Stappenplan aanmerkelijk belang art. 4.1 IB(box 2- hoofdstuk 4)
Stap 1. Heb je aanmerkelijk belang?
Stap 1a. Art. 4.6 IB: jij hebt of samen met jouw partner (LET OP ART. 5A AWR EN ART. 1.2
IB) heb jij 5% van de aandelen. Is hieraan voldaan, dan je hebt aanmerkelijk belang door
naar stap 2. Is hier niet aan voldaan dan ga je door naar stap 1b.
Stap 1b. Art. 4.10 IB Meetrekregeling: Heeft iemand in de rechte lijn wel aanmerkelijk
belang, dan heb jij als natuurlijke persoon ook aanmerkelijk belang. Dus jij hebt maar 3%,
dan heb je geen aanmerkelijk belang op grond van art. 4.6 IB. Heeft jouw moeder 6% van
de aandelen van dezelfde aandelen, dan heb jij op grond van art. 4.10 Ib ook
aanmerkelijk belang. Let op: je moet zelf aandelen hebben en rechte lijn (moeder, oma
etc geen broer/ zus). Dan ga je door naar stap 2. Is hier niet aan voldaan, dan kan je
stoppen en is er geen sprake van aanmerkelijk belang.
Stap 1c. Art. 4.9 IB meesleepregeling: als jij aanmerkelijk belang hebt op grond van art.
4.6 IB. En je hebt daarnaast nog 3% van de winstbewijzen dan worden die winstbewijzen
ook als aanmerkelijk belang aangemerkt. En ga je door naar stap 2. Heb je überhaupt
geen aanmerkelijk belang dan kan je dit eigenlijk meteen vergeten.
Stap 2. Object, wat wordt er belast.
Er is vastgesteld dat je aanmerkelijk belang hebt, dus nu de vraag wat wordt er belast.
Stap 2a. centrale bepaling (BEGIN HIERR) art. 4.12 IB: inkomen uit aanmerkelijk belang is
reguliere voordelen en voordelen van vervreemding. Deze voordelen zijn dus het object
en worden belast.
In deze stap stel je de vraag of er sprake is van een reguliere voordeel of een
vervreemdingsvoordeel?
Reguliere voordeel: ontvangen dividend. Je moet dan alleen naar art. 4.15 IB kijken voor
de kosten van regulieren voordelen die je dus van de regulieren voordelen kan aftrekken
(voorbeeld: provisiekosten bank voor inning dividend). Gaat het enkel om dividend dan
ben je bij deze stap klaar, dividend is het object en dat wordt belast. Door naar stap 3.
Vervreemdingsvoordeel: Opbrengst van verkoop. Gaat het ook om of alleen om ruil,
schenking oid, dan ga je door naar stap 2b. Gaat het enkel om verkoop dan kan je door
naar stap 2c.
Stap 2b. Fictieve vervreemding art. 4.16 IB: niet alleen verkoop is vervreemding, maar
ook ruil & schenking en dat leidt dus tot vervreemdingsvoordeel. Dit is dus een
uitbreiding van vervreemding art. 4.12 IB.
Je weet nu dat er sprake is van een vervreemding, omdat een aandeel is bijvoorbeeld is
geschonken, maar wat is dan het vervreemdingsvoordeel stap 2c.
Stap 2c. Omvang vervreemdingsvoordeel art. 4.19 IB: overdrachtsprijs – verkrijgingsprijs.
Art. 4.20 overdrachtsprijs
Art. 4.21 verkrijgingsprijs
LETOP: ingeval van schenking of een niet zakelijke prijs, art. 4.22 IB, wordt de zakelijke
prijs wordt gehanteerd!
Nu zou je in principe klaar zijn en weten welk bedrag van het aanmerkelijk belang wordt
belast, maar als er ergens geld valt te halen dan melken we het uit. Dus ga je door,
eigenlijk moet dit de eerste vraag zijn die je jezelf stelt. Hoeveel % van de aandelen blijft
erover na verkoop? Is dit meer dan 5% dan heeft diegene nog aanmerkelijk belang. Heeft
diegene na verkoop minder dan 5% dan ben je niet klaar en ga je door naar stap 2d.
Stap 2d. Geen aanmerkelijk belang na vervreemding- Fictieve vervreemding, art. 4.16 lid
1 onder g IB.
Alle aandelen worden geacht te zijn verkocht als je na verkoop geen aanmerkelijk belang
meer hebt. Dus in deze stap bereken je het verveemdingsvoordeel (stap 2c) van de
overige aandelen. Deze aandelen worden dus niet echt verkocht maar je moet er wel
Stap 1. Heb je aanmerkelijk belang?
Stap 1a. Art. 4.6 IB: jij hebt of samen met jouw partner (LET OP ART. 5A AWR EN ART. 1.2
IB) heb jij 5% van de aandelen. Is hieraan voldaan, dan je hebt aanmerkelijk belang door
naar stap 2. Is hier niet aan voldaan dan ga je door naar stap 1b.
Stap 1b. Art. 4.10 IB Meetrekregeling: Heeft iemand in de rechte lijn wel aanmerkelijk
belang, dan heb jij als natuurlijke persoon ook aanmerkelijk belang. Dus jij hebt maar 3%,
dan heb je geen aanmerkelijk belang op grond van art. 4.6 IB. Heeft jouw moeder 6% van
de aandelen van dezelfde aandelen, dan heb jij op grond van art. 4.10 Ib ook
aanmerkelijk belang. Let op: je moet zelf aandelen hebben en rechte lijn (moeder, oma
etc geen broer/ zus). Dan ga je door naar stap 2. Is hier niet aan voldaan, dan kan je
stoppen en is er geen sprake van aanmerkelijk belang.
Stap 1c. Art. 4.9 IB meesleepregeling: als jij aanmerkelijk belang hebt op grond van art.
4.6 IB. En je hebt daarnaast nog 3% van de winstbewijzen dan worden die winstbewijzen
ook als aanmerkelijk belang aangemerkt. En ga je door naar stap 2. Heb je überhaupt
geen aanmerkelijk belang dan kan je dit eigenlijk meteen vergeten.
Stap 2. Object, wat wordt er belast.
Er is vastgesteld dat je aanmerkelijk belang hebt, dus nu de vraag wat wordt er belast.
Stap 2a. centrale bepaling (BEGIN HIERR) art. 4.12 IB: inkomen uit aanmerkelijk belang is
reguliere voordelen en voordelen van vervreemding. Deze voordelen zijn dus het object
en worden belast.
In deze stap stel je de vraag of er sprake is van een reguliere voordeel of een
vervreemdingsvoordeel?
Reguliere voordeel: ontvangen dividend. Je moet dan alleen naar art. 4.15 IB kijken voor
de kosten van regulieren voordelen die je dus van de regulieren voordelen kan aftrekken
(voorbeeld: provisiekosten bank voor inning dividend). Gaat het enkel om dividend dan
ben je bij deze stap klaar, dividend is het object en dat wordt belast. Door naar stap 3.
Vervreemdingsvoordeel: Opbrengst van verkoop. Gaat het ook om of alleen om ruil,
schenking oid, dan ga je door naar stap 2b. Gaat het enkel om verkoop dan kan je door
naar stap 2c.
Stap 2b. Fictieve vervreemding art. 4.16 IB: niet alleen verkoop is vervreemding, maar
ook ruil & schenking en dat leidt dus tot vervreemdingsvoordeel. Dit is dus een
uitbreiding van vervreemding art. 4.12 IB.
Je weet nu dat er sprake is van een vervreemding, omdat een aandeel is bijvoorbeeld is
geschonken, maar wat is dan het vervreemdingsvoordeel stap 2c.
Stap 2c. Omvang vervreemdingsvoordeel art. 4.19 IB: overdrachtsprijs – verkrijgingsprijs.
Art. 4.20 overdrachtsprijs
Art. 4.21 verkrijgingsprijs
LETOP: ingeval van schenking of een niet zakelijke prijs, art. 4.22 IB, wordt de zakelijke
prijs wordt gehanteerd!
Nu zou je in principe klaar zijn en weten welk bedrag van het aanmerkelijk belang wordt
belast, maar als er ergens geld valt te halen dan melken we het uit. Dus ga je door,
eigenlijk moet dit de eerste vraag zijn die je jezelf stelt. Hoeveel % van de aandelen blijft
erover na verkoop? Is dit meer dan 5% dan heeft diegene nog aanmerkelijk belang. Heeft
diegene na verkoop minder dan 5% dan ben je niet klaar en ga je door naar stap 2d.
Stap 2d. Geen aanmerkelijk belang na vervreemding- Fictieve vervreemding, art. 4.16 lid
1 onder g IB.
Alle aandelen worden geacht te zijn verkocht als je na verkoop geen aanmerkelijk belang
meer hebt. Dus in deze stap bereken je het verveemdingsvoordeel (stap 2c) van de
overige aandelen. Deze aandelen worden dus niet echt verkocht maar je moet er wel