zonder apparatuur, maar voor details wel handig.
Noodzakelijke interventies: gericht op het behandelen van acute levensbedreigende aandoeningen
of het voorkomen van verdere verslechtering. Altijd evalueren.
Aanvullend onderzoek: meestal pas in de secundaire fase.
Wanneer de toestand van de patiënt tijdens de primary survey veranderd is het belangrijk om
opnieuw de ABCDE te doen.
De verpleegkundige interventies in de verschillende fasen benoemen
Airway
- Kijken: bewustzijn controleren door aanspreken, kijk naar uitwendige en inwendige zichtbare
oorzaken van mogelijke obstructie zoals letsel rond de trachea, zwelling rond de trachea,
braaksel, voorkeurshouding, losse tanden, bloed of corpus alienum. Gaat de thorax op en
neer?
- Luisteren: stridor (inspiratoir: bovenste luchtwegen, expiratoir: lage luchtwegen), snurken,
rochelen, afwijkende stem.
- Voelen: luchtverplaatsing via de mond, controleren op botbreuken.
- Interventies: juiste houding, manueel vrijmaken luchtweg, uitzuigen. Dit kan dmv. Head tilt
chin lift of de jaw trust (bij verdenking letsel CWK). Een andere optie is een orofaryngeale
tube: mayo of guedel. Dit doen we alleen bij patiënten waar het bewustzijn is gedaald. De
maat kies je door de lengte van mondhoek tot de externe opening van de gehoorgang. Deze
breng je in met de holle kant naar boven. Tot deze tegen het harde gedeelte aanstoot. Dan
draai je hem 180 graden en schuift hem op tot de lippen.
Breathing
- Kijken: ademhaling, thoraxexcursies, cyanose, ademhalingsspieren, ademhalingsfrequentie,
stuwing halsvenen (v. jugularis), beschadiging thoraxwand, positie trachea
- Luisteren: stridor, kreunen, snurken, ademgeruis
- Voelen: ademexcursies, stabiliteit en integriteit weke en benige delen van de thoraxwand,
subcutaan emfyseem, positie van de trachea.
- Monitoring: ademfrequentie, pulsoximeter
- Interventies: zitten, zuurstof geven, ondersteunen ademhaling met masker-ballon,
vernevelen (bij astma en COPD), intubatie, drain bij pneumothorax, naald in 5 e
interconstaalruimte midaxillair.
- Aanvullend onderzoek: X-thorax, ABG
Circulation
- Kijken: halsvenen, huidskleur, grote externe bloedingen, capillaire refill, slijmvliezen
(dehydratie)
2
ABCDE.....................................................................................................................................................1
Klinisch redeneren..................................................................................................................................3
ASA-classificatie......................................................................................................................................4
Farmacologie..........................................................................................................................................5
Infuusvloeistoffen...................................................................................................................................6
Inleiding
ABCDE
De primaire onderzoeksfase beschrijven.
De eerste fase waarin je direct levensbedreigende aandoeningen op een systematische wijze
identificeert en behandelt. Hierbij kan aanvullend onderzoek gebruikt worden. De vitale functies
moeten onder controle zijn om naar de volgende fase te kunnen. Hiervoor kun je de ABCDE
methodiek gebruiken.
De secundaire onderzoeksfase beschrijven.
Resterende letsels en aandoeningen in kaart brengen. Anamnese en lichamelijk onderzoek staan in
deze fase centraal. Meer onderzoek in detail. Andere dingen: documentatie, differentiaal diagnose,
behandeling bepalen, comfort bieden. Belangrijke gegevens verzamelen door middel van AMPLE:
Allergieën, medicatie, privious diseases (voorgeschiedenis) last meal, event.
Lichamelijk onderzoek:
- Hoofd: bloed, oedemen, hematomen, wonden, asymmetrie, pijn, crepitaties, botfragmenten
- Ogen: pupilreactie, brilhematoom, visus/gezichtsvermogen, oedeem, bloeding, compressie,
pijn, onregelmatigheden, crepitatie
- Mond/neus/oor: obstructie, infectie, losse tanden, scheve mond, bloedverlies, liquorverlies,
- Nek/hals: stuwing halsvenen, excorciaties, oedemen, hematomen, wonden, bloed, trachea,
subcutaan emfyseem, pijn
- Thorax: diepte, frequentie, symmetrie, hulpademhalingsspieren, oedemen, hematomen,
wonden, bloed, losse botfragmenten, ademgeruis, harttonen, subcutaan emfyseem, pijn,
crepitaties
- Abdomen: buikcountouren, oedemen, hematomen, wonden, bloed, vierbuikkwadranten op
peristaltiek (drukpijn/loslaatpijn, weerstanden, massa’s, soepel/gespannen)
- Bekken: bloedverlies, incontinentie, hematurie
- Extremiteiten: stand, excoriaties, oedemen, hematomen, wonden, bloed, huidskleur,
motoriek, bewegelijkheid, sensibiliteit, temperatuur
De observatiepunten in de verschillende fasen benoemen.
Kijken: zonder hulpmiddel. Evt. spatel of lampje
Luisteren: evt. met stethoscoop of dmv percussie
Voelen:
- Luchtstroom (passage van lucht)
- Beweging (ademhaling, symetrie)
- Abnormale consistentie (subcutaan emfyseem)
- Temperatuur van de huid
- Afwijkende vorm of beweeglijkheid (fracturen)
1
, - Pijn bij palpatie
Monitoren: eigenlijk kunnen alle observaties zonder apparatuur, maar voor details wel handig.
Noodzakelijke interventies: gericht op het behandelen van acute levensbedreigende aandoeningen
of het voorkomen van verdere verslechtering. Altijd evalueren.
Aanvullend onderzoek: meestal pas in de secundaire fase.
Wanneer de toestand van de patiënt tijdens de primary survey veranderd is het belangrijk om
opnieuw de ABCDE te doen.
De verpleegkundige interventies in de verschillende fasen benoemen
Airway
- Kijken: bewustzijn controleren door aanspreken, kijk naar uitwendige en inwendige zichtbare
oorzaken van mogelijke obstructie zoals letsel rond de trachea, zwelling rond de trachea,
braaksel, voorkeurshouding, losse tanden, bloed of corpus alienum. Gaat de thorax op en
neer?
- Luisteren: stridor (inspiratoir: bovenste luchtwegen, expiratoir: lage luchtwegen), snurken,
rochelen, afwijkende stem.
- Voelen: luchtverplaatsing via de mond, controleren op botbreuken.
- Interventies: juiste houding, manueel vrijmaken luchtweg, uitzuigen. Dit kan dmv. Head tilt
chin lift of de jaw trust (bij verdenking letsel CWK). Een andere optie is een orofaryngeale
tube: mayo of guedel. Dit doen we alleen bij patiënten waar het bewustzijn is gedaald. De
maat kies je door de lengte van mondhoek tot de externe opening van de gehoorgang. Deze
breng je in met de holle kant naar boven. Tot deze tegen het harde gedeelte aanstoot. Dan
draai je hem 180 graden en schuift hem op tot de lippen.
Breathing
- Kijken: ademhaling, thoraxexcursies, cyanose, ademhalingsspieren, ademhalingsfrequentie,
stuwing halsvenen (v. jugularis), beschadiging thoraxwand, positie trachea
- Luisteren: stridor, kreunen, snurken, ademgeruis
- Voelen: ademexcursies, stabiliteit en integriteit weke en benige delen van de thoraxwand,
subcutaan emfyseem, positie van de trachea.
- Monitoring: ademfrequentie, pulsoximeter
- Interventies: zitten, zuurstof geven, ondersteunen ademhaling met masker-ballon,
vernevelen (bij astma en COPD), intubatie, drain bij pneumothorax, naald in 5 e
interconstaalruimte midaxillair.
- Aanvullend onderzoek: X-thorax, ABG
Circulation
- Kijken: halsvenen, huidskleur, grote externe bloedingen, capillaire refill, slijmvliezen
(dehydratie)
2