Inhoud
Jurisprudentie..............................................................................................3
Hoorcolleges..............................................................................................15
HC 1: De rechter en de rechtsstaat........................................................16
HC 2: Rechterlijke onafhankelijkheid......................................................25
HC 3: Onpartijdigheid.............................................................................26
HC 4&5: Inrichting rechterlijke macht I..................................................28
HC 6: bestuursstructuur rechterlijke organisatie....................................32
HC 7: De toegang (tot de rechter)..........................................................34
HC 8: Bestuursrechtspraak.....................................................................36
HC 9: Rechtspraak en de machtenscheiding..........................................38
HC 10: Rechterlijke rechtsvorming en political questions.......................40
HC 11: Capita selecta.............................................................................42
HC 12: De staatsvorm I (semester 2).....................................................45
HC 13: De staatsvorm II.........................................................................48
HC 14: Het staatshoofd I........................................................................51
HC 15: Het staatshoofd II.......................................................................53
HC 16: De regering en de regeringsleider I............................................56
HC 17: De regering en de regeringsleider II...........................................58
HC 18: Tweekamerstelsels......................................................................61
HC 19: Wetsprocedure in de VS..............................................................65
HC 20: Parlementair stelsel....................................................................68
HC 21: Presidentieel stelsel VS...............................................................70
HC 22: Constitutionele toetsing..............................................................72
Werkgroepen.............................................................................................74
WG 1: De koning.....................................................................................75
WG 2: Ministerraad, minister-president, minister en staatssecretaris....76
WG 3: Staten-Generaal..........................................................................77
WG 4: Positie van kamerleden................................................................78
WG 5: Ministeriële verantwoordelijkheid................................................79
WG 6: Controle op regering door parlement..........................................81
WG 7: vertrouwensregel, kabinetsformatie, kamerontbinding...............84
,WG 8: Statuut.........................................................................................86
WG 9: Grondwet.....................................................................................88
WG 10: WIFZ en zelfstandige AMvB.......................................................90
WG 11: Delegatie van wetgevende bevoegdheid..................................92
WG 12: Binding van het Koninkrijk aan verdragen.................................93
WG 13: Doorwerking van internationale rechtsnormen en EU-recht......95
WG 14: Normenhiërarchie en rechterlijke toetsing.................................96
WG 15: Art. 120 GW: constitutionele toetsing........................................97
WG 16: algemene aspecten decentralisatie...........................................99
WG 17: De raad en het college; verordenende bevoegdheid...............101
WG 18: de burgemeester, openbare-ordehandhaving.........................103
WG 19: Grondrechten: algemene inleiding..........................................105
WG 20: Beperking van grondwettelijke grondrechten..........................108
WG 21: EVRM-grondrechten.................................................................111
WG 22: EU-handvest grondrechten......................................................114
WG 23: uitingsvrijheid & vrijheid van vergadering en betoging...........117
WG 24: vrijheid van godsdienst en levensovertuiging & vrijheid van
onderwijs..............................................................................................120
WG 25: Recht op privacy en gelijkheidsbeginsel..................................124
,Jurisprudentie
Marbury v. Madison (niet in AA-bundel!)
Oude president Adams ging snel, vlak voor hij moest aftreden, heel wat
rechters van zijn politieke kleur aanstellen, zodat zijn partij meer macht
zou krijgen. Dit lukte niet binnen de tijd en niet alle benoemingsbrieven
werden bezorgd. De nieuwe minister van binnenlandse zaken ging die niet
bezorgen, en dus kreeg niet elke benoemde rechter een benoemingsbrief,
waaronder meneer Marbury. Hij spande een zaak aan waarbij hij rechter
wilde worden. Door de judiciary act was dat niet toegestaan, maar die
werd vervolgens buiten toepassing gelaten door rechter Marshall.
Het is de nadrukkelijke taak van de rechter om te zeggen wat de wet is.
Wetgeving van lagere orde dient in overeenstemming et hogere
constitutie. Wetgeving die dus in strijd is met constitutie kan dus geen
recht zijn, en de rechter gaat geen nietig recht uitleggen. Rechter moet
recht uitleggen, dus ook constitutie, bij strijd tussen wet en constitutie
moet de recht de constitutie toepassen.
Meerenberg
Rechtsregel voor 1887
Wetgevende bevoegdheid kan slechts door de Kroon worden uitgeoefend,
indien deze is toebedeeld door de Grondwet, of uitdrukkelijk is
gedelegeerd door een wet in formele zin.
Rechtsregel na 1887
De Kroon is zelfstandig bevoegd om Algemene Maatregelen van Bestuur
op te stellen, zonder dat dit is toebedeeld in de Grondwet of gedelegeerd
door een wet in formele zin. Als de Algemene Maatregel van Bestuur
echter voorschriften bevat door straffen te handhaven, dient dit
gebaseerd te zijn op een wet in formele zin. Enkel delegatie is dan niet
voldoende.
Guldemond/Noordwijkerhout
Objectum litis leer: het voorwerp van geschil is beslissend, de aard van
het recht waarin eiser vraagt te worden beschermd. Afscheiding van
fundamentum petendi leer.
Grenstractaat Aken
Grondslag van Nederlandse monistische stelsel op het gebied van
verdragen. Ver voor art. 93 en 94 Gw was dit arrest.
, Wilnisser visser
Als gemeente hun verordende bevoegdheid gebruiken, hebben ze ook een
bepaalde ondergrens waarover ze bepalingen kunnen opstellen. Ze mogen
niet zulke algemene bewoordingen gebruiken, waardoor ook gedragingen
waaraan elk openbaar karakter ontbreekt daaronder vallen. Daarmee
treedt de gemeentelijke wetgever in louter particuliere belangen van de
burger en overschrijdt daarmee de benedengrens
APV Tilburg
Introductie van verspreidingsrecht van art. 7 Gw. Die bevat niet alleen
recht om gedachten en gevoelens te uiten door drukpers (= geschreven
of gedrukt), maar ook om gedrukte stukken te verspreiden
(=’verspreidingsrecht’).
Dat recht mag door lagere wetgevers worden beperkt, maar nimmer in
het algemeeen of van voorafgaand verlof afhankelijk. Mag ook niet op
basis van inhoud, dat mag alleen de formele wetgever.
Emmense baliekluivers
Een gemeentelijke autonome verordening mag niet in strijd zijn met een
hogere regeling. Bepaling van eerder afgekondigde, reeds geldende
verordening vervalt wanneer hogere regeling hetzelfde ‘onderwerp’
voorziet.
Dat is wanneer het motief van beide regelingen hetzelfde is. In dit geval
was dit motief niet hetzelfde dus kwam de APV-bepaling ook niet te
vervallen.
Prof. Van den Bergh
Formeel toetsingsverbod van art. 120 Gw. De vraag of die bepaling de
rechter ook verbiedt de wijze waarop een WIFZ tot stand is gekomen, te
toetsen aan de Grondwet. De Hoge Raad beantwoordt die vraag
bevestigend, dat mag ook niet.
Van Gend & Loos
EU is een nieuwe eigen rechtsorde, die automatisch doorwerkt.
Costa / ENEL
Bevestigt Van Gend & Loos, maar stelt ook dat EU-recht voorrang heeft.
Gaat om homogeniteit en effectiviteit.
Onrechtmatige rechtspraak
Slechts indien bij de voorbereiding van een rechterlijke beslissing zó
fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd dat van een eerlijke
en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken
en tegen die beslissing geen rechtsmiddel openstaat en heeft
Jurisprudentie..............................................................................................3
Hoorcolleges..............................................................................................15
HC 1: De rechter en de rechtsstaat........................................................16
HC 2: Rechterlijke onafhankelijkheid......................................................25
HC 3: Onpartijdigheid.............................................................................26
HC 4&5: Inrichting rechterlijke macht I..................................................28
HC 6: bestuursstructuur rechterlijke organisatie....................................32
HC 7: De toegang (tot de rechter)..........................................................34
HC 8: Bestuursrechtspraak.....................................................................36
HC 9: Rechtspraak en de machtenscheiding..........................................38
HC 10: Rechterlijke rechtsvorming en political questions.......................40
HC 11: Capita selecta.............................................................................42
HC 12: De staatsvorm I (semester 2).....................................................45
HC 13: De staatsvorm II.........................................................................48
HC 14: Het staatshoofd I........................................................................51
HC 15: Het staatshoofd II.......................................................................53
HC 16: De regering en de regeringsleider I............................................56
HC 17: De regering en de regeringsleider II...........................................58
HC 18: Tweekamerstelsels......................................................................61
HC 19: Wetsprocedure in de VS..............................................................65
HC 20: Parlementair stelsel....................................................................68
HC 21: Presidentieel stelsel VS...............................................................70
HC 22: Constitutionele toetsing..............................................................72
Werkgroepen.............................................................................................74
WG 1: De koning.....................................................................................75
WG 2: Ministerraad, minister-president, minister en staatssecretaris....76
WG 3: Staten-Generaal..........................................................................77
WG 4: Positie van kamerleden................................................................78
WG 5: Ministeriële verantwoordelijkheid................................................79
WG 6: Controle op regering door parlement..........................................81
WG 7: vertrouwensregel, kabinetsformatie, kamerontbinding...............84
,WG 8: Statuut.........................................................................................86
WG 9: Grondwet.....................................................................................88
WG 10: WIFZ en zelfstandige AMvB.......................................................90
WG 11: Delegatie van wetgevende bevoegdheid..................................92
WG 12: Binding van het Koninkrijk aan verdragen.................................93
WG 13: Doorwerking van internationale rechtsnormen en EU-recht......95
WG 14: Normenhiërarchie en rechterlijke toetsing.................................96
WG 15: Art. 120 GW: constitutionele toetsing........................................97
WG 16: algemene aspecten decentralisatie...........................................99
WG 17: De raad en het college; verordenende bevoegdheid...............101
WG 18: de burgemeester, openbare-ordehandhaving.........................103
WG 19: Grondrechten: algemene inleiding..........................................105
WG 20: Beperking van grondwettelijke grondrechten..........................108
WG 21: EVRM-grondrechten.................................................................111
WG 22: EU-handvest grondrechten......................................................114
WG 23: uitingsvrijheid & vrijheid van vergadering en betoging...........117
WG 24: vrijheid van godsdienst en levensovertuiging & vrijheid van
onderwijs..............................................................................................120
WG 25: Recht op privacy en gelijkheidsbeginsel..................................124
,Jurisprudentie
Marbury v. Madison (niet in AA-bundel!)
Oude president Adams ging snel, vlak voor hij moest aftreden, heel wat
rechters van zijn politieke kleur aanstellen, zodat zijn partij meer macht
zou krijgen. Dit lukte niet binnen de tijd en niet alle benoemingsbrieven
werden bezorgd. De nieuwe minister van binnenlandse zaken ging die niet
bezorgen, en dus kreeg niet elke benoemde rechter een benoemingsbrief,
waaronder meneer Marbury. Hij spande een zaak aan waarbij hij rechter
wilde worden. Door de judiciary act was dat niet toegestaan, maar die
werd vervolgens buiten toepassing gelaten door rechter Marshall.
Het is de nadrukkelijke taak van de rechter om te zeggen wat de wet is.
Wetgeving van lagere orde dient in overeenstemming et hogere
constitutie. Wetgeving die dus in strijd is met constitutie kan dus geen
recht zijn, en de rechter gaat geen nietig recht uitleggen. Rechter moet
recht uitleggen, dus ook constitutie, bij strijd tussen wet en constitutie
moet de recht de constitutie toepassen.
Meerenberg
Rechtsregel voor 1887
Wetgevende bevoegdheid kan slechts door de Kroon worden uitgeoefend,
indien deze is toebedeeld door de Grondwet, of uitdrukkelijk is
gedelegeerd door een wet in formele zin.
Rechtsregel na 1887
De Kroon is zelfstandig bevoegd om Algemene Maatregelen van Bestuur
op te stellen, zonder dat dit is toebedeeld in de Grondwet of gedelegeerd
door een wet in formele zin. Als de Algemene Maatregel van Bestuur
echter voorschriften bevat door straffen te handhaven, dient dit
gebaseerd te zijn op een wet in formele zin. Enkel delegatie is dan niet
voldoende.
Guldemond/Noordwijkerhout
Objectum litis leer: het voorwerp van geschil is beslissend, de aard van
het recht waarin eiser vraagt te worden beschermd. Afscheiding van
fundamentum petendi leer.
Grenstractaat Aken
Grondslag van Nederlandse monistische stelsel op het gebied van
verdragen. Ver voor art. 93 en 94 Gw was dit arrest.
, Wilnisser visser
Als gemeente hun verordende bevoegdheid gebruiken, hebben ze ook een
bepaalde ondergrens waarover ze bepalingen kunnen opstellen. Ze mogen
niet zulke algemene bewoordingen gebruiken, waardoor ook gedragingen
waaraan elk openbaar karakter ontbreekt daaronder vallen. Daarmee
treedt de gemeentelijke wetgever in louter particuliere belangen van de
burger en overschrijdt daarmee de benedengrens
APV Tilburg
Introductie van verspreidingsrecht van art. 7 Gw. Die bevat niet alleen
recht om gedachten en gevoelens te uiten door drukpers (= geschreven
of gedrukt), maar ook om gedrukte stukken te verspreiden
(=’verspreidingsrecht’).
Dat recht mag door lagere wetgevers worden beperkt, maar nimmer in
het algemeeen of van voorafgaand verlof afhankelijk. Mag ook niet op
basis van inhoud, dat mag alleen de formele wetgever.
Emmense baliekluivers
Een gemeentelijke autonome verordening mag niet in strijd zijn met een
hogere regeling. Bepaling van eerder afgekondigde, reeds geldende
verordening vervalt wanneer hogere regeling hetzelfde ‘onderwerp’
voorziet.
Dat is wanneer het motief van beide regelingen hetzelfde is. In dit geval
was dit motief niet hetzelfde dus kwam de APV-bepaling ook niet te
vervallen.
Prof. Van den Bergh
Formeel toetsingsverbod van art. 120 Gw. De vraag of die bepaling de
rechter ook verbiedt de wijze waarop een WIFZ tot stand is gekomen, te
toetsen aan de Grondwet. De Hoge Raad beantwoordt die vraag
bevestigend, dat mag ook niet.
Van Gend & Loos
EU is een nieuwe eigen rechtsorde, die automatisch doorwerkt.
Costa / ENEL
Bevestigt Van Gend & Loos, maar stelt ook dat EU-recht voorrang heeft.
Gaat om homogeniteit en effectiviteit.
Onrechtmatige rechtspraak
Slechts indien bij de voorbereiding van een rechterlijke beslissing zó
fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd dat van een eerlijke
en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken
en tegen die beslissing geen rechtsmiddel openstaat en heeft