Inhoudsopgave
Colleges........................................................................................................ 2
Boek Dustin Kidd..........................................................................................40
Artikelen...................................................................................................... 60
, Colleges
College 1
De sociaal-culturele benadering:
Neemt de sociale context waarin media functioneren in overweging
Houdt rekening met de verbindende kracht van media
Visie op media en hun inhoud: (re)productie van kennis, levensoriëntaties én als bron
van cultureel geheugen
Wordt ook wel cohesieve (cohesive) of rituele communicatie genoemd
Symbolisch interactionisme
= een theoretisch perspectief en belangrijk denkkader binnen de sociologische theorie. Dit
perspectief is gebaseerd op de symbolische betekenissen die mensen ontwikkelen en verder
opbouwen tijdens sociale interactie.
- Analyseert de samenleving door zich te richten op de subjectieve betekenissen die
mensen toekennen aan objecten, gebeurtenissen en gedragingen samenleving
dus sociaal geconstrueerd door menselijke interpretatie
o Mensen interpreteren elkaars gedrag, en juist die interpretaties vormen de
sociale band. Deze interpretaties heten de “definitie van de situatie”
Drie kernpunten:
Mensen handelen ten opzichte van
dingen op basis van de betekenis die zij
aan die dingen toekennen
De betekenis van zulke dingen is
afkomstig van, of ontstaat uit, de sociale
interactie die men met anderen en de
samenleving heeft (betekenis is dus niet
statisch, maar voortdurend in
ontwikkeling)
Deze betekenissen worden gehanteerd
en aangepast via een interpretatief
proces dat door het individu wordt
gebruikt om om te gaan met de dingen
die hij/zij tegenkomt
Voorbeeld roken:
Jongeren die toch roken, ondanks bewustzijn risico’s. De symbolische betekenissen die aan
roken verbonden zijn (stoer, rebellie, erbij horen) zijn krachtig genoeg om de rationele
bezwaren te overschrijven.
Aspecten van hoe we kijken naar het bestuderen van cultuur:
Symbolisch interactionistisch perspectief
, Rituele communicatie: media zijn verbonden met ons leven en dagelijks gedrag:
gewoontes, routines én speciale gelegenheden.
o Voorbeeld: NOS-journaal om acht uur of uitzending herdenking 4 mei.
Cohesieve communicatie: binding of een gevoel van saamhorigheid is een
onzichtbaar resultaat van communicatie (het communiceert een gevoel van ‘ons’ of
‘wij’). Het idee is dat media ons verbinden.
o Voorbeeld: Nederlands elftal is ‘wij’ en niet enkel het team, mensen uit een
bepaalde provincie of mensen die tegen zwarte piet zijn.
Ritueel en cohesief hebben beide: gedeelde betekenissen, symbolen, een gedeeld en
vaak niet-vragend wereldbeeld.
Transmissie of ritueel perspectief (Carey)
- Transmissionele benadering:
Communicatie is het overbrengen van signalen of boodschappen over een afstand
met als doel controle. Zender boodschap naar ontvanger in de hoop dat
mensen die boodschap daadwerkelijk zien en dat ze overtuigd raken (Laswell: who
says what in which channel to whom and with what effect?)
o Begrippen: meedelen, versturen, overbrengen, of informatie aan anderen
geven
- Rituele benadering:
Communicatie is hierbij niet gericht op het overdragen van informatie, maar op het in
stand houden van de samenleving in de tijd (vertegenwoordigen van gedeelde
overtuigingen). Gaat niet over het beïnvloeden of over communicatie als een lineair
proces. Het gaat om saamhorigheid, cultuur, gedeelde betekenissen.
o Begrippen: delen, participatie, verbondenheid, gemeenschap, en het bezitten
van een gemeenschappelijk geloof
Cultuur als gedeelde betekenis
Kern van cultuur = gedeelde betekenis.
- Sommige betekenissen liggen redelijk vast en zijn moeilijk te veranderen; andere
staan constant ter discussie.
- Cultuur wordt geproduceerd binnen gezinnen, buurten, scholen en kerken – en ook
door de entertainmentindustrie. Massamedia overspoelen ons met verhalen over de
menselijke ervaring, en elk verhaal bevat een claims over wat de wereld betekent
Alles wat we delen maakt ons tot een groep binnen een cultuur
- Voorbeeld: Brightspace, mensen die niet studeren hebben echt geen idee wat dat
inhoudt
Voorbeeld: Beyoncé’s country-album
Culturele uitingen roepen veel verschillende reacties op bij mensen die elk hun eigen
gedeelde betekenissen hebben over hoe dingen zouden moeten zijn of voelen, zoals hoe
‘country’ of juist Beyoncé zou moeten klinken.
Wat is cultuur?
Cultuur = de uitgedrukte en gedeelde waarden, houdingen, overtuigingen en praktijken van
een sociale groep, organisatie of instelling.
, - Omvat alles wat mensen hebben, denken en doen – zoals grappen, opvoeding,
taalgebruik, enzovoort.
Cultuur heeft twee lagen:
- Zichtbare (manifeste) laag: dingen
die je kunt zien, zoals hoe we eten,
ons gedragen, de muziek die we
luisteren.
o Aspecten waarin
Nederlandse cultuur
verschilt: fietsen, kaas,
hagelslag, windmolens
- Onzichtbare (latente) laag: dingen
die je niet ziet, maar die sterk
geïnternaliseerd zijn. Wat we
geloven, zoals normen,
verwachtingen, waarden,
enzovoort.
o Aspecten waarin de
Nederlandse cultuur
verschilt: de directheid,
overtuigingen over hoe we onze kinderen opvoeden
Voorbeeld: video over ontbijt dat sterk verschilt per land
→ Kortom: cultuur is wat we delen.
De drieledige relatie tussen mens en cultuur (Berger en Luckmann):
Cultuur is door de mens gemaakt, maar is er al op het moment dat wij geboren worden —
en we maken het tot een deel van onszelf. Deze relatie en hoe wij deel van cultuur worden
wordt gevormd en verklaard door drie processen:
1. Cultuur is een menselijk, historisch product
→ Externalisatie: het ‘naar buiten brengen’ van oplossingen in handelen voor
problemen uit het verleden
2. Cultuur is een objectieve realiteit buiten ons
→ Objectivatie: we worden geboren in een wereld waarin cultuur en instituties al
bestaan
3. Cultuur is een subjectieve realiteit in onszelf
→ Internalisatie: culturele feiten worden geïnternaliseerd; we socialiseren in de
bestaande cultuur en nemen het wereldbeeld ervan over
Cultuur is wij: in ons, buiten ons en door ons.
PARADOX: een dialectisch proces tussen mensen en cultuur.
Cultuur in verandering – voorbeeld: het huwelijk als culturele institutie
Het huwelijk was oorspronkelijk een oplossing voor een oud probleem. Het was een
praktische regeling zodat mensen de kinderen als ‘hun’ kinderen konden erkennen.
Externalisatie: duurzame verbintenis, gericht op het legitimeren van kinderen door
een vrouw aan één man te binden
, Objectivatie: verandert in een institutie met eigen formele regels, normen, plichten
en verwachtingen
Internalisatie: verwachtingspatroon in onze samenleving dat als je lang samen bent,
er van je verwacht wordt dat je gaat settelen en trouwt – om samen te leven en
‘legitieme’ kinderen te krijgen
Cultuur in gesprek met zichzelf: cultuur in verandering
Voorbeeld: het ideale lichaam
Media helpen dit beeld te verspreiden, waardoor we onze eigen lichamen als ‘onvoldoende’
gaan zien Cultuur is in gesprek met zichzelf over wat het ideale lichaam is.
Het huwelijk verandert ook:
Mannen kunnen met mannen trouwen
Ouderschap is niet meer exclusief verbonden aan heteroseksuele relaties
Meer nadruk op zelfontplooiing in plaats van ‘een stel zijn’
Dus nieuwe relatievormen = culturele verandering
De drie processen komen er dan zo uit te zien:
- Cultuur is een menselijk, historisch product
(Externalisatie: elke huwelijksceremonie fungeert als een bekrachtiging van het
belang van het huwelijk als culturele institutie. Elke scheiding of alternatieve
relatievorm vormt een ondermijning van datzelfde instituut.)
- Culturele feiten worden een objectieve realiteit
(Objectivatie: veranderingen in de realiteit rondom het huwelijk → normalisering van
echtscheiding, relatietherapie, niet trouwen, enz.)
- Culturele feiten vormen een perspectief op de realiteit dat wordt geïnternaliseerd
(door alle leden van een cultuur)
(Internalisatie: via socialisatie internaliseren mensen de normen en ideeën rond het
huwelijk als dé, of juist totaal niet, ultieme relatievorm.)
Kortom: cultuur verandert! Het is niet statisch.
Redenen waarom cultuur verandert
Interne conflicten in wereldbeelden: “Heteroseksualiteit is normaal” vs. “Alle
seksuele oriëntaties zijn normaal”
Oplossingen van vorige generaties werken niet meer: bijvoorbeeld het huwelijk als
enige relatievorm
Concurrentie van andere modellen: bijvoorbeeld monogamie vs. polyamorie
Gewoontevorming
Gewoontes ontstaan over tijd en vormen ook culturele regels. Logische gewoontes zijn
verankerd, bijvoorbeeld in verkeer (links rijden in Engeland).
→ Institutionalisering: het in stand houden van de realiteit.
Modellen van cultuur en gedrag
Reproduction of culture: de drieledige relatie tussen mens en cultuur
o Gedrag → Externalisatie
, o Cultuur als kennisreservoir → Objectivatie
o Cultuur als subjectieve realiteit → Internalisatie
Cultural dynamism: cultuur verandert in de tijd
→ Gedrag in tijd 1 versus tijd 2: nu gebruiken we afkortingen zoals “omg”, “lol”,
“lmao”, vijftig jaar geleden niet
Cultural plurality: er kunnen meerdere vormen van cultuur naast elkaar bestaan,
zoals religie dat ook heeft
Media en cultuur
- Media weerspiegelen wat we als cultuur delen in de breedste zin van het woord (en
daarmee wie we zijn).
- Media functioneren als een platform van mogelijkheden en soms zelfs als
een katalysator/platform voor culturele verandering.
o Voorbeeld: discussies rond #MeToo nadat beschuldigingen werden geuit
- Media binden ons en geven ons opwinding – ook als we er niet bij zijn
(bv. turnwedstrijd Epke Zonderland)
- Media bieden ruimte voor verschillende perspectieven
, College 2
Wat is socialisatie?
Voorbeelden:
- Puppy’s → blootstellen aan verschillende situaties zodat het goed opgroeit
- Rijlessen → je wordt blootgesteld aan allerlei situaties zodat je leert hoe je ermee om
moet gaan en een bekwame bestuurder wordt
Socialisatie = het aanleren van de normen en overtuigingen van onze samenleving
= het proces van passen binnen of deel worden van een cultuur
Meer specifiek: socialisatie is het proces waardoor mensen leren om bekwame leden van
een samenleving te worden. Het beschrijft hoe mensen leren om:
De normen en verwachtingen van een samenleving te begrijpen
De overtuigingen van de samenleving te accepteren
Zich bewust te worden van de maatschappelijke waarden
Wat gebeurt er als je niet gesocialiseerd bent?
Misverstanden
Moeite met sociale context begrijpen
Voorbeeld: kinderen van Ruinerwold: waren geïsoleerd van de wereld. Niet per se niet-
gesocialiseerd, maar wél op een andere manier.
Studies met apen
Vanuit evolutionair psychologisch perspectief: Waarom zijn mensen zoals ze zijn?
Apen werden bij hun moeders weggehaald en in een experimentele setting geplaatst:
o Aan de ene kant een voedende buis
o Aan de andere kant een knuffelachtige, zachte ‘moeder’
Resultaat: ze gingen naar de comfortabele pluchen moeder, maar gingen ook eten bij
de buis
Conclusie: onze behoefte aan comfort/verbondenheid is net zo groot als onze behoefte aan
voedsel Comfort = sociale verbondenheid
Hoe weten we wie we zijn?
Als we geboren worden, hebben we een genetische basis en biologische kenmerken,
maar wie we als mens worden, ontwikkelt zich door sociale interactie Nature vs. Nurture
- Veel theorieen over: The Looking Glass Self = Andere mensen spiegelen wie jij bent
(“Wat ben jij creatief, wat leuk om te zien” → dan leer je dat dat iets positiefs is)
o Je leert van hoe anderen over jou denken
o Je past je gedrag daarop aan
Theorie van het sociale zelf (Mead)
Het zelf bestaat uit het “ik” (I) en het “mij” (me)
- Het ‘I’ = het deel van het zelf dat uit eigen initiatief handelt of reageert op de
georganiseerde houdingen van anderen.
- Het ‘me’ = het deel van het zelf waarin iemand de georganiseerde houdingen van
anderen ten opzichte van het zelf herkent. Het is wie we zijn in de ogen van anderen:
onze rollen, onze persoonlijkheden, onze publieke persona’s.
,Er is sprake van een intern en extern proces, zoals hierboven bij het me en I.
- De theorie is gebaseerd op het idee dat ‘het zelf’ ontstaat uit sociale interacties –
zoals het observeren van anderen, het reageren op hoe anderen over jou denken, en
het internaliseren van zowel externe meningen als interne gevoelens over jezelf.
Het sociale aspect van het zelf is een belangrijk onderscheid, omdat andere sociologen en
psychologen in de tijd van Mead ervan uitgingen dat ‘het zelf’ gebaseerd was op biologische
factoren en erfelijke eigenschappen.
Volgens Mead is ‘het zelf’ niet aangeboren, maar ontwikkelt het zich in de loop van de tijd
door sociale ervaringen en activiteiten.
Me = nurture (opvoeding, omgeving)
I = nature (aangeboren, natuurlijke neigingen)
Vier fasen van socialisatie bij kinderen:
- Preparatory stage: het kind imiteert: zij doen dit, dus ik doe het ook
- Play stage: het kind probeert allerlei verschillende rollen uit die het om zich heen
ziet, maar er is nog niet echt sprake van interactie. Kind kan snel van rol wisselen.
- Game stage: kinderen beginnen te leren hoe het gedrag van de één invloed heeft op
de ander, en het wordt meer een soort dialoog: bijvoorbeeld "vadertje en
moedertje" spelen. Een soort gesprek van acties en reacties.
- Generalized other: het kind leert dat er mensen zijn in hun leven met normen en
standaarden (bijvoorbeeld: “niet met je eten spelen, dat hoort niet”).
Kohlberg’s morele ontwikkelingsfasen
= leren om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden
- Preconventioneel niveau
o Straf en gehoorzaamheid
Goed en fout worden bepaald door wat bestraft wordt. Als je op je kop krijgt
voor stelen, dan is stelen dus verkeerd.
o Instrumenteel – relativistisch
Vergelijkbaar, maar nu wordt goed en fout bepaald door waar je voor
beloond wordt en door te doen wat anderen willen. Zorg voor anderen is hier
vooral uit eigenbelang gemotiveerd.
- Conventioneel niveau
o Interpersoonlijke overeenstemming
Goed zijn betekent doen wat anderen prettig vinden. Het kind neemt een
conformistische houding aan. Goed en fout worden bepaald door wat de
meerderheid vindt.
o Wet en orde
Goed zijn betekent nu je plicht doen voor de samenleving. We gehoorzamen
de wet zonder deze in twijfel te trekken en tonen respect voor autoriteit. De
meeste volwassenen komen niet voorbij dit niveau.
- Postconventioneel niveau
o Sociaal contract
Goed en fout worden nu bepaald door persoonlijke waarden, hoewel deze
kunnen worden overschreven door democratisch vastgestelde wetten. Als
, wetten indruisen tegen ons eigen rechtvaardigheidsgevoel, mogen we ervoor
kiezen ze te negeren.
o Universeel ethisch principe
We leven nu in overeenstemming met diepgewortelde morele principes, die
belangrijker worden geacht dan de wetten van het land.
Belangrijk om te weten: deze theorie is invloedrijk, maar het onderzoek is alleen op jongens
uitgevoerd, daardoor is het niet op iedereen van toepassing.
Link tussen socialisatie en cultuur
Als nieuwe generaties de manier van leven van een samenleving niet leren, houdt die
samenleving uiteindelijk op te bestaan. Alles wat kenmerkend is voor een cultuur moet
worden overgedragen en geïnternaliseerd door de toetreders (= socialisatie), zodat de
samenleving kan voortbestaan.
Socialiserende instanties (agents of socialization):
- Familie: ouders, broers/zussen
- Vrienden/leeftijdsgenoten
- School
- Media
- Sociale context: sportclubs, buurt
- Overheid: kerk etc. (kerk als een instituut)
De instantie met de meeste invloed = familie. Waarom?
- Primaire socialisatie: vindt plaats vanaf het allereerste begin en komt van het directe
gezin
- Secundaire socialisatie: gaat door wanneer we het ouderlijk huis verlaten en naar
school en de bredere samenleving gaan
Bronfenbrenner’s ecologische systeemtheorie:
Het model begint bij het kind zelf.
- Microsysteem: socialiserende
instanties die direct met het kind
omgaan, zoals gezin, school, vriendjes
- Mesosysteem: gaat over de interacties
binnen het microsysteem.
Bijvoorbeeld: je leert van je ouders
omdat zij bepaalde dingen beperken
of vinden dat iets beter is dan iets
anders. Je leert dus van de relaties
tussen de mensen om je heen.
- Exosysteem: instanties waar het kind
zelf niet direct mee te maken heeft,
maar die wel invloed hebben.
Bijvoorbeeld: werk van ouders, beleid
van school.
, - Macrosysteem: de culturele laag – bredere normen, waarden, overtuigingen van de
samenleving
- Chronosysteem: veranderingen door de tijd en omgeving – grote gebeurtenissen
zoals een terroristische aanslag of oorlog. Ook persoonlijke levensgebeurtenissen
zoals verhuizen naar een ander land.
De pijltjes in het model symboliseren dat al deze lagen met elkaar in wisselwerking staan.
Het is dus niet eenvoudig om precies aan te wijzen waarom je op een bepaalde manier
gesocialiseerd bent. Het is een complex geheel.
De gegeneraliseerde ander (fase 4 socialisatie bij kinderen) (chronosysteem-laag)
= de algemene gedragsverwachtingen van de samenleving
Van: wat mijn ouders van mij verwachten
Naar: wat de samenleving van mij verwacht
Hersocialisatie (Resocialization):
= het proces waarbij oud gedrag wordt afgeleerd en nieuw gedrag wordt aangeleerd ter
vervanging. Hersocialisatie is noodzakelijk wanneer iemand zich in een volledig nieuwe
omgeving bevindt In die nieuwe omgeving gelden de oude regels niet meer.
Voorbeelden: kind dat is opgevoegd door dieren en terugkomt in de normale samenleving,
verhuizen naar een verzorgingstehuis, naar een kostschool gaan, of naar de gevangenis
gaan / weer vrijkomen uit de gevangenis.
Wat cruciaal is voor het socialisatieproces: taal
Socialisatie en media
Massamedia als socialisatie:
- Massamedia onderwijzen veel van de gebruiken in een samenleving.
o Daarom zien we veel gedrag als vanzelfsprekend: gedrag in een hotel, taal in
een gevangenis of secretaresses en hun bazen
o Allemaal ‘onderwijzen’ ze, hoe misleidend ook, normen, maatschappelijke
posities en institutionele functies.
- We brengen veel tijd door met tv kijken, gamen, lezen etc.
- Hoe bepaalde plaatsen eruitzien weten we min of meer op basis van die
mediaconsumptie. We internaliseren deze beelden wanneer we ze opnieuw zien.
o Dit is handig en nuttig, maar kan ook schadelijk zijn wanneer we herhaaldelijk
worden blootgesteld aan stereotiepe beelden.
Voorbeeld: gendersocialisatie
We hebben meerdere identiteiten, zoals ras, etniciteit, seksualiteit, gender of het hebben
van een beperking.
Er zijn ook sociale identiteiten: docent, zus, bakker enzovoort.
Verschil tussen gender en sekse:
- Gender: gaat over identiteit, over de vraag “Wie ben ik tussen al die andere mensen
en welke overtuigingen/houdingen heb ik met betrekking tot mijn sekse?”